Het kantoor van rector Jan Danckaert, op de bovenste verdieping van het Braemgebouw, baadt in de zon. Coco, de grijze mopshond van zijn dochter, wijkt met geen centimeter van zijn zijde en nestelt zich behaaglijk in de sofa tegen Danckaert aan. “Het is een geval van cohousing”, geeft hij aan. De helft van de tijd verblijft zijn dochters hond bij hem. En nu is het zijn week. Het interview werd afgenomen op vrijdag 18 september, enkele dagen voor de academische opening en dus ook vóór zijn openingsrede van vandaag. "Innovatie drijft groei aan en universiteiten willen daaraan bijdragen. Ik roep het beleid op om niet te besparen op onderzoek en innovatie.”

In het kort

  • Een tweede termijn met een sterk mandaat, maar ook met een besparingstraject van 24 miljoen euro.
  • AI als speerpunt: AI-geletterdheid, AI in de curricula en evaluaties met aandacht voor leerproces en eigen inbreng van studenten. 
  • Gelijke toegang tot krachtige AI-modellen en gepersonaliseerde AI-tutoren voor alle studenten, mét menselijke verantwoordelijkheid en begeleiding 
  • De campus is essentieel als leer- én leefomgeving.
  • De VUB groeit, maar financiering en infrastructuur volgen onvoldoende. 
  • De VUB is een pionierende universiteit in de hoofdstad van Europa met sterke Europese samenwerking, excellent onderzoek en dito spin-offs. Het innovatie-ecosysteem in Zellik wordt verder ontwikkeld. 

Jan Danckaert staat aan het begin van zijn tweede termijn van vier jaar als rector. Hij begint eraan met een sterk mandaat, maar ook in bijzonder moeilijke financiële omstandigheden. “Ik ben afgelopen lente verkozen voor een tweede termijn van vier jaar, met een duidelijk mandaat van de universitaire gemeenschap en bijna 80 procent van de stemmen”, zegt Danckaert. “Tijdens de rectorverkiezingen wisten we al dat we voor een moeilijke situatie stonden. Boven op een lopend besparingsplan van 10 miljoen euro kwamen de besparingen van de Vlaamse regering, die de Brusselse instellingen en de VUB in het bijzonder hard treffen. In totaal zitten we in een besparingstraject van 24 miljoen euro, dat we over meerdere jaren kunnen spreiden.
Dat is een bijzonder uitdagende context. Maar zoals ik tijdens de rectorverkiezingen ook heb gezegd: besparen is op zich geen visie. We moeten de VUB financieel gezond maken om daarna te blijven bouwen aan ons project “Een pionierende universiteit in de hoofdstad van Europa”. Onze vrijzinnig-humanistische waarden blijven daarbij ons kompas.”
Die gewijzigde context heeft zijn visie niet fundamenteel veranderd. Wel vraagt ze om een nieuwe balans tussen voortbouwen en vernieuwen. “Er is altijd een combinatie van continuïteit en vernieuwing. Dat zie je ook in de beleidsploeg: twee vicerectoren beginnen aan een tweede mandaat en twee worden vervangen. Die vernieuwing heeft deels met interne omstandigheden te maken, maar ook met veranderende externe factoren.”
Coco, die zich nu actief mengt in het interview en grommend van plezier de aandacht van de rector vraagt, wordt vriendelijk aan de deur gezet. “Zo zal het beter gaan”, glimlacht Danckaert, waarna hij onmiddellijk to the point komt.

AI: vier engagementen voor de toekomst
Een van de externe ontwikkelingen die de universiteit dwingt om snel te schakelen, is artificiële intelligentie (AI). In amper een jaar tijd is het landschap ingrijpend veranderd. Voor Danckaert biedt AI grote kansen voor onderzoek, maar verplicht de technologie de universiteit ook om haar onderwijs grondig te herdenken.
“Mijn openingsspeech zal vooral gaan over AI in het onderwijs. Dat betekent niet dat AI voor onderzoek minder belangrijk is. Integendeel: AI is een enorme versneller van wetenschappelijk onderzoek. Het helpt bij de ontwikkeling van immunotherapieën tegen kanker, nieuwe materialen en batterijen, betere klimaatmodellen… Het zou in sommige gevallen zelfs onethisch kunnen zijn om AI niet te gebruiken, omdat het de technologie maatschappelijke, economische en menselijke vooruitgang kan versnellen. Voor onderzoekers geldt wel: gebruik AI transparant en controleer de resultaten. Uiteindelijk blijft de onderzoeker verantwoordelijk voor wat zij of hij publiceert.
Anderzijds drijft een klein aantal private technologiebedrijven de AI-ontwikkeling aan. Dat doet macht over kennis en infrastructuur verschuiven van publieke instellingen naar ondernemingen. Dat verontrust mij.”

