Begin jaren tachtig moest Flanders Technology International de industriële revolutie doen vergeten en Vlaanderen warm maken voor technologie en innovatie. De Vlaamse Overheid pikte die traditie sinds 2024 weer op, in 2026 zit VLAIO aan het stuur. Op 16 oktober gaat een nieuwe editie met de licht gewijzigde naam Flanders Technology & Innovation (FTI) van start, met een maand lang activiteiten in acht steden. VUB-vicerector Innovatie en Valorisatie Peter Schelkens ziet het graag gebeuren, want ook dit initiatief draagt ertoe bij dat academische kennis haar weg vindt naar bedrijven én naar de samenleving – precies waar ze thuishoort. 

Wetenschappelijk onderzoek is duur. Waar haalt een universiteit de middelen vandaan om dat allemaal te financieren?
Peter Schelkens: “De onderzoeksfinanciering wordt voor een groot deel door de onderzoekers zelf binnengehaald. We hebben financiering voor fundamenteel en toegepast onderzoek die via de overheid of de industrie bij ons terechtkomt. We behoren in Europa tot de topspelers onder de universiteiten als het gaat over het verwerven van Europese onderzoeksinkomsten. Als universiteit hebben we tot slot ook een structurele basisfinanciering van de overheid die we aan onderzoeksteams kunnen aanbieden. Die kunnen ze onder meer verwerven op basis van hun trackrecord, zowel op het vlak van fundamenteel onderzoek als van toegepast onderzoek en valorisatie.”

Kan ook fundamenteel onderzoek economische waarde creëren?
“Zeker. Veel resultaten die uiteindelijk gevaloriseerd worden, vinden hun basis in fundamenteel onderzoek. In die onderzoeksfase wordt geregeld intellectuele eigendom gegenereerd en worden die vindingen gepatenteerd. Het is een misverstand dat fundamenteel onderzoek enkel theoretische resultaten oplevert waarvan de valorisatie pas na tientallen jaren plaatsvindt. Voor alle duidelijkheid: beide vormen zijn nodig en leveren zuurstof aan het innovatiesysteem. Als universiteit creëren we ook structuren waardoor we relatief makkelijk de juiste mensen en disciplines kunnen samenbrengen wanneer er een nieuw toepassingsdomein of een nieuwe technologie ontstaat. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot een spin-off. We richten zo’n bedrijf vooral op wanneer we een nieuwe technologie hebben waar bestaande bedrijven niet mee aan de slag kunnen. Onze voorkeur gaat in eerste instantie echter uit naar een technologietransfer en/of IP licentiëring naar een bestaand bedrijf, weliswaar aan marktconforme voorwaarden.”

Is er geen gevaar dat universiteiten daardoor vooral onderzoek gaan doen dat economisch iets kan opleveren?
“Neen, want zonder fundamenteel onderzoek is er geen innovatie – zo eenvoudig is het. Het levert misschien niet meteen een resultaat op, maar de resultaten die hieruit voortkomen zijn op lange termijn vaak heel waardevol. Het is een kwestie van voortdurend de juiste balans te bewaren tussen de verschillende niveaus van onderzoek en ervoor te zorgen dat de hele pijplijn gevoed blijft. Ik wil ook nog eens benadrukken dat we een universiteit zijn die onderzoeksvrijheid hoog in het vaandel draagt. Wij zijn ook wat men een comprehensive university noemt. Dat betekent dat de hoofdonderzoeksdisciplines allemaal aanwezig zijn. Als universiteit moet je dat hele systeem koesteren en voeden. Veel vooruitgang wordt juist geboekt in het kruisdomein van verschillende disciplines.”

“Zonder fundamenteel onderzoek is er geen innovatie – zo eenvoudig is het”

Hoe vaak worden er spin-offs opgericht op basis van VUB-onderzoek?
“We zitten momenteel aan een ritme van vier tot vijf spin-offbedrijven per jaar. Dat zijn geen eenvoudige processen. Je moet investeerders vinden en afspraken maken over het beheer en de eigendom van de intellectuele eigendom. Dat vraagt veel tijd en is ook belastend voor de betrokken oprichters en onderzoekers. Daarom werken we nu aan een sneller en transparanter traject, zodat het voor iedereen gemakkelijker wordt om een spin-off te realiseren. Dat willen we dit academiejaar uitrollen.”

