AI verandert het werk van vertalers en tolken snel. Maar volgens VUB-hoofddocent Koen Kerremans maakt technologie menselijke taalexpertise niet overbodig. Integendeel: hoe meer AI kan, hoe belangrijker het wordt om de juistheid en geschiktheid van die output voor een concrete situatie te kunnen beoordelen. De taalprofessional van morgen combineert sterke talige en culturele competenties met het vermogen om technologie kritisch in te zetten en mee de regie te voeren over meertalige communicatie.
Artikelenreeks
AI verandert werk. Hoe verandert het onderwijs?
Artificiële intelligentie zal de manier waarop we werken ingrijpend veranderen. Maar wat betekent dat voor studenten die vandaag aan hun loopbaan bouwen? In deze reeks vertellen VUB-professoren hoe AI hun vakgebied beïnvloedt, welke competenties in de toekomst belangrijk worden en hoe opleidingen zich aanpassen aan een arbeidsmarkt in volle verandering.
Is er nog plaats voor vertalers op de arbeidsmarkt van morgen?
Koen Kerremans: “Zeker. Er blijft behoefte aan vertalingen. Dankzij technologie, en meer recent generatieve AI, worden de mogelijkheden om te vertalen alleen maar groter. Voor bedrijven verlaagt AI bijvoorbeeld de drempel om productinformatie sneller en goedkoper in andere talen aan te bieden en zo gemakkelijker buitenlandse klanten te bereiken. Menselijke vertalers blijven nodig om te beoordelen of die informatie correct is en aansluit bij de taal en cultuur van de doelgroep. Hierbij verschuift hun rol. Vertalers werken al langer met vertaalgeheugens, terminologiebanken en machinevertaling. Vandaag krijgt een vertaler steeds vaker een voorvertaalde tekst om te post-editeren: de output controleren en waar nodig corrigeren. Daardoor verschuift het werk gedeeltelijk van puur vertalen naar controleren, reviseren en verifiëren. Maar daarvoor heb je nog altijd een zeer goede taalbeheersing en domeinkennis nodig.”
Waarin is een menselijke vertaler sterker dan AI?
“AI kan heel veel van wat zichtbaar is in taal verwerken: woorden, zinnen en steeds meer ook de bredere context. Maar communicatie bestaat uit meer dan dat. Er zijn communicatieve intenties, registers, culturele verschillen en specifieke verwachtingen van een klant. Dat zijn zaken die voor een AI niet altijd zichtbaar zijn. Culturele en situationele kennis helpt een taalprofessional om zulke impliciete communicatienoden te herkennen. Een AI-vertaling kan taalkundig correct zijn, maar toch niet geschikt zijn voor de context waarin hij moet worden gebruikt. De menselijke vertaler beoordeelt daarom of de vertaling klopt en ook geschikt is voor de doelgroep.”
“Een AI-vertaling kan taalkundig correct zijn, maar toch niet geschikt zijn voor de context waarin hij moet worden gebruikt.”
Wanneer is dat niet het geval?
“Soms krijg je te maken met wat we false fluency noemen: een tekst die heel vlot leest, maar inhoudelijk toch fouten bevat. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij gespecialiseerde terminologie. Een taalmodel kan een technisch concept heel overtuigend vertalen zonder dat het resultaat correct is. In zulke gevallen kan een vertaler meer werk hebben aan de controle dan wanneer die vanaf het begin met een betrouwbaar vertaalgeheugen of een gevalideerde terminologische databank had gewerkt. Sneller tekst produceren betekent dus niet automatisch efficiënter vertalen.”
Wat is de impact van AI op de job van een tolk?
“Ook hier is het niet zwart-wit. Tolken kunnen AI gebruiken om zich op een opdracht voor te bereiden, bijvoorbeeld door informatie over het onderwerp en relevante vaktermen te verzamelen. Daarnaast wordt er volop geëxperimenteerd met spraakvertaling en automatische ondertiteling, bijvoorbeeld in onlinevergaderingen. In goed afgebakende situaties kan dat bruikbaar zijn, maar in echte, complexe of risicovolle gesprekken kan je niet zomaar aannemen dat die systemen betrouwbaar genoeg zijn om zomaar de menselijke tolk te vervangen.