“Voor het onderwijs schuif ik vier concrete engagementen naar voren. Ten eerste moet iedere afgestudeerde AI-geletterd zijn, of het nu om een jurist, ingenieur, arts of psycholoog gaat. Iedereen moet AI binnen het eigen vakgebied correct en ethisch verantwoord kunnen gebruiken.
Ten tweede moeten we AI inbouwen in de vakken. AI kan er niet zomaar bovenop komen, want dan worden vaak al zware programma’s nog zwaarder.
Ten derde moeten we onze evaluatievormen aanpassen. We moeten de waarde van onze diploma’s beschermen en studenten correct kunnen beoordelen in een omgeving waarin AI soms onzichtbaar wordt gebruikt. Alleen controleren hoeveel van een tekst door AI is gegenereerd, lijkt mij geen duurzame oplossing. We moeten studenten tijdens het leerproces dat eraan vooraf gaat begeleiden, hun eigen inbreng zichtbaar maken en nagaan of zij het meesterschap over hun werk behouden.
Het vierde engagement ten slotte gaat over gelijke kansen. AI dreigt een nieuwe ongelijkheid te creëren tussen studenten die toegang hebben tot performante betalende modellen en studenten die dat niet hebben. Daarom werken we in het Learning and Innovation Center, dat we samen met de ULB uitbaten, aan een AI-café waar studenten toegang krijgen tot die performante modellen.”

Evalueren in tijden van AI
Tegelijk groeit de bezorgdheid over AI-systemen die autonomer en moeilijker controleerbaar worden. Voor Danckaert ligt de grens bij de menselijke verantwoordelijkheid. “Dat is een reële uitdaging, die ook door de bedrijven zelf wordt gesignaleerd. Je kunt zeggen dat zulke waarschuwingen de hype voeden, maar het probleem bestáát wel. De mens moet altijd de verantwoordelijkheid behouden en kúnnen behouden. Systemen moeten zo worden ontwikkeld dat de mens de eindbeslissing neemt. Dat geldt voor onderzoekers, die aan hun vakgenoten moeten kunnen uitleggen hoe hun resultaten tot stand kwamen, maar ook voor studenten.”

"Brussel blijft voor internationale studenten en onderzoekers een aantrekkelijke stad om te wonen, te studeren en te werken"

De uitdaging reikt verder dan het opsporen van AI-gebruik. Universitair onderwijs bevindt zich op het kruispunt van kennis, zelfstandig denken en kritisch inzicht. Ook dat diepere leerproces moet in de beoordeling een plaats krijgen. “Ik spreek liever over kennis en inzicht”, nuanceert Danckaert. “Die horen samen. Je kunt geen inzicht in een vakgebied verwerven zonder voldoende achtergrondkennis, maar kennis alleen volstaat evenmin. Daarom mogen we niet uitsluitend naar het eindresultaat kijken. We moeten het leerproces volgen, zien hoe de student evolueert en nagaan of die eigenaar blijft van dat proces. Dat is een belangrijke omslag in ons evaluatiebeleid en tegelijk een uitdaging in opleidingen met veel studenten. In veel richtingen bestaan al methodes om het proces te volgen. Bij een bachelor- of masterproef in een laboratorium zijn er bijvoorbeeld logboeken van de metingen. Je kunt dan zien hoe een student resultaten heeft verzameld, geïnterpreteerd en gepresenteerd.”

Centen, nieuwe kansen en structuren
Een ander heikel punt voor de rector en de Universiteit: de financiële sanering die al volop aan de gang is. De gevolgen daarvan zijn niet altijd zichtbaar van buitenaf, maar raken volgens Danckaert nu al rechtstreeks aan de werking en het personeel van de universiteit. “De personeelsbesparing treft vooral het administratief en technisch personeel. De minister heeft ons vijf jaar gegeven, maar we willen de ingreep niet volledig over die periode spreiden. De nadruk ligt op de eerste twee jaar. Het gaat om 14 miljoen euro en dat heeft een grote impact. We werken met natuurlijke uitstroom en een aanwervingsstop. Daarnaast loopt tot eind september een aanbod voor vrijwillig vertrek, eveneens gekoppeld aan een aanwervingsstop. Helaas hebben we ook al afscheid moeten nemen van mensen omdat we activiteiten stopzetten, met minder personeel uitvoeren of efficiënter organiseren.
We moeten over de interne structuren heen samenwerken. Structuren binnen een universiteit hechten sterk aan hun onafhankelijkheid, maar daardoor gebeurt soms hetzelfde werk op verschillende plaatsen. We moeten bekijken hoe we over die structuren heen beter kunnen samenwerken.”

