Vrijzinnige ontmoetingscentra vormen al decennialang een belangrijk trefpunt voor vrijdenkers in Vlaanderen en Brussel. Kunsthistorica en archivaris Elise Dewilde van het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven (CAVA) bracht ze samen in een rijk geïllustreerd boek, Ongelooflijke ontmoetingen. Vrijzinnige centra in Vlaanderen en Brussel. Het resultaat is niet alleen een historisch overzicht, maar ook een portret van geëngageerde gemeenschappen. “Wat me het meest trof, was de passie.”
Wat is een vrijzinnig centrum precies?
Elise Dewilde: “De term ‘vrijzinnig centrum’ heeft twee betekenissen. Enerzijds is het een dienstverlenende vereniging, voor en door de lokale niet-confessionele gemeenschap, die fungeert als plaatselijk uithangbord van het vrijzinnig-humanistisch gedachtegoed. Anderzijds is er vaak ook een gebouw waarover die gemeenschap beschikt en waarin de activiteiten plaatsvinden. Ook dat fysieke kader noemen we een ‘vrijzinnig centrum’. Meestal vallen werking en gebouw samen, maar dat is niet altijd het geval. Niet elk initiatief beschikt over een eigen infrastructuur.”
“Het is geen afgesloten hoofdstuk: ook recent ontstonden er nog nieuwe initiatieven”
Hoe zijn deze centra historisch gegroeid?
“De voorloper van Vrijzinnig Jeugdhuis De Kim in Oostende opende de deuren in 1963 en ook in Boom en Merksem waren er vroege initiatieven. Maar het theoretische startschot werd gegeven in Knokke. In 1970 lanceert Gilbert Deygers daar een manifest waarin hij pleitte voor een tegengewicht voor de dominante rol van de katholieke kerk in de samenleving. Een van de voorgestelde oplossingen was de oprichting van vrijzinnige centra. Dat idee heeft weerklank gekregen. De meeste centra zijn vervolgens van onderuit gegroeid, vanuit lokaal engagement. Pas later ontstond de overkoepelende Federatie Vrijzinnige Centra. Tegelijk is het geen afgesloten hoofdstuk: ook recent waren er nog nieuwe initiatieven. Open Dialoog in Aarschot bijvoorbeeld is in 2022 opgericht.”
Welke activiteiten vinden er vandaag plaats?
“Het spectrum is bijzonder breed en fluctueert doorheen de tijd. Vrijzinnige centra behartigen de belangen van de lokale gemeenschap en brengen vrijzinnig-humanistische standpunten onder de aandacht. Ze stellen ook infrastructuur ter beschikking van verenigingen die zich in de vrijzinnig-humanistische waarden kunnen vinden en fungeren als ontmoetingsplek voor vrijdenkers. In verschillende centra is er op zondagochtend een aperitiefmoment waarop de gemeenschap samenkomt, maar evengoed worden er lezingen, debatten of culturele activiteiten georganiseerd. Maatschappelijk engagement speelt vaak een belangrijke rol. In Kortrijk is het vrijzinnig centrum bijvoorbeeld de spil van de jaarlijkse plantenverkoop voor Kom op tegen Kanker. De vrijzinnige centra onderscheiden zich zo van de huizenvandeMens, die mensen met levensvragen ondersteunen.”
Bereiken de centra een breed publiek?
“We beschikken niet over sluitende cijfers, maar uit de interviews die ik afnam komt wel naar voren dat het niet altijd vanzelfsprekend is om nieuwe leden aan te trekken. Besturen bestaan vaak uit oudere vrijwilligers, en het is niet evident om jongere generaties te engageren. Dat is overigens een uitdaging die veel verenigingen delen. Het aanbod aan lezingen en culturele initiatieven is groot, waardoor het niet altijd eenvoudig is om zichtbaar te blijven. Niettemin slagen centra er in verrassende en relevante activiteiten op poten te zetten. Zo organiseerde VC De Molensteen in Oostkamp ooit een lezing van CD&V-politicus Herman Van Rompuy. Ook de Nacht van de Vrijdenker in Gent trekt steevast veel bezoekers.”
