Ilja Leonard Pfeijffer verschijnt voor een afgeladen zaal vol studenten in Pilar. Hij gaat er met hen en met professor politieke wetenschappen Karen Celis in debat. Aanleiding is zijn nieuwste boek Absolute democratie. Kroniek van een aangekondigde afrekening. Pfeijffer gaat parmantig gekleed in kostuum met das, het lange haar gedrapeerd over zijn brede schouders. Op de achtergrond staat een sanseveria, een plant die naar verluidt kracht, weerbaarheid en mondigheid symboliseert. En dat in een knalrode bloempot. Voordat het eerste woord viel, was de toon al gezet. 

Wanneer Karen Celis opent met de vraag wat hij verstaat onder absolute democratie, legt de schrijver zorgvuldig en welbespraakt uit dat de constitutionele democratie zoals we die kennen, waarbij taken en bevoegdheden van de overheidsinstanties zijn vastgelegd in de grondwet en andere wettelijke bepalingen, niet meer zo vanzelfsprekend is. “Voor aanhangers van een absolute democratie is het juist heel erg ondemocratisch als de winnaar van de verkiezingen, die dan toch de wil van het volk vertegenwoordigt, zich ingeperkt ziet door allerlei wetten en regeltjes: de grondwet, door uitspraken van ongekozen rechters, door verdragsteksten, door bureaucraten in Brussel.” Een in zijn boek vermeld en ietwat bizar voorval in zijn thuisstad Genua, waar hij in gesprek raakte met een oud echtpaar over de staat van de democratie, was voor Pfeiffer een eye-opener dat er in onze samenleving twee diametraal tegenovergestelde ideeën bestaan van hoe een democratie zou moeten functioneren. En dat beide groepen zichzelf de echte democraten vinden en de anderen het gevaar voor de democratie.

Ilja Pfeiffer spreekt

Het ongemak van pasta à la carbonara
Karen Celis maakt de brug naar het eerste essay in zijn boek, Het ongemak van pasta à la carbonara, over het gemak van het negeren van de ontmanteling van de democratie. “U gunt mensen niet de luxe van dat gemak.”, stelt ze vast. 
Pfeijffer: “Ook al zijn er twee tegenovergestelde modellen van hoe de democratie zou moeten functioneren, en ook al kunnen we voor beide begrip opbrengen voor de redenering die eraan ten grondslag ligt, toch moeten we constateren dat beide modellen niet gelijkwaardig zijn. Het probleem met een absolute democratie is dat het de facto neerkomt op een dictatuur van een meerderheid. Een absolute democratie is een contradictio in terminis. Het is een democratie waarbij het democratisch mandaat wordt gebruikt om de democratie te ontmantelen.”

Hij trekt de parallel tussen wat er in de Verenigde Staten gebeurt en met wat er in zijn thuisland Italië aan de gang is waar de partij van Meloni haar antidemocratische agenda uit aan het voeren is. “Het meest angstaanjagende is dat het zo makkelijk is om daar helemaal niets van te merken. Dat komt in de eerste plaats omdat ik bevoorrecht ben. Ik behoor niet tot de bevolkingsgroepen die het eerste doelwit vormen van de extreemrechtse regering. Naar model van haar grote vriend en voorbeeld Orbán heeft Meloni aan het begin van haar mandaat heel veel energie gestoken in het inperken van de persvrijheid. En dat is daadwerkelijk gelukt: ze is erin geslaagd om de staatstelevisie, de RAI, om te vormen tot een Meloni-propagandakanaal. Als je voor je informatievoorziening afhankelijk bent van de RAI, zoals de overgrote meerderheid van de Italiaanse bevolking, dan krijg je het idee dat er niet zo veel aan de hand is. Dat het allemaal wel lekker gaat. Het gevolg daarvan is dat die agenda om de rechtsstaat te schaden en op lange termijn te ontmantelen op geen enkele manier onderdeel is van een onderwerp van gesprek. Mensen hebben het er niet over op straat. Zo’n ontmantelingsproces gaat heel langzaam, het zijn allemaal heel kleine stapjes. Stuk voor stuk zijn die misschien niet eens zo heel verontrustend, dus je moet echt je best doen om je zorgen te maken. En dat is misschien wel de essentie van mijn boek.” 