Over vier jaar zal Danckaert zijn tweede termijn in de eerste plaats beoordelen op de financiële gezondheid van de VUB. Die is voor hem geen einddoel, maar de voorwaarde om als universiteit pionierend te blijven. “Ik wil de VUB financieel gezond maken, want alleen dan kunnen we pionierend blijven. Mijn beleidsplan gaat over een pionierende universiteit in de hoofdstad van Europa. Dat pionieren gebeurt in het onderwijs, onder meer via de vier engagementen rond AI, maar ook via de programma’s die we aanbieden. De VUB was als eerste met verschillende opleidingen, van informatica en criminologische wetenschappen tot recent de bachelor AI. Dat pionierende karakter moeten we behouden."
Ook de Brusselse context blijft belangrijk: “Met ‘in de hoofdstad van Europa’ positioneer ik de VUB niet alleen in Brussel, maar ook in de Europese ruimte die hier zeer tastbaar aanwezig is. De EUTOPIA-alliantie speelt daarin een belangrijke rol. We moeten ons op Europese schaal bewegen, zowel in onderwijs als in onderzoek. Onze onderzoekers doen het al bijzonder goed in Europese projecten en ERC-grants. In de laatste ronde kregen we vijf Starting Grants toegekend. Daarmee presteren we uitstekend tegenover Vlaamse en Europese partners en concurrenten.”
Het pionieren moet leiden tot economische en maatschappelijke valorisatie. “Dat is niet alleen een ambitie; we zijn er volop mee bezig. Het Researchpark in Zellik is een goed voorbeeld van die maatschappelijke valorisatie. We hebben er onlangs de eerste steen gelegd van een hoogtechnologisch gebouw waar Siemens Benelux zijn hoofdkwartier zal vestigen. Siemens wil deel uitmaken van zo’n innovatief ecosysteem en beschouwt de universiteit als een belangrijke partner. Het is een kerntaak van een universiteit om kennis uit onderzoek en laboratoria naar de samenleving te brengen. Ook vóór de ontwikkeling in Zellik had de VUB al spin-offs die uitgroeiden tot toonaangevende bedrijven, zoals Collibra, Ablynx en SoftKinetic. Op dat soort economische valorisatie via spin-offs zijn we trots.”

“Neem deel aan het campusleven”

Nieuwe besparingsrondes bij de Vlaamse en federale regering kunnen de financiële opdracht nog verzwaren. Danckaert volgt vooral de fiscale steun voor onderzoek, ontwikkelingssamenwerking en de pensioenhervormingen met bezorgdheid. “Die bezorgdheid leeft sterk. Ook federale maatregelen kunnen de universiteiten treffen. Zo bestaat er een fiscale regeling waarbij we een deel van de bedrijfsvoorheffing van onderzoekers mogen inhouden en opnieuw investeren in onderzoek. Er zijn voorstellen geweest om bepaalde disciplines uit de humane wetenschappen daarvan uit te sluiten. De rectoren hebben zich daartegen verzet. Dat specifieke voorstel lijkt van de baan, maar er kunnen andere besparingen volgen.
Daarnaast zijn we bezorgd over het pensioendossier. Als we academische loopbanen aantrekkelijk willen houden voor professoren en hoogopgeleide technici, moeten we een pensioen kunnen aanbieden dat voldoende vergelijkbaar is met dat in de privésector.”

Niet besparen op onderzoek en innovatie
“Wat de Vlaamse regering betreft, wil ik minister Demir aan haar woord houden dat er niet verder op onderwijs wordt bespaard. Ook van minister Diependaele, bevoegd voor Onderzoek en Innovatie, hopen we dat hij onderzoek en innovatie beschermt. Ze zijn motoren van economische groei. Als we besparingen beheersbaar willen houden, moet de economie sterker groeien, en innovatie kan die groei aandrijven. Universiteiten willen daaraan bijdragen. Daarom roep ik op om niet te besparen op onderzoek en innovatie.”

