Carrousel
Terwijl zowat elke EU-lidstaat zich opmaakt om onder hoge tijdsdruk een dergelijk huzarenstukje van handelsbesprekingen af te ronden, worstelt België met interne problemen. Door de nieuwe deelstaatregeringen en de herschikking van de federale regering in lopende zaken is een grote carrousel van politiek personeel en kabinetten op gang gekomen. Daardoor is veel brexitdossierkennis verloren gegaan en driegt een gebrek aan continuïteit.
Net op het ogenblik dat het strategospel in Wetstraatkringen naar een hoogtepunt gaat, dient zich een monsterdossier aan waarbij de bestuursniveaus nauw moeten samenwerken om de collectieve Belgische belangen te verdedigen. Dat ons land slechts matig heeft geïnvesteerd in administratieve brexitvoorbereidingen dreigt ons ook te achtervolgen. Tot overmaat van ramp moeten net als bij het CETA-handelsakkoord met Canada onze deelstaatparlementen minsten een deel van het vrijhandelsakkoord ook goedkeuren. Wat kan er misgaan?
Dat bij de brexit voor ons land bijzonder veel op het spel staat, spreekt haast voor zich. Doordat het VK voor onze economie de vierde belangrijkste klant is, is ons land bijzonder gevoelig voor alles wat die handelsrelatie kan verstoren. De economische pijn die de brexit veroorzaakt, zal ons hard treffen, eerst in de (hoofdzakelijk Vlaamse) exportcijfers en vervolgens in verminderde belastinginkomsten en een verder oplopend begrotingstekort.
De brexit zet de fundamenten van de Belgische internationale positie op losse schroeven. Het vertrek van het VK toont glashelder aan dat de Europese constructie weer kan ontrafelen en verzwakken.
Driehoeksrelatie
Bovendien staan meer dan alleen economische belangen op het spel. Het is geen toeval dat België tientallen jaren geleden een groot pleitbezorger van het Europese lidmaatschap van het VK was. Dat strookte met de diplomatieke logica alle Europese spelers in hetzelfde, op regels gebaseerde systeem te betrekken en de polariserende dualiteit van de Frans-Duitse as te vervangen door een meer evenwichtige driehoeksrelatie. Dat het VK samen met de Verenigde Staten mee garant stond voor onze nationale veiligheid was daar wellicht niet vreemd aan.
Ten gronde zet de brexit de fundamenten van de Belgische internationale positie op losse schroeven. Het vertrek van het VK toont glashelder aan dat de Europese constructie weer kan ontrafelen en verzwakken. Voor een Belgische overheid die zich verregaand van Europese eenmaking afhankelijk heeft gemaakt is dat niets minder dan een nachtmerriescenario.
Onze overheden hebben er bijgevolg alle belang bij de nodige beleidsinstrumenten te mobiliseren om samen met de andere lidstaten de Europese Commissie richting te geven en maximaal te kunnen wegen op de nieuwe handelsrelatie met het VK. Daarna wacht de structurelere opdracht de Belgische afhankelijkheid van al te rooskleurige toekomstige scenario’s af te bouwen en opnieuw te leren omgaan met machtspolitiek. In de internationale omgeving die in 2020 opdoemt, zijn lopende zaken uit den boze.