Voetbal 
Het hoofd van de VUB-onderzoeksgroep Democratic Futures maakt duidelijk dat ze niets van voetbal kent. Toch haalt Karen Celis uitgerekend een essay uit Absolute democratie aan over een voetbalwedstrijd. Pfeijffer stelt de zaal gerust dat het stuk niet echt over voetbal gaat.

Karen Celis

Ilja Pfeijffer: “Er was een wedstrijd in Amsterdam tussen Ajax en Maccabi Tel Aviv waar een groot aantal Israëlische supporters zich vooraf had misdragen in de stad. Ze maakten zich schuldig aan allerlei buitengewoon kwetsende spreekwoorden en liederen, zoals juichend gaan zingen dat er in Gaza geen scholen meer zijn, omdat er geen kinderen meer zijn, dat soort dingen. Na afloop van de wedstrijd werden die provocaties beantwoord door Amsterdamse moslims. De hele avond was het onrustig in de stad en waren er vechtpartijen. Uiteindelijk belandden er een paar Israëlische supporters in het ziekenhuis, die de volgende dag alweer naar huis mochten. De gevolgen waren dus beperkt. Toch ontstond er de volgende dag een enorme rel in de wereldpers, waarin overal werd beweerd dat er in Amsterdam een Jodenjacht had plaatsgevonden. Dit was een volledig Israëlisch frame van die gebeurtenissen dat volledig werd overgenomen door de Nederlandse politiek en media. De misdragingen van de Israëlische supporters werden totaal genegeerd; ze werden er alleen maar als slachtoffer neergezet.” 

Uiteindelijk kwam het door een onverschrokken 16-jarige YouTuber, die daadwerkelijk de straat op was gegaan en had gefilmd wat er gebeurde, dat duidelijk werd dat het pro-Israëlische frame niet klopte. Maar intussen had ook de hele Nederlandse kwaliteitspers dat frame gevolgd. “Ik vond dat werkelijk schokkend. Misschien nog schokkender was dat de ombudsman van NRC Handelsblad, een week of twee weken later, terugkijkend hierop moest constateren dat ‘de waarheidsvinding geleden had onder politieke druk’. Als we het hebben over de waarheid, en daar moeten we het over hebben, dan kan het natuurlijk niet zo zijn dat die onder politieke druk verzwegen of gemanipuleerd wordt.”

"Democratie is een bestel dat gebaseerd is op debat. En je kunt geen debat voeren als de burgers niet geïnformeerd zijn"

De elitaire universiteit 
Celis: “Nu we toch bij het thema waarheid beland zijn: we zitten hier op een universitaire campus waar we erg veel belang hechten aan waarheid, waarheidsvinding en kritisch denken. U schrijft in uw boek dat universiteiten elitair moeten zijn.”
Pfeijffer: “Schrijf ik dat? Dat ben ik vergeten. Wat een prikkelend standpunt (hilariteit). Ik ben het eens met u dat universiteiten plekken moeten zijn waar er wars van populaire meningen kritische analyses gemaakt worden. Dat mogen we wat mij betreft gerust als elitair samenvatten. Er zijn twee essentiële pijlers voor een democratie. De ene is de onafhankelijke pers, de andere is onderwijs. De Italiaanse politiek filosoof Mazzini, die geldt als de intellectuele architect van het van de Italiaanse eenwording halverwege de 19e eeuw, benadrukte dat Italië geen democratie zou kunnen worden zonder investeringen in onderwijs. En dat is ook evident. De democratie is een bestel dat op debat gebaseerd is. En je kunt geen debat voeren als de burgers niet geïnformeerd zijn en als ze niet de kritische vermogens hebben om met informatie om te gaan. Een onafhankelijke pers en onderwijs zijn cruciale voorwaarden voor het functioneren van een democratie. Je ziet dat autoritaire regimes de neiging hebben om onmiddellijk die twee pijlers aan te vallen. Zowel de vrije pers, zoals in Italië is gebeurd, alsook het onderwijs. Trump, is onmiddellijk begonnen met een kruistocht tegen de universiteiten. Minder moedige autocraten in onze regionen gebruiken het niet minder effectieve middel van de bezuiniging (hilariteit).”  