Het boek is opgedeeld volgens provincie. Welke regionale verschillen vallen op?
“In totaal hebben we 39 verhalen over vrijzinnige centra opgenomen, verspreid over vijf provincies. West-Vlaanderen telt veruit de meeste centra. Een aantal van die centra ontstond in navolging van het manifest uit Knokke. Antwerpen volgt op de tweede plaats. De provincie Antwerpen is ook de thuishaven van het ‘Humanistisch Verbond’ en de ‘Oudervereniging voor de Moraal’, twee belangrijke landelijke vrijzinnige initiatieven. In Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen gaat het respectievelijk om 6 en 7 initiatieven, terwijl Limburg er slechts 2 telt. De ondertitel van het boek Van God los in Limburg over de georganiseerde vrijzinnigheid in die provincie is, denk ik, sprekend in dat verband: ‘De georganiseerde vrijzinnigheid in een katholiek bolwerk’. In de inleiding komen verder ook een aantal Brusselse centra aan bod. We kozen ervoor om die daar te belichten onder meer omdat enkele daarvan minder sterk lokaal verankerd waren.”
Hoe ben je te werk gegaan om de informatie te verzamelen?
“Het was relatief eenvoudig om een overzicht te krijgen van de huidige centra, maar een stuk moeilijker om te achterhalen welke initiatieven er in het verleden zijn genomen en intussen verdwenen zijn. De collectie van CAVA, met onder meer het archief van de Federatie Vrijzinnige Centra, was daarvoor de bron bij uitstek. Daarnaast hebben we uitgebreid interviews afgenomen en de nog bestaande centra bezocht. Voor een aantal centra, waaronder die in Vlaams-Brabant en Brussel, kreeg ik daarvoor hulp van collega’s. We hebben zo voor het eerst heel wat info over de vrijzinnige centra samengebracht. Tegelijk hopen we dat de publicatie een sensibiliserend effect heeft en de betrokkenen bij de vrijzinnige centra aanzet om zorg te dragen voor hun archief. Bovendien is het boek opgevat als vertrekpunt voor verder onderzoek.”
“Daarnaast valt de enorme diversiteit aan gebouwen op: van een voormalige abdij tot een schuur, een kasteel, een tolhuis, een gebouw op de terreinen van een voetbalclub en zelfs een molen”
Wat is je het meest bijgebleven van die bezoeken?
“De Geuzetorre in Oostende zal me zeker bijblijven, zowel door de schaal als door de ontstaansgeschiedenis. Het gebouw is van meet af aan ontworpen als vrijzinnig centrum, wat redelijk uniek is. We hebben dan ook voor deze locatie gekozen voor de boekvoorstelling. Daarnaast valt de enorme diversiteit aan gebouwen op: van een deel van een voormalige abdij tot een schuur, een kasteel, een tolhuis, een gebouw op de terreinen van een voetbalclub en zelfs een molen. Ook het maatschappelijke engagement maakte indruk. Het Vrijzinnig Antwerps Trefpunt heeft bijvoorbeeld een galeriefunctie (en dat in de buurt van het KMSKA), waarvan een deel van de opbrengst naar een goed doel gaat. En dan is er nog het persoonlijke engagement: in Turnhout en Zomergem stelden mensen hun eigendom ter beschikking bij gebrek aan een geschikt gebouw, terwijl in Zwijndrecht vrijwilligers zelf de handen uit de mouwen staken om te bouwen en te verbouwen. Die betrokkenheid was bijzonder om te zien.”
Bio
Elise Dewilde (1992) is kunsthistorica en archivaris. Ze is verbonden aan het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven (CAVA) van de VUB. Eerder verrichtte ze onderzoek naar de wisselwerking tussen archiefwerking en immaterieel cultureel erfgoed.