Als Europa een sterke eigen digitale industrie wil uitbouwen, moet het bewust Europese technologie aankopen. Universiteiten kunnen daarin een belangrijke rol spelen.
Europese universiteiten geven miljoenen euro’s uit aan IT: cloud- en softwarediensten, cybersecuritytools, hardware. Dat geld gaat grotendeels naar niet-Europese spelers. Als het over cruciale platformen gaat, kijken we automatisch naar de Verenigde Staten. China speelt dan weer een dominante rol in hardware, telecom en mondiale aanvoerketens. Cybersecurity wordt wereldwijd aangekocht, met zwaargewichten uit Israël en de VS.
Die afhankelijkheid is het resultaat van marktlogica: wie schaal heeft, wint. Alleen vergeten we dat wij die schaal zelf creëren, elke keer opnieuw, met publiek geld. En dat digitale infrastructuur geen gewone aankoop is: het gaat om controle over data, juridische afhankelijkheid van buitenlandse wetgeving en geopolitieke risico’s. We maken ons bovendien zo afhankelijk van grote één - vaak Amerikaanse - leverancier dat overstappen naar een andere aanbieder erg moeilijk, duur of risicovol wordt.
In geopolitiek woelige tijden zijn leveringszekerheid, exportrestricties, sancties en handelsconflicten onderdeel van de realiteit. Digitale afhankelijkheid is bovendien een strategisch risico. De universiteit is een digitaal ecosysteem. Wij beheren persoonsgegevens van tienduizenden studenten en medewerkers. We verwerken gevoelige onderzoeksdata met economische en soms strategische waarde. Dagelijks worden we aangevallen door cybercriminelen. Als e-mail, netwerktoegang of opslag uitvalt, stopt de instelling meteen. Daarom is het onbegrijpelijk dat aanbestedingen nauwelijks expliciet rekening houden met rechtsgebied, overstapbaarheid en geopolitieke afhankelijkheid.
Als Europa een volwaardige digitale industrie wil, moet het nu doen wat elke economische grootmacht doet: de eigen markt gebruiken om eigen spelers op te bouwen. Niet met slogans over innovatie, maar met aankoopbeslissingen, aanbestedingen en keuzes op lange termijn. We hoeven buitenlandse technologie niet te bannen, maar we moeten stoppen met te doen alsof elke aankoop een geïsoleerde beslissing is zonder gevolgen. Elke aanbesteding helpt een ecosysteem groeien en dat ecosysteem groeit te vaak buiten Europa.
Universiteiten kunnen daar mee verandering in brengen. Door Europese leveranciers actief kansen te geven via kleinere aanbestedingen. Door open standaarden te eisen. Door uitstapplannen contractueel verplicht te maken. Door leveranciersconcentratie te vermijden. En door geopolitieke afhankelijkheid als volwaardig criterium op te nemen.
Als Europa een digitale industrie wil die kan concurreren, moet het zich gedragen als een economische macht en zijn publieke instellingen inzetten als hefboom. Universiteiten moeten ook in hun IT-aankopen tonen dat het hen menens is. Niet uit nostalgie of protectionisme, maar uit strategisch eigenbelang.