Ilja Pfeiffer

De taak van academici 
Celis: “Vindt u dat academici prominent aanwezig moeten zijn in het maatschappelijke politieke debat als het over democratie gaat?”
Pfeijjfer: “Het doet me denken aan een soortgelijke vraag die weleens aan schrijvers wordt gesteld. Ik las ooit een interview met de schrijfster Margaret Atwood. De interviewer stelde haar de vraag: "Vind u het de taak van een schrijver om stelling te nemen in het maatschappelijke debat?" Haar antwoord heb ik onthouden en citeer ik graag volmondig: "Nee, dat is mijn taak als burger. Als schrijver is het mijn taak om ervoor te zorgen dat jij de bladzijde omslaat." Ik ben geneigd hetzelfde te antwoorden op jouw vraag als het gaat om de taak van academici. Ik denk niet dat academici speciaal de plicht hebben om zich te mengen in het maatschappelijk debat omdat het academici zijn, nee, omdat het burgers zijn.”

Cordon sanitaire
Celis: “Naarmate het rechtse discours genormaliseerd wordt, wordt er ook ruimte gecreëerd voor nog radicalere vormen van rechts. Hoe voorkomen we dat? Hier in België kennen we het systeem van het cordon sanitaire, wat controversieel is.”

"Mijn generatie gaat al die problemen niet meer oplossen. Dus we moeten het hebben van de jongere generatie"

Pfeijffer: “Het verschijnsel dat de opvattingen opschuiven naar rechts, is het concept van de Overton Window. Dat is het scala van opvattingen dat maatschappelijk geaccepteerd kan worden geacht. Dat scala als geheel is de laatste jaren enorm opgeschoven naar rechts. Wat tien jaar geleden ondenkbaar was, is nu zo goed als mainstream geworden aan de rechterkant. De schuld voor dat opschuiven ligt bij de centrumpartijen die uit een soort van angsthazerij de electorale aantrekkingskracht van extreemrechts beantwoordden met pogingen om op hen te gaan lijken. Ik denk dat het cordon sanitaire niet bedoeld is als instrument om de verschuiving naar rechts tegen te houden. Maar het kan wel helpen om de aanhang van extreemrechtse partijen beperkt te houden. Ik vind het geen elegant instrument, maar het is misschien het enige instrument.”

Hoop is het laatste woord 
Celis: “Het laatste woord van het laatste essay is het woord hoop. Hoop is inderdaad heel erg belangrijk, onderzoek toonde ook aan dat als mensen nog hoop hebben, dat het hen nog binnen de contouren van de democratie houdt. Put u hoop uit de jongere generatie?
Pfeijffer: “Het feit dat ik hier tegenover jullie met z'n allen zit, is daadwerkelijk hoopgevend. Dat ik ook op andere plekken vooral met studenten van gedachten heb mogen wisselen over deze materie, over deze problemen, over alles wat op dit moment in de maatschappij gebeurt. Dat is de hoop. En vooral de hoop bij de jongere generatie. Want mijn generatie gaat al die problemen niet meer oplossen. Die heeft z'n kans gehad en totaal verbruikt. Dus we moeten het hebben van de jongere generatie. Het feit dat de jonge generatie zich betrokken voelt, geeft mij hoop.”

