Een student blokt op een cursus met witte bladen en zonder te kijken. En toch is hij hard aan het studeren.
Vanaf eind jaren 1980 zet de VUB sterk in op onderwijs-ondersteuning en een gecoördineerde opvang voor mensen met een beperking. De eerste stappen worden gezet in het kader van het ‘Universitair Onderwijs voor Visueel Gehandicapten’ (1987-1988), dat een samenwerking met Apple Computers inhoudt. Dankzij de enorme ontwikkelingen op het gebied van informatica wordt het immers mogelijk om cursussen in te geven in een tekstverwerkend programma en deze nadien in braille of grootschrift af te drukken. De VUB zelf ontwikkelt ook een conversieprogramma, dat wiskundige formules en kolommen omzet naar braille en de nodige opmaakaanpassingen doorvoert. Daarnaast worden bepaalde cursussen ook ingesproken op audiocassette, kunnen tekeningen en grafieken met behulp van zwelpapier omgezet worden in voelbare afbeeldingen (grafisch materiaal wordt gekopieerd op zwelpapier en dan opgewarmd, zodat het papier op de plaats van de zwarting gaat zwellen), etc. De VUB probeert op deze manier personen met een (visuele) beperking te begeleiden en te integreren in de bestaande universitaire structuur. Er wordt nadrukkelijk géén buitengewoon onderwijs ingericht, maar de universiteit wordt wel toegankelijker gemaakt.
Er moet dan nog één probleem overwonnen worden. In de jaren 1980 is de computer nog niet helemaal doorgedrongen bij de academici. Veel cursussen zijn niet digitaal aangemaakt maar worden op een typmachine getypt en dan gedrukt. Digitaliseringstechnieken zoals OCR bestaan nog niet. Om de bestaande cursussen in elektronische vorm om te zetten wordt daarom aan studenten gevraagd om als vrijwilliger cursussen in te typen. Als een blinde student zich inschrijft, typen de vrijwilligers dus dag en nacht om de student de cursussen van de gekozen opleiding te bezorgen.