Aan het einde van het gesprek richt Danckaert zich rechtstreeks tot de studenten. Ook zij worden geconfronteerd met besparingen en strengere regels voor studietoelagen en studievoortgang. “Niet enkel de universiteit wordt door besparingen getroffen. Ook studenten voelen de gevolgen van strengere regels voor Vlaamse studietoelagen en van strengere maatregelen voor studievoortgang. Die studievoortgang is belangrijk en als universiteit hebben we geen marge: de regels worden decretaal opgelegd.
Ik roep studenten daarom op om naar de campus en de lessen te komen en volwaardig deel te nemen aan het campusleven. Dat is niet alleen een leerervaring, maar ook een levenservaring. Tegelijk hebben we onze eigen mechanismen voor studiefinanciering geconcentreerd en geheroriënteerd, zodat we studenten die uit de boot vallen zo gericht mogelijk kunnen helpen hun studies voort te zetten.”

Academische Opening

De campus als leer- en leefomgeving
AI zet nu ook het klassieke hoorcollege met honderden studenten onder druk, met soms minder aanwezigheden van de studenten, die andere kanalen zoeken om aan hun informatie te komen. Danckaert ziet anderzijds mogelijkheden om studenten veel persoonlijker te begeleiden. “Tijdens de rectorcampagne bezocht ik een aantal grote auditoria om studenten op te roepen deel te nemen aan de rector- en studentenraadsverkiezingen. Het viel mij op hoe dun bezet sommige auditoria na de paasvakantie waren. Studenten haken massaal af bij dat soort lessen. Waar ik van droom, is een gepersonaliseerde tutor in een AI-omgeving voor iedere student. Zo’n omgeving kent de sterke punten en eventuele lacunes van de student. Wie door het lerarentekort in het secundair onderwijs maandenlang geen wiskunde of Frans heeft gehad, kan dat aangeven en gericht worden geremedieerd. Persoonlijke begeleiding voor elke student is onmogelijk, maar een AI-omgeving kan daarbij helpen. Menselijke intervisie blijft wel noodzakelijk om te controleren of de student en het systeem op het juiste spoor zitten.
Ook in het secundair en lager onderwijs bestaan plannen voor zulke experimenten. We kunnen daarbij leren van projecten in Afrikaanse landen, waar door een gebrek aan klassieke hulpmiddelen, maar dankzij toegang tot mobiele technologie en AI, al dergelijke systemen zijn getest.”

Lege auditoria roepen onvermijdelijk herinneringen op aan de coronaperiode. Danckaert zag van dichtbij hoe belangrijk digitale vernieuwing én fysieke ontmoeting zijn. “Ik was tijdens de coronaperiode vicerector Onderwijs en Studentenbeleid en heb die periode intens beleefd. Week na week beslisten we samen met de betrokkenen, decanen en opleidingen welke onderwijsvormen mogelijk waren. Een studentenvertegenwoordiger zei later dat studeren voor hem ieder jaar een andere leerervaring was geweest: eerst tijdens corona, daarna in de post-coronaperiode met de herontdekking van fysieke interactie op de campus, en vervolgens met de intrede van AI. De coronaperiode heeft ons digitaal een sprong vooruit doen maken, maar de campuservaring blijft essentieel. Studenten leren niet alleen van de professor of assistent vooraan, maar ook van elkaar, door samen na te denken, te discussiëren en hulp te zoeken. We moeten daarom sterker inzetten op een authentieke campuservaring die zowel een leerervaring als een levenservaring is.”

Internationalisering blijft een must
De start van het academiejaar wordt overschaduwd door de situatie van studenten uit Gaza die op een visum voor België wachten. Danckaert is daar duidelijk over. “Alle Belgische rectoren zitten op dezelfde lijn: we zijn boos en verontwaardigd. Er worden koppelingen gemaakt met asiel, migratie en gezinshereniging, maar die dossiers zijn hier niet aan de orde. Het gaat om dertien studenten die een beurs hebben gekregen met middelen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Die studenten moeten, zoals iedereen, een visumaanvraag indienen, maar kunnen dat door omstandigheden buiten hun wil niet fysiek doen. De Belgische regering moet hun de mogelijkheid bieden die aanvraag te voltooien, zodat ze hun studiebeurs kunnen opnemen, hier kunnen studeren en de opgedane kennis later ten dienste kunnen stellen van hun regio, net als al die andere studenten uit andere landen en regio’s die hier de kans krijgen om te studeren. Dat is het standpunt van alle Belgische rectoren en van andere betrokken instellingen.”