“De waarheidsvinding zoals die op universiteiten plaatsvindt, is cruciaal als tegenwicht”

Geen debat aan een universiteit zonder de stem van de hoop, van de studenten dus. Zij kregen dan ook ruim de tijd om hun ongerustheid over de staat van onze democratie te uiten. Zes van hen voelden Ilja Pfeijffer aan de tand.

Student in debat met Ilja Pfeiffer

“Rechts beroept zich vaak op het recht op vrije meningsuiting wanneer ze over hun argumenten beginnen. Hoe ga je daarmee om in een gesprek met hen?”
Pfeijffer: “Die vrijheid mogen ze claimen, maar die moet dan ook voor iedereen gelden en dat is wat extreemrechts dan weer niet wil. Ze wil zelf de vrijheid hebben om andere bevolkingsgroepen vrijheid te ontzeggen. En dat kunnen we natuurlijk niet accepteren. We kunnen dat alleen doen als extreemrechts de vrijheid van meningsuiting voor andere bevolkingsgroepen ook respecteert. En dat is niet het geval, het is een truc. Net zoals het een truc is van extreemrechts om zichzelf voortdurend in de slachtofferrol te plaatsen. Zij zijn zogenaamd degenen die nooit worden gehoord, die geen toegang hebben tot de media, die worden gecensureerd, die worden overschreeuwd door het dominante discours van links. Dat is allemaal onzin, dat is niet zo. Ze worden gehoord en ze hebben inmiddels een veel dominanter discours dan een traditionele linkse partij. Maar die slachtofferrol is hen heel dierbaar. Zelfs als ze aan de macht zijn. Ik zie het ook bij Meloni. Zij is bij voortduring boos, verontwaardigd want achter elke hoek schuilt een vijand die haar een dolk in de rug wil steken. Het is onderdeel van de retorische strategie van extreemrechts om die slachtofferrol voor zichzelf op te eisen. Dus als je gaat claimen dat je de vrijheid opeist omdat je het slachtoffer bent van onvrijheid, dan moeten we daar niet in trappen.” 

“U spreekt over de taak van de burger om deel te nemen aan het publieke debat. Maar wat is de waarde van een publiek debat dat steeds vaker gevoerd wordt op basis van fake news, op feiten die Trump fabriceert op Twitter om twee uur ’s nachts?”
Pfeijffer: “We moeten beseffen dat autoritaire krachten en leiders in de wereld bij niets méér gebaat zijn dan bij onze onverschilligheid. Dus we moeten niet in de val trappen dat het allemaal geen zin meer heeft en dat we ons terugtrekken uit het debat. We moeten een stem blijven houden. Maar het is heel ingewikkeld om precies de reden die u aangeeft, omdat we het vaak al niet meer eens kunnen worden over de basale feiten die de grondslag zouden moeten vormen voor een discussie. Dat heeft allerlei oorzaken.

Student in debat met Ilja Pfeijffer

Een van de voornaamste is gelegen in de technologische ontwikkelingen. Social media en veel gebruikte websites zoals YouTube worden, zoals u ongetwijfeld weet, gestuurd door algoritmen. Die gaan uit van het principe dat we meer hapjes krijgen voorgeschoteld van het gerecht dat we eerder lekker hebben gevonden. De Nederlandse komiek Arjen Lubach bedacht hiervoor het woord fabeltjesfuik. Je wordt steeds verder je eigen vooroordelen ingetrokken en op een gegeven moment krijg je alleen nog maar bevestiging van die vooroordelen. Dit leidt tot een uiteenvallen van het debat in verschillende internetbubbels waar iedereen een eigen waarheid heeft. Het is heel belangrijk om te beseffen dat dit geen natuurverschijnsel is. Dit is bedacht, dit is ontworpen. Die algoritmen zijn gemaakt door mensen die daar ontzettend veel geld aan verdienen. En dat zijn diezelfde mensen die bij de inauguratie van Trump op de eerste rij zaten. Die zijn gebaat bij de fragmentatie van onze samenleving. Dus als we het gevecht willen voeren voor het behoud van de discussie op basis van feiten, hebben we te maken met kolossale tegenkrachten die het ons heel moeilijk maken. En toch mogen we niet opgeven.”

