De Europese eenmaking staat op een kruispunt en Brussel kan daarbij een cruciale rol spelen, betoogt socioloog Eric Corijn in zijn nieuwe boek 'De Verenigde Steden van Europa'.

Lees het volledige opiniestuk in Bruzz

Alle democratie-indexen staan op rood. Overal waait een conservatief nationalistische wind, met autoritaire trekken en met een verengd cultuurmodel. De weerstand komt uit de steden. Die baden immers in multicultuur, diversiteit en uitwisseling. De spanning tussen stedelijkheid en nationaliteit zal nog oplopen. De Europese eenmaking staat daarbij op een kruispunt. De stad die het meest door het Europese proces wordt beïnvloed, is ongetwijfeld Brussel. In totaal hebben 38 organisaties van de Europese Unie hun zetel of een verbindingsbureau in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, evenals 8 agentschappen en centra die verbonden zijn met de NAVO, 25 programma's en agentschappen van de Verenigde Naties en ongeveer 32 andere intergouvernementele organisaties van verschillende omvang. In totaal werken bijna 50.000 mensen voor Europese en internationale organisaties in Brussel. Die internationale aanwezigheid genereert tot 20 procent van de Brusselse economie en tot 23,2 procent van de regionale werkgelegenheid, ofwel meer dan 162.000 banen. Er zijn 33 internationale scholen met meer dan 25.000 leerlingen.

De politieke hoofdstad van de EU zijn voegt zich bij de al oudere diversiteit in Brussel. Nu heeft 80 procent van de bevolking een buitenlandse achtergrond en is twee derde van de huishoudens taalgemengd. Zo werd Brussel de meest diverse stad van Europa. En toch blijft het officiële Brussel een stadsgewest met twee eentalige gemeenschappen en negentien zelfstandige gemeenten. En net die mismatch tussen de stedelijke sociologie en de Belgische institutionele uitbeelding ervan heeft geleid tot de politieke blokkering en een 'we zullen zien'-beleid.

Brussel heeft dus nood aan een hernieuwde discussie over visie, verbeelding en representatie. Vandaag is de stad te veel opgedeeld in gemeenschappen, etnische groepen, religieuze groepen en taalgroepen. Er bestaat nauwelijks een gedeelde visie over burgerschap. Dat is nodig om de verdeeldheid te overstijgen. Het zou het thema kunnen zijn vanaf 2027, wanneer Brussel-Stad Europese Hoofdstad van de Democratie wordt. Verbeelding, kunst en cultuur zouden dan een meer centrale plaats in het beleid moeten krijgen.

"In Brussel bestaat nauwelijks een visie over gedeeld burgerschap"

Dat zijn de drie fasen van een cultuurbeleid voor elke multiculturele en diverse stad. Alle culturen van de stad moeten eerst zichtbaar worden gemaakt, en niet alleen de staatscultuur of die van de dominante groepen. Er is belangrijk werk nodig om de stedelijke diversiteit in haar geheel te documenteren en te valoriseren. Daarna komt de tweede fase: het levende laboratorium van de stad moet interculturele interacties, vruchtbare combinaties en veelbelovende mengvormen testen. In Brussel zijn samenwerkingen, mengvormen, ondertiteling en coproducties al gangbare praktijken. De kunsten zijn verenigd in RAB-BKO (Réseau des Arts à Bruxelles en Brussels Kunstenoverleg). Ze hebben al geleid tot wereldwijde successen, zoals Zap Mama, Stromae of Anne Teresa De Keersmaeker. Maar er zijn ook nog heel veel silo's.

Territoriale kwesties

En tot slot komt het moeilijkste. Diversiteit tonen en wederzijdse inspiratie illustreren, behoren namelijk tot de gangbare praktijken van de artistieke sector in de meeste steden. Maar het moeilijkste is een inclusief gedachtegoed opbouwen dat de basis kan vormen voor een stedelijk burgerschap dat zich inzet voor het gezamenlijke stadsproject. Om dat project te laten slagen, vormt de communautaire organisatie een obstakel: zij wil geen expressie die gebaseerd is op diversiteit, laat staan op intercultuur. Cocof en de VGC overleggen niet over een gezamenlijke stad. In Brussel blijft het communitarisme, en dus de apartheid, de regel. De opbouw van dit inclusieve verhaal vindt niet eens vooral plaats op cultureel of religieus gebied, maar eerder op het vlak van territoriale kwesties, gemeenschappelijke ruimtelijke ordening, mobiliteit en lokale diensten. Daarom zijn stedelijke artistieke praktijken best verankerd in het grondgebied en gericht op kwesties en plaats-maken. Het samen stad maken gebeurt vooral in de publieke ruimte. Daar is nood aan een gedeelde cultuur. En dat vergt beleid.

Jammer dat de kandidatuur van Molenbeek for Brussels 2030 niet is weerhouden. Om alsnog de culturele hoofdstad van Europa te worden, en bij te dragen tot de Europese integratie, moet een nieuw project civiek worden uitgewerkt. De stad biedt alle nodige ingrediënten. De ervaring met het veldwerk ter voorbereiding van de kandidatuur toont aan dat het mogelijk is. Nu moet die methode worden uitgebreid naar het hele grondgebied, moet het communautaire worden afgebroken en moet men durven die andere vorm van samenleving, namelijk het stedelijke, te formuleren. Europa heeft dat echt nodig. Eerst de Bruxellitude goed vertellen om zo inspiratie te zijn voor Europeanness. Een prachtige uitdaging. We zullen zien.