De banden aanhalen en kruisbestuiving creëren tussen de universiteit en de rest van de wereld: dat is de filosofie achter de VUB-fellows. Elke maand laten we zo’n fellow aan het woord. Deze keer is dat Hannes De Durpel, coördinator van het Vlaams Gebarentaalcentrum (VGTC). Hij hamert op het belang van co-creatie tussen onderzoekers en de dove mensen. “Dat werkt in twee richtingen. We kunnen heel veel van elkaar leren.”
Ik ken geen Vlaamse Gebarentaal. Daarom schuift tolk Chloë mee aan bij dit interview. Zij vertaalt mijn vragen in het gesproken Nederlands naar de Vlaamse Gebarentaal (VGT) en vertaalt de antwoorden van Hannes in VGT naar het gesproken Nederlands. Eerste vraag en om zeker te zijn: we mogen Hannes wel degelijk ‘doof’ noemen? Het hoeft niet ‘persoon met een auditieve beperking’ te zijn?
Hannes De Durpel: “Personen met een auditieve beperking kan, maar voor dove mensen klinkt het ietwat omslachtig en voorzichtig. Alsof je zachtjes met ons moet omspringen. Dat vinden wij niet nodig. Zeg gerust doof. Dat woord ervaren we niet als cru of kwetsend. Het benoemt wie we zijn.”
Ben jij doof geboren?
“Eigenlijk ben ik doofblind. Ik heb het Syndroom van Usher, een erfelijke aandoening die een impact heeft op de werking van het binnenoor en het netvlies. Daardoor ben ik doof geboren en gaat mijn zicht geleidelijk aan achteruit. Ik heb bijvoorbeeld last van nachtblindheid, kokerzicht en vlekken in mijn gezichtsveld.”
Je hebt als kind gebarentaal geleerd. Vlaamse Gebarentaal, want er bestaan honderden gebarentalen.
“Dat klopt, elk land of elke regio kent een eigen gebarentaal.”
“De Vlaamse gebarentaal heeft veel gemeen met de Waalse gebarentaal”
Gebruiken Nederlandstalige Belgen dezelfde gebarentaal als Franstalige landgenoten?
“Niet helemaal, het zijn twee verschillende talen. Maar ze hebben veel gemeen. Het gebarenlexicon van de Vlaamse Gebarentaal komt voor ongeveer 65% overeen met de Waalse Gebarentaal (LSFB). Maar gebarentaal is meer dan enkel de handen. De expressie, de mimiek en het mondbeeld – hoe de mond en de lippen bewegen - spelen ook een belangrijke rol bij gebarentalen. Een verschil zit dus in de mondbeelden die bepaalde gebaren begeleiden: die zijn bij ons vaak ontleend aan het Nederlands en bij LSFB aan het Frans. We deden hier zelf etymologisch onderzoek naar en er wordt nog verder onderzoek naar gedaan. Die historische link is intrigerend.”
Lijkt de Vlaamse op de Nederlandse Gebarentaal?
“Nee, dat is al heel wat minder. Het mondbeeld is wel gelijkend. In principe begrijpen dove Vlamingen de gebaren van dove Walen veel beter dan die van dove Nederlanders. Je moet het ontstaan en de evolutie van gebarentalen dus los zien van wat je weet over de gesproken talen.”
Zijn bepaalde gebaren niet universeel?
“Niet noodzakelijk. Het klopt dat gebarentalen vaak imiteren hoe dingen er in de realiteit uitzien. Maar dat is niet overal hetzelfde. Dit is bijvoorbeeld ons gebaar voor huis (vormt met zijn handen de twee schuine zijden van een zadeldak). Onlangs was ik in gesprek met een dove Maltese en daar gebaren ze huis met een plat dak. Huizen hebben daar maar zelden een zadeldak, omdat het er minder regent dan hier.”
En drinken, dat moet toch een universeel gebaar zijn?
“Ook daar bestaan varianten op, zelfs binnen de Vlaamse Gebarentaal. Met één hand uit een denkbeeldig glas drinken, is het standaardgebaar voor drinken. Maar als je specifiek wil zijn, ga je dat gebaar aanpassen. Dan wordt het een grote bierpul met een vuist rond één oor of een kom soep die je met twee handen vastpakt. Vorm en betekenis zijn met elkaar verbonden.”
Hoeveel mensen gebruiken de Vlaamse Gebarentaal?
“Vlaanderen telt 5000 à 6000 dove gebarentalige mensen. Maar er zijn natuurlijk ook horende mensen die gebarentaal kennen en zich tot de dovengemeenschap rekenen. Mijn vrouw en ik zijn bijvoorbeeld doof, maar onze kinderen zijn horend. Onze thuistaal is de Vlaamse Gebarentaal, op school spreken ze Nederlands. Ze zijn trots op die tweetaligheid.”
Het is ook leuk om op school geheime boodschappen uit te wisselen die de andere kinderen niet begrijpen.
