De kwestie: We dreigen minder menselijk te worden als we voortdurend onze toevlucht zoeken tot AI en de ander zien als een vertragende factor. Het voorstel van Tim Brys en François Levrau is een tegenbeweging oprichten. Er moet een herwaardering komen van de traagheid, van de ontmoeting en van het ogenschijnlijk nutteloze gesprek bij de koffiemachine. Ze publiceerden hun stuk in De Tijd.
Wie zijn been brak en een kruk nodig heeft om zich te verplaatsen, legt die aan de kant zodra hij genezen is. Wie een paraplu opent tegen de regen, ervaart diezelfde paraplu als een hinderlijk object wanneer de regen ophoudt. Wie in het donker een kaars aansteekt, blaast ze zonder aarzelen uit zodra de zon schijnt. Hulpmiddelen die een zekere nood ledigen, worden vaak zonder pardon terzijde geschoven zodra ze overbodig worden. De vraag is wat er met de mens zal gebeuren zodra AI sneller, slimmer, efficiënter, vriendelijker en gedienstigeris en zo belangrijke menselijke capaciteiten overvleugelt. Dreigt de mens dan hetzelfde lot te ondergaan als de kruk, de paraplu of de kaars? Doordat AI wordt gebruikt in een samenleving die sterk gestuurd wordt door een economische rationaliteit, is dat een scenario waarmee we rekening moeten houden. Een vraag stellen aan AI levert vrijwel onmiddellijk een helder en gestructureerd antwoord op. Diezelfde vraag stellen aan een mens kost tijd, moeite, en het resultaat is minder voorspelbaar. Vanuit puur efficiëntiedenken lijkt de keuze dan nogal voor de hand te liggen en wordt de mens een hinderlijk en vertragend obstakel. Denk bijvoorbeeld aan de werkvloer, waar een korte vraag aan een collega vervangen kan worden door een snelle prompt aan een AI-tool. Het AI-antwoord komt meteen, zonder smalltalk en zonder dat verder iets van de vraagsteller wordt verwacht. Wat daarmee verdwijnt, is niet alleen het oponthoud - dat vanuit een zuivere economische logica nog te rechtvaardigen valt - maar ook het informele sociale contact dat relaties smeedt en vertrouwen opbouwt. En leidt net dat op lange termijn niet tot meer efficiëntie?
Relationele dimensie
Reduceren we de menselijke interactie tot een middel om snel informatie te verkrijgen, dan verliezen we de relationele dimensie van ons bestaan. Een vraag aan een collega kan uitmonden in een onverwachte grap, een gedeelde frustratie, een nieuw inzicht dat niets met de oorspronkelijke vraag te maken had. Precies die ogenschijnlijk overbodige omweg maakt samenwerking menselijk. We leren ook onszelf beter kennen in hoe we ons tegenover anderen verhouden. We leren om te gaan met onze eigen aarzelingen, we wagen ons op onverwachte zijpaden, we moeten non-verbale signalen interpreteren en rekening houden met een ander met dezelfde existentiële angsten en verlangens. We dreigen minder menselijk te worden als we voortdurend onze toevlucht zoeken tot AI en de ander zien als een vertragende factor in een marktsamenleving die snelheid en optimalisatie verheerlijkt. Het zou kunnen dat we ons dan aan elkaar beginnen te ergeren. De mens kan en mag eigenlijk niet zomaar tot een instrument herleid worden, hoe verleidelijk dat soms ook kan zijn in een technologisch hoogontwikkelde samenleving. In tegenstelling tot AI, dat per definitie een middel is, moet de mens, zoals de filosoof Immanuel Kant dat zou zeggen, een doel op zichzelf blijven, met een intrinsieke waarde. Dat besef van intrinsieke waardigheid vereist vandaag een bewuste tegenbeweging. Wat nodig is, is een herwaardering van de traagheid, van de ontmoeting en van het ogenschijnlijk nutteloze gesprek bij de koffiemachine. Het vraagt onder meer investeringen in gemeenschapsvorming op het werk, waar mensen elkaar blijven ontmoeten zonder dat daar een directe economische logica achter zit. We moeten investeren in plaatsen waar het ‘inefficiënte’ gesprek opnieuw ruimte krijgt. Een groot deel van het menselijk geluk schuilt nu eenmaal in het kennen van anderen en je door hen erkend te weten. Gelukkige en met elkaar verbonden werknemers zijn doorgaans goed nieuws voor een onderneming. In een tijd waarin AI zo sterk aanwezig is, is de vraag dus niet of AI de mens overbodig maakt - al zal voor veel zaken het antwoord ja zijn. De vraag is of wij bereid zijn de mens tot middel te laten reduceren en als een kruk, paraplu of kaars aan de kant te laten zetten.
BIO's
Tim Brys is doctor in de artificiële intelligentie aan de VUB. François Levrau is sociaal filosoof aan de Universiteit Antwerpen. Ze schreven samen het boek ‘En toen was er AI’.