Artificiële intelligentie verandert niet alleen jobs, maar ook wat werkgevers van afgestudeerden verwachten. Technologische kennis alleen volstaat niet langer. Ondernemende competenties, kritisch denken, samenwerken, initiatief nemen en praktijkervaring worden minstens zo belangrijk. VUB-professor en opdrachthouder Ondernemerschap Thomas Crispeels en Saskia Van Uffelen, voorzitter van de Belgian National Digital Skills and Jobs Coalition, pleiten daarom voor snelle actie. “We hebben geen tijd meer om ons voor te bereiden op de toekomst. De toekomst is al begonnen.”
We horen het steeds vaker: academici moeten zich een ‘ondernemende houding’ aanmeten, maar wat wordt daar precies mee bedoeld?
Thomas Crispeels: “Voor alle duidelijkheid: daarmee bedoelen we niet dat alle afgestudeerden of onderzoekers per se hun eigen bedrijf moeten opstarten. Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen ondernemerschap en ondernemende competenties. Een onderneming oprichten is eigenlijk pas de laatste stap. Daarvoor heb je kennis nodig: hoe werkt een bedrijf, wat zijn de juridische en regelgevende aspecten, hoe maak je een financieel plan? Veel daarvan bieden we vandaag al aan de universiteit aan.”
“Maar daar gaat nog iets aan vooraf: de competenties die je nodig hebt om ondernemend te kunnen handelen. Dan hebben we het over opportuniteiten herkennen, creatieve oplossingen bedenken, middelen vinden en inzetten, initiatief nemen. En die competenties zijn veel breder toepasbaar dan alleen bij het oprichten van een bedrijf. Je hebt ze ook nodig bij de overheid of als werknemer in een bestaande organisatie. We moeten ervoor zorgen dat die hele keten aanwezig is: ondernemende competenties ontwikkelen, kennis over ondernemerschap aanbieden en studenten die dat willen vervolgens de mogelijkheid geven om effectief een start-up op te richten.”
Saskia Van Uffelen
Waarom worden die competenties nu ineens zoveel belangrijker
Saskia Van Uffelen: “Omdat er verschillende evoluties tegelijk plaatsvinden. We zitten geopolitiek en economisch in een moeilijke situatie, waardoor er financiële druk komt op het bedrijfsleven en op universiteiten. En daarbovenop komt de enorme snelheid waarmee technologie evolueert. Dat laatste is echt nieuw. We hebben technologische veranderingen altijd gekend, maar vroeger hadden we tijd. Nu evolueren de mogelijkheden van AI zo snel dat je niet langer kunt zeggen: dit profiel of deze opleiding is goed voor de komende drie jaar. Die snelheid heeft nu al gevolgen voor de arbeidsmarkt. Voor het eerst zie ik bachelors en masters in engineering die niet onmiddellijk een job vinden, terwijl rekruteerders vroeger hen vroeger soms al twee jaar voor ze afstudeerden benaderden.”
Welke nieuwe vaardigheden heeft een academicus dan vandaag nodig?
Saskia: “Je hebt technologische kennis nodig, maar ook het juiste gedrag. Ik spreek liever over human skills dan over soft skills, want daar is niets ‘soft’ aan. Je moet bijvoorbeeld kunnen communiceren, multidisciplinair samenwerken en initiatief durven nemen. En daarnaast heb je ervaring nodig.”
Thomas: “Binnen de grotere groep ‘ondernemende competenties’ zie je drie grote blokken: ideeën en opportuniteiten, middelen, en overgaan tot actie. Daaronder zitten competenties als creativiteit, kritisch denken, omgaan met ambiguïteit, onzekerheid en risico, samenwerken, initiatief nemen en anderen mobiliseren. Veel daarvan zit eigenlijk al in het DNA van de VUB en onze onderzoekers. Kritisch denken bijvoorbeeld komt in heel veel opleidingen aan bod. Maar we weten vandaag niet altijd zeker of we al die competenties systematisch aanleren. Creativiteit of het herkennen van opportuniteiten zullen waarschijnlijk minder expliciet aanwezig zijn.”