“Of thuis. Ze weten heel goed dat mama en papa hen niet horen en dat ze achter onze rug van alles kunnen bedisselen.” (lacht)
“Gezichtsuitdrukkingen maken deel uit van onze taal. Daar letten dove mensen dus zeker op”
Veel mensen zijn niet doof geboren, maar worden het met het ouder worden uiteindelijk wel. Dan is het te laat om nog gebarentaal te leren.
“Zeg nooit nooit, maar op latere leeftijd lijkt het mij inderdaad moeilijker om een nieuwe taal te leren, zeker als het een andere modaliteit gaat. Het is ook belangrijk dat je in contact komt met andere gebarentaligen om zo de taal te onderhouden. Dit is niet altijd evident voor mensen die op latere leeftijd hun gehoor verliezen. Dat sociale aspect mag je niet onderschatten.”
Doofheid zorgt voor sociale isolatie, wat volgens recente inzichten de kans op dementie verhoogt. Kunnen we op dat vlak iets leren van gebarentaal?
“Ik kan me niet uitspreken over dementie, dat is niet mijn expertise. Ik denk wel dat visueel toegankelijke communicatie kan helpen om volwaardig aan gesprekken deel te nemen en sociale contacten te onderhouden. Bij gebarentaal spelen oogcontact, articulatie en expressie een belangrijke rol. Ook in gesprekken met slechthorende mensen kan aandacht voor dat visuele aspect, naast het auditieve, zeker helpen. Zorg dat je gezicht goed zichtbaar is, kijk elkaar aan en vraag wat de ander nodig heeft om het gesprek te kunnen volgen. Zo kan die persoon de hele puzzel leggen, mét minder inspanning.”
Kunnen doof geboren mensen beter gezichten en emoties lezen?
“We zijn daar inderdaad beter op getraind, meer dan horende mensen. Gezichtsuitdrukkingen zijn een belangrijk aspect van onze taal. Daar letten dove mensen dus zeker op.”
Hoe gaat dat eigenlijk tussen horende ouders en dove kinderen?
“Ongeveer 95 procent van dove kinderen groeit op bij horende ouders. Die kennen vaak nog geen gebarentaal wanneer hun kind geboren wordt. Gelukkig zien we een groeiende interesse en bewustzijn over het belang van visuele communicatie. Desondanks is een spontaan gesprek binnen het gezin niet altijd even vanzelfsprekend, zeker als het over gevoelens of ingewikkelde onderwerpen gaat. Wanneer kinderen onvoldoende toegang hebben tot communicatie en weinig in contact komen met andere dove leeftijdsgenoten, kan dat een impact hebben op hun zelfvertrouwen en identiteitsontwikkeling en kan er taaldeprivatie optreden.”
“In Noorwegen kunnen ouders van dove kinderen betaald verlof krijgen om gebarentaal te leren”
Wat betekent dit voor het onderwijs?
“Ouders zouden meteen de mogelijkheid moeten krijgen om gebarentaal te leren. In Noorwegen kunnen ze daar betaald verlof voor krijgen. Ook in Vlaanderen zijn er in het verleden initiatieven geweest om zo’n regeling uit te werken, maar die hebben helaas niet tot een structurele oplossing geleid.”
En voor de kinderen?
“Voor dove kinderen zijn er drie mogelijkheden om onderwijs te volgen. Ofwel gaan ze naar het buitengewoon onderwijs type 7, ook bekend als de dovenschool. Deze scholen vangen tegenwoordig leerlingen op met uiteenlopende onderwijsbehoeften, onder wie kinderen die bijkomende zorg en ondersteuning nodig hebben. De uitdaging is om elk kind onderwijs te bieden dat zowel voldoende toegankelijk als uitdagend is. Andere dove kinderen volgen les in het gewoon onderwijs, met ondersteuning van bijvoorbeeld een tolk en/of auditieve hulpmiddelen, zoals een cochleair implantaat of een FM-versterking voor het hoorapparaat. Ik ben zelf tot mijn tiende naar een dovenschool geweest, en daarna naar het gewone onderwijs.”
En de derde mogelijkheid?
“Dat is tweetalig onderwijs. In de praktijk is dat een klas, een taalafdeling in het gewoon onderwijs, waar in het Nederlands en in de Vlaamse Gebarentaal wordt lesgegeven, aan zowel dove als horende kinderen. Na jarenlang lobbywerk is er sinds kort een decreet dat dit mogelijk maakt. Twee Vlaamse scholen hebben zich voorbereid om dit onderwijs aan te bieden, maar konden door onvoldoende middelen en ondersteuning jammer genoeg niet van start gaan. Hopelijk lukt het in de toekomst wel in Vlaanderen. Wallonië bewijst dat het wel degelijk kan: in Namen biedt een school al meer dan 25 jaar tweetalig onderwijs in het Frans en de LSFB aan.”
“We kunnen nu in realtime met dove mensen over de hele wereld communiceren”
Jij werkt mee aan onderzoek rond artificiële intelligentie. Wat is de bedoeling?
