Acht Belgische academici, waaronder VUB-profs Dave Sinardet en Kris Deschouwer, stellen een grondige hervorming van het Brusselse kiessysteem voor. In een position paper van Brussels Studies pleiten zij voor één kiescollege met tweetalige lijsten, maar mét behoud van gegarandeerde vertegenwoordiging voor beide taalgroepen. Het voorstel is geen eindpunt, maar een uitnodiging tot debat. De auteurs beseffen dat hun plan niet alle problemen oplost, maar hopen dat het de weg opent naar een efficiënter en democratischer Brussel. 

Het huidige systeem dateert uit de jaren 70 en 80, toen taal de dominante breuklijn was in Brussel. Vandaag is dat anders: slechts 5 procent van de Brusselaars heeft Nederlands als enige moedertaal, terwijl politieke debatten vooral draaien om mobiliteit, veiligheid en bestuur. Toch blijft het dubbele kiescollege bestaan, wat leidt tot inefficiëntie en blokkeringen. De regeringsvorming na de verkiezingen van juni 2024 sleepte maanden aan, mede door het systeem dat twee afzonderlijke meerderheden verplicht samen te brengen. Het huidige systeem, met twee aparte kiescolleges voor Nederlandstaligen en Franstaligen, past dus volgens de academische opstellers van “Een kiessysteem voor het Brussel van vandaag” niet meer bij de hedendaagse realiteit van een superdiverse hoofdstad. 

Eén kiescollege, twee garanties
De professoren pleiten voor een radicaal eenvoudiger systeem: één kiescollege waarin alle Brusselaars samen stemmen. Zo kunnen kandidaten niet langer rekenen op een taalkundig afgebakend segment, maar moeten ze de steun van de hele bevolking zoeken. Het voorstel behoudt wel twee belangrijke garanties: tweetalige lijsten en een vaste vertegenwoordiging van beide taalgroepen. Concreet zouden er 72 zetels voor Franstaligen en 17 voor Nederlandstaligen blijven, om de werking van de Gemeenschapscommissies en de federale pariteit te verzekeren. Voor taalkundig gevoelige dossiers blijft een dubbele meerderheid vereist. 

Om dit in praktijk te brengen, schuiven de auteurs twee mogelijke modellen naar voren. De parallelle formule verdeelt de zetels per taalgroep op basis van stemmen op sublijsten. Het nadeel van dit systeem is dat voor eentalige Nederlandstalige lijsten het quasi onmogelijk wordt om nog een zetel te behalen.  
De alternatieve, zogenaamde corrigerende formule werkt anders: eerst worden alle zetels verdeeld volgens het totale stemmenaantal, daarna volgt een correctie om de verhouding 72/17 te respecteren. Deze aanpak maakt Nederlandstalige lijsten levensvatbaar, zeker als de kiesdrempel daalt van 5 naar 3 procent. 

Grotere legitimiteit  
Volgens de auteurs verdwijnen “dure” en “goedkope” zetels, en wordt de legitimiteit van verkozenen door hun voorstel versterkt. Regeringsonderhandelingen zouden sneller verlopen, omdat compromissen over taal binnen lijsten worden gesloten, niet pas na de verkiezingen. 

Brussels Studies Institute 

De studie is gepubliceerd door Brussel Studies en is in zijn geheel te lezen in hun journal.