Moet de universiteit daarvoor nieuwe vakken aan alle curricula toevoegen?
Thomas: “Dat is net wat we niet moeten doen. De arbeidsmarkt verandert vandaag van maand tot maand, terwijl we voor een nieuw curriculum of een nieuw vak soms bijna twee jaar vooraf moeten beginnen. We moeten dus evolueren naar onderdelen die veel flexibeler kunnen worden ingevuld en aangepast.”
Saskia: “Een curriculum hervormen vraagt veel overleg en dus veel tijd. Daarna moet de eerste student nog aan dat curriculum beginnen en enkele jaren studeren voor die op de arbeidsmarkt komt. Die tijd hebben we niet. Mijn voorstel zou zijn om competenties die iedereen nodig heeft veel meer transversaal te organiseren, over alle faculteiten heen. Zo kun je ze versneld ter beschikking stellen van iedereen.”
Thomas Crispeels
Als ik het zo hoor, moeten de nodige veranderingen heel snel komen, zonder eerst alle mogelijkheden te bestuderen en te bespreken, zoals we gewoon zijn? Houdt die aanpak geen enorme risico’s in?
Saskia: “Absoluut, de kans bestaat zeker dat we hier en daar in de fout gaan. Maar als we niet snel genoeg handelen, gaan de gevolgen nog veel erger zijn. We hebben geen tijd meer om ons voor te bereiden op de toekomst. De toekomst is al begonnen. Wat we wel moeten doen als er dingen niet lopen zoals gepland is daar transparant over communiceren. En leren uit de fouten die we maken, natuurlijk.”
“In een ideale wereld zou duaal leren veel vroeger beginnen”
Aan welke concrete maatregelen denken jullie dan bijvoorbeeld?
Thomas: “Praktijkervaring opdoen zou vroeger in de opleiding moeten komen. Bachelorstudenten vragen tegenwoordig bijvoorbeeld zelf om stage te mogen lopen om zo hun kansen op de arbeidsmarkt te verhogen. Klassiek zeggen we als universiteit: eerst moet je de basiskennis en -competenties hebben en pas in de master komt daar ook praktijkervaring bij. Slechts in enkele opleidingen krijgen de studenten al vroeger toegang tot een stage. Maar studenten zien ondertussen leeftijdsgenoten aan andere instellingen die al in bedrijven of organisaties werken en daar heel waardevolle ervaring opbouwen.”
Saskia: “In een ideale wereld zou duaal leren bijvoorbeeld veel vroeger beginnen. Bedrijven kijken bovendien nog te vaak naar junior-, medior- en seniorprofielen. Maar ook dat model verandert. Iemand die vandaag heel goed met AI kan programmeren, kan onmiddellijk een competentie hebben die een bedrijf nodig heeft, terwijl iemand anders jaren praktijkervaring heeft die even essentieel is. Je moet die verschillende competenties samenbrengen.”
“We zitten echt op een scharniermoment in de rol van de universiteit”
Verandert daarmee ook het idee van een carrière?
Saskia: “Absoluut. Het klassieke model was: ik word geboren, ik studeer, ik haal een diploma, begin als junior, word medior en senior en ga uiteindelijk met pensioen. Zo werkt het niet meer. We moeten veel meer van functies naar rollen gaan. Dat betekent ook dat verschillende generaties elkaar nodig hebben. We hebben even goed boomers nodig als generatie X, Y en Z. De vraag is hoe je al die mensen en hun verschillende competenties inzet in het huidige systeem.”
Thomas: “En daarom mogen we ons ook niet beperken tot de competenties die studenten moeten hebben wanneer ze de universiteit verlaten. Misschien komen ze twee jaar later al terug om zich bij te scholen en nieuwe competenties te verwerven, omdat de arbeidsmarkt alweer veranderd is. We zitten echt op een scharniermoment in de rol van de universiteit. Hoe blijven we relevant voor mensen die afstuderen, maar ook voor mensen die tijdens hun loopbaan moeten blijven leren?”