“Technologie is voor dove mensen een grote stap vooruit, met de komst van de smartphone, sociale media en videobellen. We kunnen nu in realtime met dove mensen over de hele wereld communiceren. Vroeger was dat quasi ondenkbaar. Met de opkomst van artificiële intelligentie ontstaan nieuwe mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan een app die gebarentaal herkent en omzet in tekst of spraak. Dove mensen kunnen dat systeem gebruiken als woordenboek wanneer ze een neologisme niet kennen, horende studenten om nieuwe gebaren te leren, waarbij het systeem feedback kan geven over de al dan niet correcte uitvoering. Via ons online woordenboek Vlaamse Gebarentaal kun je dankzij AI trouwens al gebaren opzoeken door via jouw webcam zelf een gebaar op te nemen. Die innovatieve functie ontwikkelden we samen met de UGent.”
En het omgekeerde, zou dat ook kunnen: geschreven of gesproken taal omzetten in gebarentaal?
“Ook daar wordt aan gewerkt. Ik zag onlangs dat onderzoekers uit Nederland samen met de Nederlandse spoorwegmaatschappij een prototype ontwikkelden voor een digitale 3D-avatar, die omroepberichten in de Nederlandse Gebarentaal omzet. Zulke toepassingen moeten nog verder worden ontwikkeld en getest, maar zo kunnen zij dove mensen informeren over mogelijke vertragingen of spoorwissels.”
Simultaan getolkte gesprekken tussen dove en horende mensen zijn binnenkort geen sciencefiction meer?
“In Amerika staan ze het verst. De nieuwste smartphone van Google Pixel kan de Amerikaanse Gebarentaal in realtime omzetten naar geschreven Engels: de frontcamera registreert de handen, gezichtsexpressie en lichaamsbewegingen, waarna een AI-model die informatie naar tekst vertaalt. Het vergt wel enorm veel data om dit model te trainen; je hebt massa’s gebarentaalvideo’s en de daarbij horende beschrijvingen nodig om dit te kunnen realiseren. Voor de Vlaamse Gebarentaal is dat nog toekomstmuziek. De vertalingen kunnen nog fouten bevatten. We zijn dus best nog voorzichtig en kritisch over de resultaten.”
“Co-creatie kan alleen maar slagen als het met dove mensen gebeurt”
Jij bent VUB-fellow op voorspraak van proxima professor Beatrijs Wille. Heb je al plannen?
“Het was een eer om gevraagd te worden, ik ben er heel blij mee. Ook omdat het perfect past in de missie van het Vlaams Gebarentaalcentrum. We willen de academische wereld en de dovengemeenschap met elkaar verbinden, door wetenschappelijk onderzoek naar dove mensen te brengen en door dove mensen nauw bij onderzoek te betrekken.”
Je hamert vaak op het belang van co-creatie.
“Zeker! Als je onderzoek doet of nieuwe toepassingen ontwikkelt voor dove en slechthorende mensen, betrek er hen er dan vanaf het begin bij. Werk samen, vraag wat ze echt nodig hebben en gebruik de feedback. Anders maak je misschien iets waar dove mensen niets aan hebben. Hetzelfde geldt voor taalkundig onderzoek. Er is bijvoorbeeld nog maar weinig geweten over gebarentaalverwerving bij kinderen. Wij brengen graag ons perspectief mee als studenten of wetenschappers daarrond willen werken.”
Wie er oud genoeg voor is, maakte in 1986 kennis met de dovencultuur via de film Children of a Lesser God. Welke film zou je vandaag aanraden?
“CODA, uit 2021. Het hoofdpersonage is een jonge vrouw die als enige in haar gezin hoort. CODA staat voor Child of Deaf Adults. Ik vond het een prachtige film, die een goed beeld geeft van de dovengemeenschap, haar taal en cultuur en de positie van horende kinderen in een doof gezin. Zoals het er ook aan toegaat in mijn gezin.”
Bio
Hannes De Durpel (°3 december 1986) is coördinator van het Vlaams Gebarentaalcentrum vzw, het kennis- en expertisecentrum voor Vlaamse Gebarentaal (VGT). Hij leidt een team van gebarentalige medewerkers die werken rond taalkundig onderzoek, vorming, promotie en expertise. Zijn werk richt zich onder meer op de maatschappelijke representatie en positie van VGT en de gebarentaligen binnen het onderwijs, de media en de samenleving als geheel.
Als VUB-fellow wil Hannes graag bijdragen aan meer kennis en expertise over Vlaamse Gebarentaal en aan een inclusievere academische omgeving. Hij kan onder meer gastlezingen en workshops verzorgen, onderzoek naar Vlaamse Gebarentaal mee faciliteren en adviseren over beleid, communicatie en toegankelijkheid binnen de VUB, zowel in het onderwijs als bij brede evenementen. Zijn proxima is professor Beatrijs Wille van het Brussels Centre for Language Studies (BCLS) van de VUB.