Jens Franssen, een ervaren journalist in het Midden-Oosten, was de perfecte moderator om de moeilijke thema’s van terrorisme, vluchtelingen, jihadisme en Europees beleid in elkaar te weven, met de juiste toon en een scherpe visie. Vragen rond het Europees beleid met betrekking tot terrorisme kregen een eerlijk antwoord van professor Hendrik Vos. 

“Er is geen Europees beleid met betrekking tot terrorisme”. Behalve de organisatie van een volle minuut stilte dan.”


De aandacht van het publiek was meteen getrokken. - Een verslag door Ernesto Rodriguez.
 
Vluchtelingen
Op de vraag of het akkoord van de Europese Unie met Turkije over de vluchtelingenproblematiek een goede zet is, schudden alle vier de sprekers unaniem hun hoofd. Turkije vertegenwoordigt onvoldoende een aantal waarden waar de Europese Unie zo graag mee uitpakt, met de vrijheid van meningsuiting om een iets te benoemen. Onmiddellijk was de toon gezet voor professor Patrick Deboosere. Hij antwoordde zeer duidelijk op de vraag of vluchtelingen een probleem zijn voor de Europese Unie, namelijk dat vluchtelingen geen probleem zijn. Mensen vluchten uit oorlogsgebieden, juist omdat ze het slachtoffer zijn van terrorisme. Dat is een politiek probleem. Demografisch gezien kan Europa deze vluchtelingenstroom aan, landen zoals Jordanië en Libanon nemen veel meer vluchtelingen op. De belangrijkste migratiebewegingen in Europa zijn die tussen Europese landen en bovendien is de grootste migratiegolf wereldwijd die van het platteland naar de steden.
 
Europese inlichtingendienst
De volgende vraag was voor professor Marc Cools. “Heeft Europa nood aan één grote inlichtingendienst?” Zijn antwoord kwam nog sneller dan de vraag. Nee, veiligheid is immers een kwestie van staten, dus er zal nooit één Europese inlichtingendienst komen. Mensen kunnen hierover blijven dromen. Hij vertelde ook dat er een wettelijk kader bestaat dat voorziet om de bron te beschermen, waardoor informatie altijd eerst via een derde land passeert. Op die manier is de informatie van Turkije via Nederland gepasseerd. Daarenboven moeten we niet denken dat het een nieuw fenomeen is. Terrorisme bestaat al lang in België, dit zowel van extreem links tot extreem rechts, maar zo brutaal en op zo’n grote schaal als op 22 maart, is ongezien. Professor Cools benadrukt dat IS een groep barbaren zijn die al de waarden waarvoor in Europa is gestreden omver werpen. Wat hem betreft kan IS of ISIS beter was  of waswas worden.
 
Ideeën als wapen
Montasser Alde’emeh benadrukte dat de strijd tegen IS niet alleen met wapens, maar met ideeën moet bestreden worden. Onderwijs is één van de fundamentele pilaren binnen deze strijd. Binnen onderwijs moeten kinderen een weg kunnen vinden waar ze hun capaciteiten kunnen ontplooien, want sommige kinderen met een migratieachtergrond vinden deze weg niet. Resultaat is dat er jongeren zijn die met een identiteitsprobleem kampen en vervreemden van de maatschappij waar ze in zijn grootgebracht. Hier lopen ze het risico om in de val van de lokroep van gewelddadig extremisme te lopen.