“Als universiteit doen we onderzoek, kennen we de feiten en hebben we de cijfers over veel zaken waar ideologisch over gedebatteerd wordt. Is het dan niet aan de universiteit om zichzelf meer op te dringen in het publieke debat?”
Pfeijffer: “Het wordt steeds belangrijker om met de passie die u nu vertoont te verkondigen hoe nodig dat is. U heeft helemaal gelijk, dat is ook de reden waarom universiteiten de aardsvijand zijn van dictators. Dictators hebben helemaal geen zin in die methode van u en de waarheidsvinding en de feiten. Dat zijn de natuurlijke vijanden van regimes die het moeten hebben van hun leugens. De waarheidsvinding zoals die op universiteiten plaatsvindt, is cruciaal als tegenwicht. Maar misschien is kritisch leren nadenken nog belangrijker dan studeren aan een universiteit. Dat je een academische, analytische denkmethode ontwikkelt. En die biedt misschien een nog wel sterker tegenwicht tegen autocratische krachten. Het is voor een deel de verantwoordelijkheid van academici om hun onderzoeksresultaten ook toegankelijk te maken voor een breder publiek. Maar het is ook de verantwoordelijkheid van de pers, van beleidsmakers om op zoek te gaan naar die informatie.”
 

“Wij hebben het voornamelijk over extreemrechts. Maar tegelijk zie je dat ook dat de extreemlinkse zijde van diezelfde sluwe tactieken gebruik durft maken en regelmatig flirt met autoritaire regimes. Zijn er bepaalde tendensen die u ook op de linkerzijde herkent?”
Pfeijffer: “Als je je gaat afvragen hoe het nou komt dat die extreemrechtse partijen toch zoveel aantrekkingskracht hebben op het electoraat, dan moet je constateren dat er enorm veel woede is en onvrede in de samenleving. En al die woede en onvrede is niet verzonnen, die is reëel. Alleen komt het natuurlijk niet door de asielzoekers. Dat is de zondebok die wordt aangereikt. De werkelijke reden van die woede en onvrede is dat we alleen al in economisch opzicht in een heel erg oneerlijke samenleving leven. Die ongelijkheid begint proporties aan te nemen die niet langer houdbaar zijn. Het probleem is dat traditioneel linkse partijen in de jaren negentig de vrije markt en het kapitalisme hebben omarmd. In die historische context kon je dat misschien begrijpen: de muur was net gevallen. Het leek te gaan om de eindoverwinning van het kapitalisme op het communisme. In die context was er het socialisme van de derde weg van Tony Blair. In Nederland had Wim Kok het over de noodzaak om de ideologische veren af te schudden. Vanaf dat moment kon de traditionele sociaaldemocratie niet meer geloofwaardig een belofte van verandering belichamen. Ze werden door het electoraat gezien als representanten van de status quo en daarmee als onderdeel van hun problemen. Terwijl extreemrechts wel die belofte van verandering op een geloofwaardige manier vormgeeft. Het is weliswaar een valse belofte, gebaseerd op nostalgie. Op terugkeer naar een mythologisch tijdperk waarin alle problemen van vandaag zogezegd niet bestonden. Het is een belofte van verandering die door traditioneel links niet kan worden beïnvloed, niet kan worden waargemaakt. Maar zodra ergens een linkse politicus of een linkse partij opstaat die de moed heeft om het systeem als zodanig ter discussie te stellen, heeft die electoraal plots veel meer potentieel. Kijk naar Mamdani in New York of naar Bernie Sanders die bijna presidentskandidaat werd met een programma waar onder andere werd gepleit voor de sluiting van Wall Street. Om bij uw vraag te blijven: ik denk niet dat extreemrechts het monopolie heeft op populisme. Maar het electorale succes van die linkse partijen zou ik toch eerder verklaren uit een roep om verandering die traditionele linkse partijen niet kunnen verwoorden.” 