Waar staat de VUB sterk op het vlak van spin-offs?
“Dat is verspreid over heel wat disciplines, maar er zijn enkele zwaartepunten. Een eerste is biotech en medische technologie. Ablynx, dat rond Nanobodies® werkt en ondertussen overgenomen werd door Sanofi, is daar een belangrijk voorbeeld van. Een andere grote speler is Collibra, in de ICT. Dat zijn allebei unicorns (nvdr: een startup die nog niet op de beurs staat en een waardering heeft van 1 miljard dollar of meer). Daarnaast zijn er spin-offs rond duurzame energie, mobiliteit en energieproductie, onder meer rond offshore windenergie. Ook elektronica, fotonica en robotica horen in dat rijtje thuis.”

Waarom is het belangrijk dat een universiteit zulke bedrijven opricht?
“Een spin-off zorgt ervoor dat een technologie die anders misschien zou blijven liggen toch wordt gebruikt. Tegelijk creëer je lokaal economische impact. Er ontstaat werkgelegenheid in het bedrijf zelf, maar ook bij toeleveranciers. Op termijn kan hierdoor ook geld terugvloeien naar de universiteit. Dat kan via licenties op intellectuele eigendom, via afspraken waarbij een deel van de winst terugvloeit of bij een exit van het bedrijf. Maar dat zijn over het algemeen geen enorme geldpotten. Zeker wanneer het economisch moeilijker gaat, kan het heel lang duren voordat bedrijven doorgroeien. Dit zijn dus inspanningen op zeer lange termijn.

“De universiteit wordt hier trouwens niet rijk van. Valorisatie is in de eerste plaats een vorm van maatschappelijke dienstverlening. We krijgen middelen voor fundamenteel en toegepast onderzoek en hebben vervolgens ook de maatschappelijke plicht om ervoor te zorgen dat de resultaten van dat onderzoek uiteindelijk gebruikt worden. Dat lukt uiteraard niet voor alles.”

“Een spin-off zorgt ervoor dat een technologie die anders misschien zou blijven liggen toch wordt gebruikt”

Ongetwijfeld zijn er mensen die er moeite mee hebben dat onderzoek soms te gelde wordt gemaakt. Hoe ga je daarmee om?
“Dat is een strijd die in het verleden is uitgevochten, ik hoop dat we die tijd ondertussen voorbij zijn. Je hebt uiteraard onderzoekers die gewoon onderzoek willen blijven doen en dat is prima; niemand wordt verplicht tot valorisatie en het vraagt ook specifieke vaardigheden en een kritische massa in het onderzoeksteam. Een belangrijke stimulans is het feit dat je tegenwoordig bijna altijd multidisciplinair moet werken om je doel te bereiken. Dat leidt al snel tot samenwerkingen met niet-academische spelers zoals de industrie, ziekenhuizen en overheid. Op die manier leer je ook hoe het er in de buitenwereld aan toe gaat, hoe producten en diensten worden ontwikkeld, bedrijven worden opgestart en geleid, teams worden aangestuurd, enzovoort.”

Een van de partijen die daar voortdurend naar op zoek is en er ook aanzienlijke budgetten voor heeft, is de defensiesector. Hoe gaan jullie om met onderzoeksvragen en eventuele investeringen uit die hoek?
“Op dat vlak moet je natuurlijk met de nodige omzichtigheid te werk gaan. We hebben meerdere ethische commissies aan de universiteit, waaronder een commissie die zich volledig richt op dual use, military use en misuse van onderzoek. Defensiegerelateerde onderzoeksprojecten passeren standaard langs die commissie. We merken dat de meeste van die projecten op dual use gericht zijn; technologieën die een sterk civiel toepassingsdomein hebben, maar eveneens toepasbaar zijn in een militaire context. Technologieën voor louter militaire doeleinden worden hier niet ontwikkeld. Wij vinden wel dat we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen; we leven nu eenmaal in een wereld waarin elke dag wordt aangetoond dat defensie belangrijk is.”

