‘België behoort tot de Europese top in kankerimmunotherapie, maar dreigt zijn voorsprong te verliezen als investeringen in universitair onderzoek, innovatie en infrastructuur onder druk blijven staan’, schrijft Karine Breckpot van het Translational Oncology Research Centre van de VUB. ‘Om wetenschappelijke doorbraken sneller tot bij de patiënt te brengen, zijn meer ondersteuning voor translationeel onderzoek, aangepaste regelgeving en duurzame financiering noodzakelijk.’
België behoort vandaag tot de Europese koplopers op het vlak van kankerimmunotherapie. Dankzij een unieke samenwerking tussen universiteiten, ziekenhuizen, biotechbedrijven en overheden is ons land uitgegroeid tot een vruchtbare voedingsbodem voor wetenschappelijke doorbraken, innovatieve klinische studies en nieuwe behandelingen voor patiënten met kanker. Ook aan de Vrije Universiteit Brussel speelt het Translational Oncology Research Centre (TORC) hierin een voortrekkersrol, met internationaal gerenommeerde expertise in immuunoncologie. Maar een sterke positie vandaag garandeert geen leiderschap morgen.
De fundamentele vraag is niet langer of immunotherapie werkt. Die vraag is inmiddels overtuigend beantwoord. De uitdaging bestaat er nu in om nieuwe wetenschappelijke inzichten sneller, efficiënter en betaalbaar tot bij de patiënt te brengen. Net daarin dreigt België achterop te raken.
Die uitdaging wordt des te urgenter nu de onderzoeksfinanciering aan Vlaamse universiteiten onder druk staat. Op een moment waarop immunotherapie, geavanceerde therapieën en biotechnologie wereldwijd worden erkend als strategische sectoren voor economische groei én volksgezondheid, dreigt België de basis te verzwakken waarop toekomstige medische doorbraken rusten. Wetenschappelijke excellentie alleen volstaat niet. Ze moet worden ondersteund door duurzame investeringen in onderzoekers, infrastructuur en langetermijnonderzoek. Besparingen leveren misschien een tijdelijke budgettaire winst op, maar dreigen op termijn veel duurder uit te vallen: minder innovatie, minder internationale concurrentiekracht en minder patiënten die kunnen profiteren van ontdekkingen die in België zijn ontwikkeld.
De meerwaarde van academisch onderzoek reikt bovendien verder dan de ontwikkeling van volledig nieuwe geneesmiddelen. Universitaire onderzoekers spelen ook een cruciale rol in het optimaliseren van bestaande behandelingen. Zo heeft onderzoek vanuit de VUB en het TORC mee aangetoond dat patiënten met uitgezaaid melanoom die een complete respons bereiken, niet noodzakelijk jarenlang immuuncheckpointremmers hoeven te blijven krijgen.
“Besparen op onderzoek levert vandaag misschien winst op, maar kost morgen innovatie, concurrentiekracht en patiëntenkansen”
Een eerste prioriteit is een sterkere ondersteuning van translationeel immunotherapieonderzoek. Vandaag gaapt er nog te vaak een kloof tussen fundamenteel onderzoek en klinische toepassing. Veelbelovende innovaties stranden in deze zogenaamde ‘valley of death’, omdat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor biomarkerontwikkeling, proof-of-conceptstudies of vroege klinische proeven. België moet gerichte investeringen voorzien die onderzoekers, artsen en technologieontwikkelaars samenbrengen en innovaties helpen doorgroeien tot concrete behandelingen. Alleen zo kunnen Belgische ontdekkingen uitmonden in Belgische therapieën. Deze onafhankelijke academische studies vormden mee de wetenschappelijke basis voor de recente ESMO-richtlijnen over de optimale behandelingsduur van anti-PD-1-immunotherapie. Momenteel loopt bovendien onderzoek naar behandeling met lagere dosissen anti-PD-1-therapie, met als doel dezelfde werkzaamheid te behouden terwijl toxiciteit, behandellast en kosten verder worden beperkt. Dergelijk onderzoek creëert maatschappelijke meerwaarde: het maakt innovatieve therapieën niet alleen effectiever, maar ook duurzamer en toegankelijker.
Daarnaast moeten ook de regelgeving en terugbetalingsmechanismen gelijke tred houden met de wetenschappelijke vooruitgang. Nieuwe therapieën, zoals celtherapieën, gepersonaliseerde vaccins en geavanceerde immuuntechnologieën, passen niet langer binnen de klassieke beoordelingskaders. Hoewel de Europese regelgeving ruimte biedt voor patiëntspecifieke behandelingen via een ziekenhuisvrijstelling, hanteert België vandaag een bijzonder restrictieve interpretatie. Andere landen, zoals Spanje, slagen er wel in om academische ziekenhuizen innovatieve celtherapieën, waaronder CAR-T-behandelingen, te laten ontwikkelen en aanbieden. België zou zich moeten positioneren als een Europese voortrekker in adaptieve regelgeving, vroegtijdige wetenschappelijke begeleiding en resultaatgerichte terugbetaling. Patiënten mogen niet jarenlang moeten wachten op therapieën die in hun eigen land zijn ontwikkeld. Ten slotte is een strategische investering nodig in infrastructuur en klinische vertaling. Geavanceerde immunotherapieën vereisen gespecialiseerde productiefaciliteiten, klinische expertise, biobanken, digitale platformen en hoogopgeleid personeel. Dat vraagt om een gecoördineerde nationale aanpak waarbij productiecapaciteit wordt uitgebreid, klinische onderzoeksnetwerken worden versterkt en gedeelde infrastructuur tussen academische centra wordt uitgebouwd. Zulke investeringen versnellen niet alleen innovatie, maar maken België ook aantrekkelijker voor internationale samenwerkingen en private investeringen.
België beschikt over alle troeven om een leidende rol te blijven spelen in de volgende generatie kankerbehandelingen: wetenschappelijke expertise, ondernemerschap, talent en een sterke cultuur van samenwerking. Die expertise vertaalt zich niet alleen in de ontwikkeling van nieuwe therapieën, maar ook in onafhankelijk onderzoek dat bestaande behandelingen veiliger, doelmatiger en betaalbaarder maakt. Juist dat type academisch onderzoek bepaalt internationale richtlijnen en zorgt ervoor dat innovaties maximaal ten goede komen aan patiënten én aan de duurzaamheid van onze gezondheidszorg. De vraag is niet of we dat potentieel hebben. De vraag is of we bereid zijn de strategische keuzes te maken die nodig zijn om wetenschappelijke excellentie om te zetten in blijvende maatschappelijke impact.
De patiënten van morgen verdienen dat antwoord vandaag.
Bio
Karine Breckpot is immunologe en professor Biomedische Wetenschappen. Ze schrijft dit stuk namens het Translational Oncology Research Centre van de Vrije Universiteit Brussel.