Wat kunnen studenten die nu afstuderen zelf doen?
Saskia: “Er zijn vandaag heel veel mogelijkheden om ervaring op te doen. Je kunt deelnemen aan projecten, vrijwilligerswerk doen of aansluiten bij initiatieven buiten je opleiding. Daardoor kun je ook aan een werkgever aantonen dat je initiatief hebt genomen en ervaring hebt opgebouwd. Mijn boodschap zou zijn: spring op de trein en neem initiatief.”
Thomas: “Er zijn volgens mij nog nooit zoveel mogelijkheden geweest om bij te leren, ook buiten de universiteit. Wie vandaag een idee voor een start-up heeft, vindt enorm veel ondersteunende maatregelen en incubatoren. Ook via vrijwilligerswerk en maatschappelijke projecten kun je ervaring opbouwen. Een universitair diploma is al lang geen eindpunt meer. Net zoals wij als professoren verantwoordelijk zijn om relevant te blijven, is een afgestudeerde daar ook zelf verantwoordelijk voor. Je moet je blijven bijscholen en je kennis en competenties blijven ontwikkelen.”
Saskia: “In België hebben we die leercultuur nog onvoldoende. Levenslang leren klinkt voor veel mensen alsof ze niet alleen hun hele leven moeten werken, maar nu ook nog hun hele leven moeten leren. We moeten dat anders bekijken: leve het lang leren! Het is een opportuniteit om professioneel relevant te blijven, maar ook om als mens mee te kunnen blijven met de evolutie van de maatschappij.”
Bio
Thomas Crispeels is professor aan de VUB bij Business Technology and Operations en opdrachthouder Ondernemerschap. Hij onderzoekt technologie, innovatie, technologieoverdracht en ondernemerschap en doceert onder meer technologisch ondernemerschap. Als opdrachthouder werkt hij aan de verankering van ondernemerschap in onderwijs en onderzoek en aan het VUB-ecosysteem voor start-ups en innovatie.
Saskia Van Uffelen is voorzitter van de Belgian National Digital Skills and Jobs Coalition. Vanuit die rol houdt ze zich bezig met de impact van digitalisering en technologie op vaardigheden en de arbeidsmarkt. Tijdens de Academische Opening van de VUB brengt ze haar visie op technologie, talent en de arbeidsmarkt in het debat over de toekomst van het hoger onderwijs.
Zin om je eigen spin-off te creëren?
Met een doctoraat onder de arm heb je heel wat mooie kansen op de arbeidsmarkt, maar zoals Thomas en Saskia in bovenstaand interview uitleggen zijn er nog andere interessante trajecten om een carrière uit te bouwen. Een daarvan is zelf een spin-off creëren. Dat klinkt heel avontuurlijk en heeft natuurlijk wel wat voeten in de aarde, maar bij de VUB kun je rekenen op heel wat steun om dat tot een goed einde te brengen.
Op 6 oktober organiseert StartLab Academics – BUILD bijvoorbeeldde eerste sessie van dit nieuwe academiejaar. Dit volledig gratis ondersteunings- en coachingsprogramma richt zich op PhD- en postdoconderzoekers met een eerste idee of onderzoeksproject. Het eerste semester biedt een eerste kennismaking met ondernemerschap binnen de academische context. In het tweede semester gaan we concreter aan de slag met het eigen onderzoeksproject, met als doel te onderzoeken of het kan uitgroeien tot een spin-off en toe te werken naar een pitch en gevalideerd businessidee. Nog niet klaar voor het volledige traject? Je kunt ook enkel het eerste semester volgen als eerste kennismaking met academisch ondernemerschap.
Het volledige programma vind je op deze website.
Vragen? Neem gerust contact op met Program Manager Maarten De Ruyck.