"Het is een kerntaak van een universiteit om kennis uit onderzoek en laboratoria naar de samenleving te brengen"

In een bredere internationale context wil de VUB ook een toevluchtsoord zijn voor studenten en onderzoekers uit landen waar het vrije onderzoek onder druk staat. De internationale aantrekkingskracht van Brussel en de VUB blijft groot. “Dat is moeilijk uit de globale statistieken af te leiden. De VUB trekt studenten uit meer dan honderd nationaliteiten, landen en culturen aan. Ondanks de beslissing van de Vlaamse regering om niet-Europese studenten niet langer te subsidiëren, waardoor we het inschrijvingsgeld stapsgewijs verhogen, zien we opnieuw een stijging van het aantal niet-EER-studenten. Brussel blijft voor internationale studenten en onderzoekers een aantrekkelijke stad om te wonen, te studeren en te werken.
Twee jaar geleden heb ik in internationale media onderzoekers opgeroepen om Europa, en de VUB in het bijzonder, te overwegen wanneer hun onderzoek wordt belemmerd of hun financiering wegvalt. Met steun van de Helios Foundation konden we binnen klimaat en duurzaamheid vier onderzoekers selecteren uit ongeveer honderd geïnteresseerden. Twee komen voltijds op onze campus werken; twee nemen een mandaat van 10 procent op en behouden daarnaast een band met de Verenigde Staten.”

Groei, met de nadruk op STEM
Ook de totale studentenpopulatie blijft groeien. De voorlopige inschrijvingscijfers bevestigen volgens Danckaert de stijgende trend van de voorbije jaren, al legt die groei tegelijk extra druk op de financiën. “Het zijn voorlopige cijfers”, benadrukt Danckaert. “We zouden opnieuw met ongeveer 5 tot 6 procent groeien, een tempo dat we al meer dan tien jaar volhouden. Dat bewijst dat studenten de VUB aantrekkelijk vinden. Tegelijk is die groei een van de oorzaken van onze financiële problemen. De middelen voor extra personeel en infrastructuur volgen pas met veel vertraging en slechts gedeeltelijk. Daarom zaten we al in een besparingsplan van 10 miljoen euro: onze kosten, en vooral de personeelskosten, stegen sneller dan onze inkomsten. We proberen de academische sectoren onderwijs en onderzoek zoveel mogelijk te sparen en leggen de nadruk op efficiëntere administratieve en technische ondersteuning.”

De VUB wil als sterkhouder inzetten op STEM-richtingen. Daar is het beeld van die groei voorlopig niet eenduidig. Sommige opleidingen winnen studenten, terwijl andere terrein verliezen. “Ik zie op basis van de voorlopige cijfers nog geen duidelijke kentering. Sommige STEM-opleidingen groeien, ook binnen faculteiten met zorgopleidingen en een sterke STEM-basis, terwijl andere opleidingen in de wetenschappen achteruitgaan. Mijn indruk is dat we er in Vlaanderen en Brussel niet in slagen de vijver van STEM-studenten groter te maken. Winst in de ene opleiding lijkt vaak gepaard te gaan met verlies in een andere. Bij de hogescholen zouden STEM-opleidingen wel sterk in de lift zitten. Voor de VUB is het beeld gemengd; een algemene stijging zie ik niet.”

De dalende Vlaamse scores in internationale onderwijsonderzoeken (PISA) voeden de bezorgdheid over de voorkennis van beginnende studenten. Danckaert waarschuwt voor overhaaste conclusies, maar ziet wel een uitgesproken grootstedelijke uitdaging. Volgens de rector is het nog te vroeg voor conclusies: “Te vroeg ook om de impact van recent beleid al in zulke scores te zien. We zouden daarvoor naar de resultaten van start- en ijkingstoetsen over een langere periode moeten kijken. Ik kan daar nu geen op feiten gebaseerd uitsluitsel over geven. Wat we wel zien, is dat studenten in de Brusselse grootstedelijke context gemiddeld minder goed scoren op start- en ijkingstoetsen dan studenten uit andere regio’s. Dat heeft wellicht onder meer te maken met het lerarentekort en met de grote verschillen tussen scholen. Die grootstedelijke context merken we in Brussel het eerst en het sterkst, maar hij wordt ook in Antwerpen en andere grote steden zichtbaar.”

Kick off 2026