VUB-gastprofessor Sarah El Amouri heeft de Henri Rolin-prijs 2025 ontvangen voor haar boek Regulating Business in Illegal Occupations: The Duty of Non-Assistance Revisited. Daarin onderzoekt ze de regulering van economische activiteiten in illegaal bezette gebieden onder het internationaal recht. Ze komt tot de conclusie dat staten ook maatregelen moeten nemen die voorkomen dat hun bedrijven een onrechtmatige bezetting mee in stand houden.
De prijs werd uitgereikt aan de Université libre de Bruxelles (ULB), tijdens de opening van het academiejaar van de master-na-masteropleiding Internationaal Recht aan het Centre de droit international. De Henri Rolin-prijs is een wetenschappelijke onderscheiding van de ULB, gefinancierd door het Fonds Henri Rolin. Aan de prijs is een bedrag van 2.500 euro verbonden.
Wat gebeurt er wanneer een staat een gebied illegaal bezet en buitenlandse bedrijven daar zaken blijven doen? Kunnen staten dan volstaan met zelf geen steun te geven aan die bezetting, of moeten ze ook ingrijpen wanneer hun bedrijven eraan bijdragen? Over die vraag gaat het onderzoek van El Amouri.
Haar antwoord is duidelijk. Volgens het internationaal recht mogen staten niet bijdragen aan de instandhouding van een illegale bezetting of deze ondersteunen. El Amouri stelt dat ze bovendien inspanningen moeten leveren om te voorkomen dat bedrijven die over hun nationaliteit beschikken dat wél doen.
Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer economische activiteiten van een bedrijf ertoe bijdragen dat een illegale bezetting kan blijven voortbestaan. Volgens El Amouri ligt de verantwoordelijkheid dan niet alleen bij het bedrijf. Ook het land waarvan het bedrijf de nationaliteit heeft, is verantwoordelijk om op te treden. Precies daarin zit de kern van haar onderzoek.
Sarah El Amouri
El Amouri geeft een ruimere betekenis aan de bestaande plicht tot ‘non-assistance’ onder het internationaal gewoonterecht, ofwel de plicht om geen steun te verlenen aan een situatie die in stand wordt gehouden in strijd met dwingende regels van internationaal recht. Zich ervan onthouden om bijstand te leveren aan een illegale bezetting door eigen activiteiten is volgens haar niet altijd genoeg: staten moeten ook maatregelen nemen om te voorkomen dat hun bedrijven zo'n situatie mee in stand houden.
El Amouri verdedigde het onderzoek in 2024 als proefschrift aan de VUB, onder begeleiding van VUB-professor Stefaan Smis. In 2025 verscheen het in boekvorm bij Larcier-Intersentia.
Van rechtenstudente tot gastprofessor
De academische loopbaan van El Amouri is nauw verbonden met de VUB. Als rechtenstudente studeerde ze er in 2018 summa cum laude af als eerste van haar jaar. Vervolgens deed ze ervaring op bij de Belgische diplomatie en Europese instellingen. Van 2020 tot 2024 werkte ze als FWO-doctoraatsbursaal aan haar proefschrift. Tijdens haar doctoraat verbleef ze voor onderzoek aan het Max Planck Institute for Comparative Public Law and International Law in Heidelberg en het Lauterpacht Centre for International Law van de University of Cambridge.
Sinds het academiejaar 2026-2027 is El Amouri gastprofessor aan de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB, waar ze migratierecht doceert. Daarnaast is ze gastprofessor aan de Brussels School of Governance, waar ze mee Europees en internationaal recht doceert. Ook werkt ze als attaché bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Haar onderzoek richt zich onder meer op het internationaal publiekrecht, staatsaansprakelijkheid, bezettingsrecht, bedrijven in gewapende conflicten en migratierecht.
Met de Henri Rolin-prijs bekroont de ULB haar onderzoek naar de verantwoordelijkheid van staten voor economische activiteiten in illegaal bezette gebieden. De onderscheiding wil hoogstaand onderzoek op het gebied van internationaal recht stimuleren.