Ilja pfeijffer in debat

“Hoe denkt u dat links aan overtuigingskracht kan winnen zonder zelf te vervallen in een populistisch discours?” 
Pfeijffer: Alle grote problemen die er op dit moment bij ons zijn, komen zonder enige uitzondering door de vrije markt, door het kapitalisme. Ik ben vergeten in welk jaar het was, maar Oxfam had berekend dat de 80 rijkste mannen ter wereld samen in een dubbeldekker zouden passen en evenveel bezitten als de armste helft van de wereldbevolking. Het schokkendste was dat Oxfam een aantal jaar later die vergelijking al moest aanpassen. Toen waren het de 40 rijkste mannen en daarvoor had je niet eens meer een dubbeldekker nodig. Ik heb berekend dat je voor het privévermogen van Elon Musk, dat geschat wordt op 500 miljard dollar, voor 12,5 jaar alle honger uit de wereld zou kunnen bannen. Het meest perverse is dat wij een systeem hebben ontworpen waarin we daar niets aan kunnen doen. Ongelijkheid begint proporties aan te nemen die niet langer acceptabel zijn en een bedreiging vormen voor de vrijheid van miljoenen burgers. Een ander fenomeen is natuurlijk de klimaatcrisis. Die ons met de neus op de feiten drukt dat het model van oneindige economische groei niet langer houdbaar is. Maar als we dat model loslaten valt de bodem onder het kapitalisme vandaan. We zijn op een punt in de geschiedenis aanbeland waarop we ons fundamenteel moeten afvragen of het kapitalisme nog wel werkt. Linkse partijen hebben de moed niet om dat punt te maken. Want dan moeten we nadenken over alternatieven en dat is niet makkelijk. In ieder geval mogen we die fundamentele vraag niet uit de weg gaan.”

“In Hongarije werd Magyar verkozen. We zien ook dat de steun van Meloni aan Trump en aan Israël aan het veranderen is. Is er dan toch hoop dat de absolute democratie een constitutionele kan blijven?” 
Pfeijffer: “Ik ben heel blij dat u het voorrecht ten deel is gevallen om de laatste vraag te stellen, want dit is een vraag waarin heel veel hoop geïmpliceerd ligt. De verkiezingsnederlaag van Orbán is een erg hoopgevend signaal. Ik formuleer het expres zo want ik weet niet of de verkiezingsoverwinning van Magyar per se een heel hoopvol signaal is. We zullen in de komende dagen zien hoe hij de belofte om de democratische rechtsstaat in ere te herstellen waar kan maken. Want dat is namelijk helemaal niet zo makkelijk. In Polen wordt er nog steeds mee geworsteld. Daar heb je de rare paradox dat de regering van Tusk de rechtsstaat probeert te herstellen maar dat eigenlijk niet mogelijk is zonder de wetten te overtreden die door de voorgangers zijn gemaakt. In Chili is het gelukt om na de dictatuur van Pinochet een democratische rechtsstaat te herstellen, maar dat proces duurde 20 jaar.

Student in debat met Ilja Pfeiffer

De herverkiezing van Trump zou op een bepaalde manier wel eens een blessing in disguise kunnen zijn. Het is zo extreem duidelijk dat wat er op dit moment in de Verenigde Staten aan de hand is voor heel veel mensen, zeker in Europa, een soort van wake-up call is. Zowel als het gaat over de destructieve vermogens van een absolutistische interpretatie van de democratie als in geopolitiek opzicht. En je ziet dat extreemrechts in Europa dat tot voor kort graag flirtte met Trump niet weet hoe snel ze nu afstand van hem moeten nemen. Zelfs iemand als Bardella in Frankrijk die ooit nog pleitte voor een uitreding van Frankrijk uit de Europese Unie, pleit nu voor snel de eenwording en een Europees leger. Meloni neemt afstand van Trump om de paus te beschermen en nu ook afstand van Netanyahu. Dat is niet omdat die extreemrechtse politici opeens verstandig zijn geworden. Wel omdat ze voelen dat de publieke opinie aan het verschuiven is.” 

