Oekraïne, Gaza, Venezuela en sinds kort Iran: grootmachten en hun bondgenoten vegen vrolijk hun voeten aan de internationale rechtsregels. Europa staat erbij en kijkt ernaar, in verdeelde slagorde. Dat kan beter, vindt VUB-onderzoeker en jurist Stefaan Smis. “We moeten eensgezind reageren en opkomen voor de op regels gebaseerde internationale orde. Als niemand dat doet, waar eindigen we dan?”

Geweld tegen een andere staat mag als er aan twee voorwaarden is voldaan, stelt het Handvest van de Verenigde Naties: in geval van zelfverdediging na een gewapende aanval en mits toestemming van de VN-Veiligheidsraad. Dat soort van regels legt de Amerikaanse minister van defensie Pete Hegseth ’s morgens tussen zijn boterhammen. Volgens de zelfverklaarde Secretary of War handelen de VS ‘zonder zich te laten afschrikken door wat zogenaamde internationale instellingen beweren’. Regels die het Amerikaans militair optreden kunnen verlammen, noemde hij ‘stupid’. Een teken des tijds? Maken we hier het einde van de internationale rechtsorde mee? Het is een vraag die Stefaan Smis de laatste tijd wel vaker van zijn studenten krijgt, na de les internationaal recht. Hij nuanceert.

Stefaan Smis: “We focussen te vaak op de regels die geschonden worden, maar op heel veel vlakken blijft het internationaal recht overeind. Als je aan de andere kant van de wereld een brief post, komt die feilloos aan. Dat kan enkel omdat daarover internationale afspraken gemaakt zijn. Ook domeinen zoals het internationaal zeerecht, het internationaal fiscaal recht of het internationaal gezondheidsrecht worden goed gerespecteerd. Daar staan we niet altijd bij stil.”

 Geopolitiek is het een ander verhaal, als we al het oorlogsgeweld zien.
“Dat is niets nieuws onder de zon. Grootmachten hebben altijd de neiging gehad om het internationaal recht te overtreden als ze vonden dat hun primaire belangen bedreigd werden. Denk aan Frankrijk in West-Afrika, aan Rusland in Oekraïne en – weliswaar met minder militair geweld – aan China in Azië.”

 De ontvoering begin dit jaar door Amerikaanse troepen van president Nicolás Maduro, past die ook in dezetraditie?
“Die operatie in Venezuela was bijna copy paste met de invasie van Panama eind 1989, toen de Amerikanen de Panamese leider Manuel Noriega arresteerden en naar de VS overbrachten. Sinds het vertrek van de Spaanse en de Portugese kolonisatoren hanteren de VS de Monroe-doctrine: ze beschouwen Midden- en Zuid-Amerika als een achtertuinwaar zij de plak zwaaien. Telkens wanneer er ergens een ‘te links’ regime aan de macht kwam, grepen ze in. Zo pleegde generaal Augusto Pinochet in 1973 een militaire staatsgreep tegen de democratisch verkozen Chileense president Salvador Allende, met steun van de VS. En in Nicaragua gaf de Amerikaanse president Ronald Reagan wapens en geld aan de Contra’s, de rechtse rebellengroepen die tegen de linkse Sandinistische regering ageerden.”

 ​“De acties in Venezuela en Iran passen in de machtsstrijd met China”

 The Clash toonde zich indertijd solidair met de driedubbele plaat Sandinista! Op dat moment was de olifant in de kamer wel de Sovjet-Unie, vandaag is dat China.
“Amerika maakt er geen geheim van dat de acties in Venezuela en Iran passen in de machtsstrijd met China. Dat koopt veel olie van die landen en heeft er grote financiële, militaire en diplomatieke belangen. Waar Amerika kan, beperkt het China’s toegang tot grondstoffen, energie en regionale invloed. In dat kader moet je ook de herpositionering van de VS tegenover Rwanda en Congo zien.”

Dat heeft opnieuw te maken met de toegang tot grondstoffen?
“Ja. Washington legt sancties op aan het Rwandees leger en vier hoge officieren, omdat Rwanda volgens hen de M23-rebellen in Oost-Congo steunt. De Amerikanen zoeken toenadering tot Congo om controle te krijgen over strategische grondstoffen zoals tin, kobalt, goud en wat men tegenwoordig rare earths noemt. China heeft op dat vlak een voorsprong opgebouwd.”

 ​“De nieuwe wereldorde zou op regels gebaseerd zijn en minder op macht.”

 Terwijl de grote jongens knokken, staan de Europeanen bedremmeld aan de kant. Zijn we naïef geweest?
“Toen de koude oorlog eindigde, dachten we dat we in een nieuwe wereldorde zouden terechtkomen, een periode waarin het internationaal recht zou zegevieren. Die wereldorde zou op regels gebaseerd zijn en minder op macht.”

