Tijdens protesten zijn duizenden Iraniërs doodgeschoten. Is het daarom een goede zaak als de VS Iran militair aanvallen? De protesten in Iran, aangewakkerd door woede over de stijgende prijzen, begonnen eind 2025 en bereikten een hoogtepunt op 8 en 9 januari, toen honderdduizenden in het hele land de straat opgingen. De veiligheidstroepen reageerden met ongekend geweld. Mensenrechtenorganisaties schatten het aantal arrestaties op meer dan 50.000 en het aantal doden op 33.000 of meer. Het regime voert dagelijks executies uit. Het opiniestuk werd oorspronkelijk gepubliceerd in De Tijd.

De protesten zijn niet de eerste die het islamitische regime met harde repressie de kop indrukt. Na de electorale fraude in 2009 eisten miljoenen Iraniërs via de Groene Beweging eerlijke verkiezingen. De kleur groen verwees naar de campagne van de oppositiekandidaat Mir-Hossein Mousavi en stond symbool voor hoop en verzet tegen het bewind van de toenmalige president Mahmoud Ahmadinejad.

Daarna kende Iran nog veel protestgolven. De bekendste was die van 2022-2023, die onder de slogan 'Vrouw, Leven, Vrijheid' het regime wilde omverwerpen door een van de belangrijkste pijlers af te wijzen: de verplichte hijab. Vrouwelijke demonstranten wierpen de hoofddoek massaal af en staken hem in brand. In verschillende provincies werden ook pluralistische leuzen gescandeerd, waarachter etnisch en levensbeschouwelijk diverse Iraniërs zich schaarden. Ook die protesten sloegen de veiligheidstroepen bloedig neer.

Democratiseringsproces
Net als bij de vorige protesten zit achter de recentste straatprotesten geen zichtbare binnenlandse verzetsorganisatie. Er zijn geen leiders die het voortouw nemen. Alleen politieke gevangenen, zoals de Nobelprijswinnares Narges Mohammadi, en Nasrin Sotoudeh, die van de KU Leuven een eredoctoraat heeft ontvangen, steunen de protesten publiekelijk.

Dat wekt de indruk dat het land geen kaas heeft gegeten van het concept democratie. Nochtans kende Iran al in het begin van de 20ste eeuw een democratiseringsproces. Niet aangemoedigd door het Westen, maar door de Russische Revolutie van 1905. De Constitutionele Revolutie mondde - ook toen zonder duidelijke oppositieleider - uit in een constitutionele monarchie, die een democratiseringsproces inzette in een periode waarin nog maar weinig Europese landen algemeen kiesrecht kenden. Daaraan kwam vooral door buitenlandse inmenging een einde.

Net zoals nu worstelde Iran toen niet alleen met het uitbouwen van een democratie, maar ook met soevereiniteit. De Iraniërs hebben een lange geschiedenis van enerzijds binnenlandse corruptie en wanbeleid en anderzijds buitenlandse inmenging, door landen als het Verenigd Koninkrijk, Rusland en de Verenigde Staten. Die factoren verklaren ook grotendeels de onderdrukking door het islamitische regime sinds 1979. Het regime is niet alleen corrupt en onbekwaam, het land lijdt ook al decennia onder westerse economische sancties.

In 2017, net voordat de Amerikaanse president Donald Trump de nucleaire deal met Teheran opblies, verdrievoudigde de handel tussen de Europese Unie en Iran. Toen de VS zich in mei 2018 formeel terugtrokken uit het akkoord, voerden ze alle economische sancties weer in, inclusief secundaire sancties tegen bedrijven die zakendoen met Iran. De combinatie van valutadaling, inflatie en financiële beperkingen heeft de koopkracht van de gezinnen verlaagd en de Iraanse gezondheidszorg zwaar onder druk gezet.

Mensenrechtenorganisaties en VN-functionarissen waarschuwen al jaren dat de sancties het recht op gezondheid van miljoenen Iraniërs schenden. Als resultaat van dat alles zijn de Iraniërs verpauperd. Ze voeren dagelijks strijd om brood op de plank, met nauwelijks ruimte om bij te dragen aan een democratiseringsproces.

“De Iraniërs zijn nooit voorstander geweest van buitenlandse inmenging”

 

De Amerikaanse minister van Financiën, Scott Bessent, heeft op 20 januari verklaard dat de ‘maximale druk op Iran heeft gewerkt’. ‘In december stortte zijn economie in. We zagen een grote bank failliet gaan. De centrale bank is begonnen met het drukken van geld. Er is een tekort aan dollars. Ze kunnen geen importproducten meer krijgen en daarom zijn de mensen de straat opgegaan’, zei Bessent. Toch hebben de sancties de greep van het islamitische regime niet verzwakt. Evenmin is de oppositie voldoende ondersteund om het van de macht te kunnen verdrijven.


De vijand van mijn vijand
De Iraniërs zijn nooit voorstander geweest van buitenlandse inmenging, maar de decennialange strijd heeft ze uitgeput en wanhopig gemaakt. Daardoor zijn sommigen ontvankelijk voor beloften van een interventie door de VS en Israël, uitgerekend de twee staatsvijanden. Kennelijk geldt voor sommige Iraniërs het spreekwoord ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’.

Hoe groot de steun voor zo’n militaire interventie is, is onduidelijk. In elk geval is inmenging alleen gewenst om het regime omver te werpen. Sommige westerse politici doen het lijken of een militaire interventie een quick fix is om de onderdrukking van de Iraniërs te verhelpen. Maar niemand weet hoeveel dodelijke burgerslachtoffers zullen vallen, in welke mate de basisinfrastructuur van het land verwoest wordt, hoelang zo’n militaire escalatie zal duren en hoe breed ze zal uitdeinen. De Iraniërs zijn zich wel degelijk bewust van de verwoestingen die westerse interventies in Afghanistan, Irak, Syrië en Libië hebben aangericht.

Zaterdag noemde Trump een regimewissel ‘de beste optie’. Maar zelfs in een scenario zoals met de afzetting van de Venezolaanse president Nicolás Maduro weten we niet wie aan de macht gebracht wordt en op welke democratische garanties de Iraanse bevolking kan rekenen. De VS gaan er bovendien van uit dat de opperste leider Ali Khamenei door militaire overmacht de handdoek zal gooien, maar het regime zal tot het bittere eind strijden om te overleven.

Iran strijdt al 150 jaar voor democratisering. Naast een sterk maatschappelijk middenveld heeft het een van de opmerkelijkste vrouwenbewegingen ter wereld. Onder de Iraniërs leeft bovendien een inclusief pluralistisch discours. Ondanks alles is er dus hoop voor het land.