Dit vonden de studenten ervan

We vroegen na afloop van het debat enkele studenten naar een reactie. Tevredenheid klonk er over wat ze te horen kregen, maar dat de weg naar betrokkenheid met het politieke discours een lange weg is werd ook duidelijk. 

 
Victoria kende Pfeijffer niet maar naar aanleiding van de aankondiging van het debat op Instagram deed ze wat opzoekwerk over hem. “Ik wist niet wat ik van het debat mocht verwachten maar vond het enorm interessant om te horen hoe extreemrechts het publieke debat gekaapt heeft. Tegelijk vond ik het goed dat het populisme van links ook werd aangekaart.”

Robbe kent Ilja Pfeijffer als schrijver en ging onlangs ook naar het debat tussen hem en Verhofstadt in Bozar. “Maar daar ging het er nogal gezapig aan toe. Hier was het publiek veel kritischer. Karen Celis stelde ook zeer goede vragen, waarop hij overigens pasklare antwoorden had. Op mijn vraag hoe links electoraal succes kan behalen zonder populistisch te zijn, bleef hij het antwoord een beetje schuldig. Ik weet het zelf eerlijk gezegd ook niet goed of dat überhaupt mogelijk zal zijn.”

Elin kent Pfeijffer van zijn romans en van zijn essay als reactie op Kierkegaard. “Ik wist ook dat hij een goede spreker was en dat heeft hij vandaag ook wel bewezen. Maar ik was vooral verrast door zijn kennis van de politiek en zijn duidelijke standpunten daarover. Ik ben het ook grotendeels met hem eens, en ik vind het ook belangrijk dat we stilstaan bij waarom extreemrechts zo aanslaat en waarom dit telkens opnieuw gebeurt. Het is niet de eerste keer, hè. Gelukkig is er aan de VUB veel ruimte voor debat. Je moet er gewoon aan deelnemen, dat is onze taak als student.”

Loïc had eerder al enkele ‘witty’ uitspraken over politieke thema’s van hem gehoord. “Dus toen ik vernam dat hij hier kwam spreken, schreef ik me direct in. Of ik tot nieuwe inzichten gekomen ben? Hij heeft vooral op een duidelijke manier bevestigd wat ik al dacht. Wat hij zei over het niet toegeven aan de onverschilligheid is zeer belangrijk.” “En dat is misschien wel het moeilijkste voor onze generatie”, vult Elin aan. “We worden overweldigd door informatie over heel veel complexe problematieken. Dat maakt het moeilijk om door de bomen het bos te zien en daardoor ook moeilijk om geïnteresseerd te blijven en niet onverschillig te worden. En dat gebeurt bij velen.”

Ilja Pfeijffer signeert

Na afloop van het debat signeert Ilja Pfeijffer zijn boeken.

De wereld heeft je nodig

Dit initiatief maakt deel uit van het publieksprogramma van de Vrije Universiteit Brussel. Dit programma is er voor iedereen die vindt dat het anders kan in de wereld en gelooft dat wetenschappelijke kennis, kritisch denken en dialoog een belangrijke eerste stap zijn om je stempel te drukken op jouw omgeving en de wereld. 

Als Urban Engaged University wil de Vrije Universiteit Brussel een drijvende kracht van verandering in de wereld te zijn. Met ons academisch onderwijs en ons innovatief onderzoek dragen we bij aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties en drukken we mee onze stempel op de toekomst.

Ontdek het programma