Denk bijvoorbeeld aan een arts in gesprek met een anderstalige patiënt. Als een boodschap verkeerd wordt vertaald, kan dat grote gevolgen hebben. Bovendien spelen emoties en intenties een belangrijke rol. Een patiënt zegt misschien niet dat iets onduidelijk is, maar aarzelt of antwoordt ontwijkend. Een tolk kan zulke signalen opmerken en om verduidelijking vragen, zonder zelf in te vullen wat de patiënt bedoelt. Ook non-verbale communicatie draagt bij aan betekenis.
AI-systemen zijn doorheen de jaren steeds beter geworden in het meenemen van context, maar niet alle relevante informatie uit een gesprek en de situatie bereikt het systeem. Een vlotte automatische vertaling garandeert daarom nog geen geslaagd gesprek.”
Hoe betrouwbaar zijn de huidige systemen?
“Dat hangt sterk af van de talencombinatie en het domein. Je kan niet zeggen: dit is vandaag het beste AI-vertaalsysteem. Wat goed werkt voor Engels-Nederlands in een bepaald domein, hoeft niet goed te werken voor een andere talencombinatie of een ander onderwerp. Veel hangt af van de data waarmee zo’n model is getraind. Garbage in, garbage out: als er veel ruis of onvoldoende kwaliteitsvolle data in een model zitten, zal je dat ook in de output zien. Dat geldt ook voor talen. Sommige talen zijn veel sterker vertegenwoordigd in de trainingsdata van AI-modellen dan andere. Engels neemt in veel modellen een dominante plaats in. Voor zogenaamde low-resource languages, zoals Tigrinya en Pasjtoe, zijn veel minder digitale taaldata beschikbaar. Daardoor zijn de systemen voor die talen vaak minder betrouwbaar. Het Nederlands beschikt over relatief veel digitale taaldata, maar is in veel modellen minder sterk vertegenwoordigd dan het Engels. Ook binnen één taal zijn er verschillen. Denk bijvoorbeeld aan Belgisch-Nederlands en Nederlands-Nederlands. Als één variëteit veel sterker vertegenwoordigd is in de data, kan die ook de output domineren. Daarnaast kunnen modellen culturele of maatschappelijke vooroordelen uit hun trainingsdata reproduceren.”
“Je kan niet zeggen: dit is vandaag het beste AI-vertaalsysteem. Veel hangt af van de data waarmee zo’n model is getraind.”
Krijgen taalprofessionals daardoor een nieuwe rol?
“Dat denk ik wel. Vanuit het werkveld krijg ik soms de vraag: welk is nu het beste systeem? Als taalprofessional moet je mee kunnen adviseren welk systeem geschikt is voor een bepaalde opdracht. Niet elke tekst moet bijvoorbeeld naar hetzelfde grote taalmodel. Soms is een kleiner of meer gespecialiseerd model geschikter. In sommige gevallen kan het zelfs interessant zijn om een model aan te passen met kwaliteitsvolle data uit de organisatie zelf. Daarbij moet je ook rekening houden met vertrouwelijkheid en gegevensbescherming. Daar ligt volgens mij een belangrijke toekomstige rol voor taalprofessionals: niet alleen output produceren, maar ook mee bepalen welke technologie je gebruikt, hoe je die inzet en hoe je de kwaliteit bewaakt.”
Zijn er sectoren waarin AI moeite heeft om over te nemen?
“Hypergespecialiseerde domeinen blijven zeker uitdagend. Maar literaire vertaling is ook een sprekend voorbeeld. Literaire vertaling is een kunst op zich. In literatuur zit de denkwijze van een auteur, een historische context, een bepaald genre, beeldspraak en ritme. Dat zijn allemaal lagen die veel moeilijker te vatten zijn in een automatische vertaling. De vertaler probeert die gelaagdheid te herscheppen en bij nieuwe lezers een vergelijkbare literaire beleving op te roepen. Daar kan de menselijke vertaler echt een verschil maken.”
Hoe past de opleiding zich aan deze snelle technologische verandering aan?
