Goed dat de verhoging van het inschrijvingsgeld voor taalcursussen in het volwassenenonderwijs wordt teruggeschroefd, schrijft Rik Vosters. Maar de schade is aangericht, en het Spaans valt uit de boot.
Soms komt goed nieuws met een wrange nasmaak. De aankondiging van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) om het inschrijvingsgeld voor cursussen Frans, Engels en Duits in het volwassenenonderwijs opnieuw te verlagen, behoort tot die categorie.
Dat de minister het inschrijvingsgeld weer wil verlagen, al is het niet naar de oorspronkelijke 1,5 euro per lestijd, verdient lof. Een slechte maatregel terugdraaien is beter dan eraan blijven vasthouden uit koppigheid. Maar tegelijk roept de aankondiging de vraag op waarom dit niet eerder kon. Met ingang van het lopende schooljaar werden diezelfde opleidingen nog aanzienlijk duurder gemaakt, met als argument dat de overheid niet moest bijleggen voor wat ze “hobbyopleidingen” noemde.
Nog voor de maatregel volledig van kracht werd, waarschuwden leerkrachten, directies en experts al dat hoger inschrijvingsgeld extra drempels zou opwerpen, het opleidingsaanbod zou uithollen en een negatieve impact zou hebben op de arbeidsmarkt. In de commissie Onderwijs wezen parlementsleden van diverse strekkingen op de risico’s en ongewenste gevolgen. Ook de Vlaamse Onderwijsraad bracht een vernietigend spoedadvies uit tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld.
Beter laat dan nooit
Vandaag keert het beleid gedeeltelijk op zijn stappen terug. Dat is verstandig. Het volwassenenonderwijs vervult een essentiële functie in een samenleving waar levenslang leren steeds belangrijker wordt, en om de hoge ambities in het Vlaamse regeerakkoord waar te maken, is een sterke talensector belangrijk. Centra voor volwassenenonderwijs moeten plekken zijn waar burgers nieuwe taalvaardigheden kunnen opdoen en zo ook hun horizon kunnen verruimen.
Toch volstaat die ingreep niet om nu opgelucht adem te halen. Ja, beter laat dan nooit. Wie vandaag bijstuurt, erkent onvermijdelijk de fouten van een jaar geleden. Maar de schade die de vorige hervorming heeft aangericht, maak je niet ongedaan met één persmededeling. Het verlies aan cursisten is ongekend: heel wat scholen tekenden een terugval op van meer dan 80 percent voor Frans, Engels en Duits. Niet-benoemde docenten werden ontslagen, maar ook mensen met veel ervaring hebben het onderwijs ontgoocheld verlaten. Veel centra schroefden hun aanbod drastisch terug of zijn zelfs helemaal gestopt met cursussen vreemde talen aan te bieden. Een centrum voor volwassenenonderwijs is geen accordeon die je eerst dichtvouwt om hem even later weer open te trekken. Vertrouwen, aanbod en expertise komen te voet, maar gaan te paard.
De atlas dichtgeklapt
Er is nog een bijkomend probleem. De gedeeltelijke terugdraaiing van de eerdere verhoging geldt alleen voor Frans, Engels en Duits, omdat die talen volgens de minister nuttig zijn voor de arbeidsmarkt. Natuurlijk zijn ze dat, daar hebben experts al veelvuldig op gewezen. Vlaanderen ligt in het hart van Europa, kennis van die talen is voor tal van sectoren onmisbaar. Met name Frans en Engels worden vaak gevraagd op de arbeidsmarkt. Maar het is een merkwaardige redenering om daaruit af te leiden dat andere talen minder relevant zouden zijn.
Neem het Spaans. Die taal telt grofweg een half miljard moedertaalsprekers wereldwijd. Spaans is de officiële taal in meer dan twintig landen, maar óók de op drie na meest gesproken taal in onze eigen hoofdstad en de Vlaamse Rand. Economisch opent het Spaans de deur naar een uitgestrekte markt in Europa, Latijns-Amerika en de Verenigde Staten, waar het aantal Spaanssprekenden sterk blijft groeien. Flanders Investment & Trade noteerde recent nog een forse stijging van onze uitvoer naar Spanje, dat steevast in de top tien staat van grootste exportbestemmingen voor Vlaanderen. Historisch gaan de banden eeuwen terug, en de sporen van onze gedeelde geschiedenis zijn nog zichtbaar in steden als Brussel en Antwerpen. Wie Spaans gedachteloos naast een cursus bloemschikken of koken voor senioren parkeert, heeft niet alleen de atlas dicht gelaten, maar ook de lessen geschiedenis en economie gemist.
Vlamingen zijn graag trots op hun breed geroemde talenkennis. Die reputatie staat onder druk en is geen vanzelfsprekendheid. Ze is het resultaat van decennia onderwijsbeleid dat kennis van vreemde talen niet als luxe beschouwde, maar als een kerncompetentie. Als we die traditie ernstig nemen, moeten we vermijden dat talenonderwijs de speelbal wordt van kortetermijnpolitiek. Draai dus gerust terug wat fout was. Maar bied tegelijkertijd perspectief, visie en stabiliteit op de langere termijn, want zonder een bloeiende talensector als deel van de Vlaamse kenniseconomie zal de rekening hoger uitvallen dan het inschrijvingsgeld ooit was