BRUSSEL, 27 april 2026 – Waarom loopt de ene vroeggeboren baby hersenschade op en de andere niet? Een nieuwe studie van kinderarts en neonatoloog Dr. Fleur Camfferman (VUB/UZ Brussel) brengt ons dichter bij het antwoord. Door niet naar de aanvoer, maar naar de áfvoer van bloed in de hersenen te kijken, kunnen artsen veel sneller zien welke baby’s extra bescherming nodig hebben. Deze ontdekking maakt de weg vrij voor een behandeling die precies is afgestemd op de noden van het kleinste patiëntje.

Al bijna een halve eeuw focussen artsen wereldwijd op de slagaders om de gezondheid van babyhersenen te controleren. Maar uit het promotieonderzoek van Dr. Camfferman blijkt dat die cijfers de belangrijkste gevaren vaak over het hoofd zien. De echte sleutel lijkt bij de aders te liggen: de bloedvaten die het bloed weer uit de hersenen afvoeren.

Een 'vroeg waarschuwingssysteem'
Wanneer een baby te vroeg geboren wordt (vóór 32 weken), zijn de hersenen nog volop in aanbouw. De bloedvaten zijn zo dun en kwetsbaar dat een kleine schommeling in de druk al tot een bloeding kan leiden.

"Het is als een afvoerpijp die de druk niet aankan," legt Dr. Camfferman uit. "Onze studie toont aan dat we aan de stroomsnelheid in de aders kunnen zien of het brein in de problemen komt. Als het bloed niet vlot weg kan, stijgt de druk en kunnen de vaatjes knappen. Dankzij deze nieuwe kijk kunnen we die risicokinderen mogelijk veel sneller herkennen."

Zorg op maat in plaats van 'één maat voor iedereen'
Tot nu toe kregen bijna alle premature baby’s dezelfde standaardbehandeling op basis van hun gewicht of geboortedatum. De resultaten van Camfferman pleiten voor een persoonlijkere aanpak. Als de arts via een echo ziet dat de doorbloeding stabiel is, kan samen met andere parameters besloten worden dat een behandeling, die ook altijd nadelen kan hebben, misschien niet nodig is. Bij baby's waar de metingen een risico tonen, kan de arts juist besluiten om juist wel te starten met medicatie en extra rust in te bouwen, door bijvoorbeeld een isolatiebox te gebruiken of meer 'kangoeroeën' (huid-op-huidcontact met de ouders) te stimuleren. Dit laatste is niet alleen essentieel is voor de hechting tussen ouders en kind, maar de ouder fungeert ook als een belangrijke co-regulator die de hersenen van het kind beschermen.

De toekomst: AI als digitale assistent
Het onderzoek kijkt ook vooruit naar het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI). Omdat baby’s op de intensive care enorme hoeveelheden data genereren, kunnen centrale registratie van deze data met behulp van AI-modellen in de toekomst helpen om patronen te zien die voor het menselijk oog onzichtbaar zijn. Zo zou een computerprogramma een arts een seintje kunnen geven: "Pas op, deze baby heeft nu extra ondersteuning nodig."

Veiligheid voorop
Dr. Camfferman benadrukt tot slot dat deze precisiemetingen alleen werken als ze met de grootste zorg worden uitgevoerd. Ze pleit daarom voor een betere technische opleiding voor kinderartsen die zelf echo’s maken aan het bed. Alleen met de juiste instellingen van de apparatuur kunnen we deze kwetsbare baby’s de veiligheid bieden die ze verdienen.

Referentie
Camfferman Fleur A, Paul Govaert, Floris Groenendaal, Tim Vanderhasselt, Filip Cools and Jeroen Dudink. American Journal of Neuroradiology 2025, ajnr.A9137; DOI: https://doi.org/10.3174/ajnr.A9137

Camfferman FA, Govaert P, Lequin MH, Groenendaal F, Tataranno ML, Kizilates U, Benders MJNL, Dudink J. AJNR Am J Neuroradiol. 2026 Feb 3;47(2):496-502. doi: 10.3174/ajnr.A8985. PMID: 40876945; PMCID: PMC12867065.