Leefde die hoop alleen in Europa, of ook elders?“In veel delen van de wereld waren die tien, twintig jaar toch een periode van een zekere euforie. Neem Afrika. Daar vervelde de Organisatie van Afrikaanse Eenheid in 2001 tot de Afrikaanse Unie. Die had niet alleen meer economische slagkracht, maar kon ook tussenkomen bij crisissen en zich richten op vrede en mensenrechten.”

Trump zette met zijn viltstift een dikke punt achter dit hoopvolle tijdperk?
“Niet alleen de VS, ook landen als China en Rusland spelen het spel zo. Zoals ik daarnet al zei: grootmachten gebruiken hun macht om dingen gedaan te krijgen. Landen als België hebben die macht niet. Wij kunnen niet anders dan steunen op internationale samenwerking en betrekkingen die op recht gebaseerd zijn.”

Stefaan Smis

Stefaan Smis

Hoe zinvol is het nog om te praten over internationale regels, als de grootmachten ze toch gewoon naast zich neerleggen?
“We moeten die spiegel toch blijven voorhouden, vind ik. Want we weten wat de gevolgen zijn: grootschalige inbreuken op het internationaal recht leiden altijd tot geweld, oorlog, geschonden mensenrechten en sociale ongelijkheid. Na de twee wereldoorlogen hebben we gezegd: dit nooit meer. Vandaar het VN-Handvest, als kompas en instrument om conflicten vreedzaam op te lossen.”

 “Latijns-Amerika, Afrika en India moeten beter vertegenwoordigd worden in de VN-Veiligheidsraad”


De VN-Veiligheidsraad schiet toch schromelijk te kort?
“De Veiligheidsraad is niet perfect en aan hervorming toe. De vijf permanente leden met een vetorecht – China, Frankrijk, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten – waren de winnaars van de Tweede Wereldoorlog. Compleet achterhaald, dus. Veel andere landen bestonden toen nog niet eens. Als we de Veiligheidsraad meer legitimiteit willen gevenen democratischer willen maken, moet er bij die permanente leden ook plaats zijn voor vertegenwoordiging van Latijns-Amerika en Afrika, en voor een land als India.”

En wat met het beruchte vetorecht?
“Dat wordt idealiter onderworpen aan meer voorwaarden of beperkt in bepaalde situaties. Daarbij zou het Internationaal Gerechtshof kunnen oordelen als de Veiligheidsraad zijn bevoegdheid overschrijdt of schendingen van het internationaal recht zou begaan. Dat Internationaal Gerechtshof is het hoogste juridisch orgaan van de VN. Het is bevoegd om op bindende wijze geschillen tussen staten te beslechten. Het kan ook niet-bindende adviezen uitspreken alsverschillende VN-organen of diens gespecialiseerde organisaties vragen over moeilijke kwesties voorleggen.”

Heeft Europa goed gereageerd op de militaire acties van de VS en Israël in Iran?
“We zijn in elk geval niet eensgezind geweest. Sommige landen spraken hun steun uit, Spanje keurde de aanvallen sterk af, een grote groep zwijgt of neemt geen standpunt in. Terwijl we wel degelijk kleur moeten bekennen. We moetenondubbelzinnig de verdediging blijven opnemen van het internationaal recht. Ook al trekt Donald Trump zich daar niets van aan. Dat geldt ook voor de academici. Wanneer we zien dat het fout loopt, moeten we dat durven aankaarten met opiniestukken, petities,… Veel genootschappen voor internationaal recht uiten trouwens kritiek, ook de American Society of International Law.”

 ​“De Verenigde Staten voeren nooit oorlog op hun eigen grondgebied”

Vanwaar eigenlijk die aparte rol van Europa in dit verhaal?
“We zijn zeker niet perfect – in sommige gevallen bezondigen we ons ook aan imperialisme. Maar we hebben een grote traditie in het samenwerken en het belang dat we hechten aan internationale regels. Op Europees grondgebied zijn veel oorlogen uitgevochten en daarbij is immens veel bloed gevloeid. Dat heeft een grote invloed gehad op onze manier van denken. De VS voeren veel oorlogen, maar nooit op hun eigen grondgebied. Dat is een heel ander verhaal. Kijk maar naar de invasie van Rusland in Oekraïne. Die is geen probleem voor de Russen zolang de doden en de schade in Oekraïne vallen. Maar als er op Russisch grondgebied wat gebeurt, komen er wel vragen.”

Bio

Professor Stefaan Smis is hoogleraar aan de faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Hij is voorzitter van zowel de vakgroep Publiek Recht als de onderzoeksgroep BruCel, een interdisciplinair centrum dat onderzoekers samenbrengt rond thema’s binnen het publiek recht. Zijn onderzoek richt zich op een aantal thema’s binnen het internationaal recht, zoals de internationale bescherming van mensenrechten, internationale geschillenbeslechting, staten in transitie en regionale integratie in Afrika.