“Onze kern blijft dat we studenten vormen tot geavanceerde taalgebruikers met een diepgaand inzicht in cultuur en communicatie. Technologische competenties bouwen voort op sterke taalvaardigheid en culturele kennis. Ze vervangen die basis niet. Studenten moeten ook begrijpen hoe AI-systemen werken, wat hun beperkingen zijn en hoe je hun output kritisch beoordeelt. In de bacheloropleiding Toegepaste Taalkunde hebben we daarom bijvoorbeeld een vak rond taal en AI, waarin studenten leren wat er onder de motorkap van zulke systemen gebeurt. In de masteropleiding is er aandacht voor meertaligeAI en taaltechnologieën. Studenten passen die kennis ook toe in de vertaal- en tolkworkshops. Ze leren hun keuzes te verantwoorden: waarom gebruiken ze een bepaalde toepassing en welke controles zijn nodig?”
“Studenten moeten ook begrijpen hoe AI-systemen werken, wat hun beperkingen zijn en hoe je hun output kritisch beoordeelt.”
Waarom zou ik vandaag voor een opleiding tot vertaler of tolk kiezen?
“Onze studenten worden vandaag opgeleid tot meertalige taalprofessionals die inzicht hebben in meertalige communicatie, technologie en de maatschappelijke context waarin taal wordt gebruikt. Ze leren niet alleen vertalen en tolken, maar ook nadenken over de vraag wanneer technologie verantwoord kan worden ingezet en hoe je de kwaliteit van meertalige communicatie bewaakt. Niet alleen ‘human in the loop’, maar eigenlijk ‘human in control’: de mens blijft aan het stuur. Vanaf academiejaar 2027-2028 worden de huidige masteropleidingen Vertalen en Tolken bovendien samengevoegd tot één Master of Arts in Vertalen en Tolken. Die keuze sluit aan bij de praktijk, waar vertalers en tolken steeds vaker verschillende rollen combineren. We bereiden studenten niet alleen voor op bestaande taken, maar leren hen ook kritisch omgaan met nieuwe ontwikkelingen.”
Bio
Koen Kerremans is hoofddocent aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB), verbonden aan de bacheloropleiding Toegepaste Taalkunde en de masteropleiding Vertalen. Hij doceert onder meer onderzoeksmethodes, terminologie en vertaaltechnologie (incl. meertalige AI). Zijn onderzoek verbindt terminologie en gespecialiseerde kennisoverdracht, taaltechnologie en generatieve AI, en meertalige communicatie in de publieke dienstverlening. Kerremans is verbonden aan de onderzoeksgroep Brussels Centre for Language Studies (BCLS).
In het kort
- AI verandert het werk van vertalers en tolken grondig, maar sterke talige en culturele competenties blijven de basis voor het begrijpen, beoordelen en begeleiden van meertalige communicatie.
- Vooral gespecialiseerde, gevoelige en complexe communicatie blijft moeilijk volledig te automatiseren.
- De kwaliteit van AI-vertaling hangt sterk af van de beschikbare data, talencombinatie en context. Talen waarvoor weinig digitale data beschikbaar zijn, blijven een belangrijke uitdaging.
- De taalprofessional van de toekomst is niet alleen vertaler of tolk, maar ook expert in het selecteren, beoordelen en verantwoord inzetten van taaltechnologie.
- De VUB integreert AI en taaltechnologie steeds sterker in de opleidingen en evolueert vanaf 2027-2028 naar een geïntegreerde Master of Arts in Vertalen en Tolken.
Academische Opening 2026-2027
Hoe bereiden we jongeren voor op een wereld waarin artificiële intelligentie en technologische verandering steeds meer impact hebben? Die vraag staat centraal tijdens de Academische Opening van de VUB op dinsdag 22 september in Aula Q op de campus in Etterbeek. Onder de noemer Artificial Age. Authentic Education? brengt de universiteit studenten, onderzoekers, docenten, beleidsmakers en maatschappelijke partners samen voor een debat over de toekomst van onderwijs, kennis en samenleving.
Ook op 22 september: VUB Kick-Off
Dit jaar vinden de Academische Openingsceremonie en de VUB Kick-Off op dezelfde dag plaats op de campus in Etterbeek. De Kick-Off is het jaarlijkse onthaalmoment waarmee studenten het nieuwe academiejaar inzetten. De campus komt die dag volledig tot leven met standen van VUB-diensten, studentenverenigingen en Brusselse organisaties. Studenten kunnen er kennismaken met het aanbod op en rond de campus, medestudenten ontmoeten en deelnemen aan verschillende activiteiten.