Researchpark Zellik

Researchpark Zellik

Kan ook de onderzoeksinfrastructuur van de universiteit inkomsten opleveren?
“Ja. De bedoeling is om onze onderzoeksinfrastructuur zoveel mogelijk ook ter beschikking te stellen van bedrijven en andere geïnteresseerden. Vooral bij heel dure en unieke infrastructuur is dat interessant. Als een apparaat 100.000 euro kost, zal een bedrijf het misschien zelf kopen als het dit toestel intensief zal gebruiken. Maar als het over een pilootlijn van vijf miljoen euro gaat, zal een bedrijf die investering liever niet zelf doen als het niet zeker weet of die zal renderen.

“Een van de speerpunten hierin is ons researchpark in Zellik. Sinds dit jaar zijn we eigenaar en verantwoordelijk voor de volledige exploitatie ervan. Het is de bedoeling dat het op termijn een duurzaam, energieneutraal park wordt en ook het onderzoek is onder andere daarrond gecentreerd. Zo is er een living lab op de campus rond duurzame energietechnologieën, zoals batterijonderzoek en het gebruik van duurzame gassen, zoals waterstof en biogassen. Daarnaast willen we dit academiejaar een robotica-incubator van de grond krijgen, dat is een van onze hoofddoelstellingen.”

Levert die samenwerking met bedrijven ook iets op voor het onderzoek zelf?
“Absoluut. Onderzoeksinfrastructuur wordt gebruikt om wetenschappelijk onderzoek te doen, maar vragen vanuit bedrijven kunnen ook nieuwe wetenschappelijke vragen opleveren. Daardoor ontstaat een kruisbestuiving en kan ook de infrastructuur zelf verder verbeteren. Dit is een mooie illustratie van de wisselwerking tussen fundamenteel en toegepast onderzoek. Een voorbeeld is ons Photonics Innovation Center, waar speciale optische componenten worden ontwikkeld voor bedrijven. Unieke apparatuur levert bovendien een voordeel op bij nieuwe onderzoeksprojecten. Je wordt gevraagd om aan projecten deel te nemen omdat je over die infrastructuur beschikt. Dat kan dan weer nieuwe subsidies opleveren.”

Bio

Professor Peter Schelkens is vicerector Innovatie en Valorisatie en gewoon hoogleraar aan de VUB. Zijn onderzoek situeert zich in multidimensionale signaalverwerking en computationele fotonica. In 2013 ontving hij een ERC Consolidator Grant. Hij publiceerde meer dan 350 wetenschappelijke artikels en is betrokken bij verschillende spin-offs en patenten.

Onderzoek in de kijker op het FTI Festival 

Net als in 2024 vindt ook dit najaar het FTI Festival plaats, waarbij de Vlaamse overheid, VLAIO en diverse partners de handen in elkaar slaan om de wereld te tonen hoe sterk Vlaanderen is in innovatie, research en het ontwikkelen van technologie. De VUB is één van die partners en speelt een belangrijke rol in het FTI Brussel Festival, waar zowel bedrijven als het brede publiek aan hun trekken komen. Een greep uit het aanbod: Business Tracks met keynotes, pitches en open lab tours op de VUB-campus, een Innovation Walk op het Researchpark Zellik, demo’s op de FTI Expo te Mechelen en nog veel meer.

“Het FTI-festival is interessant omdat je zowel een professioneel publiek als het brede publiek aanspreekt,” vindt Peter Schelkens. “Het ondersteunt ook onze positionering naar de overheid en onze internationale profilering. Toen Flanders Technology International in de jaren 80 werd opgericht om Vlaanderen in de kijker te zetten, zijn daar sterke realisaties uit voortgekomen, zoals imec en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). Hopelijk levert ook deze FTI-editie mooie resultaten op.”

Wil je meer weten over de verschillende VUB-deelnames aan het FTI Festival 2026? Of wil je zelf een van de events bijwonen? 

Meer info en registratie

Bedrijven, toekomstige partners en andere geïnteresseerden krijgen tijdens de Fast Tracks op de VUB-campus een exclusieve blik achter de schermen van onze labo’s. Meer info en registratie:

Human & Health op 19 oktober   Circular & City op 20 oktober