In de leerlijn Sport en Maatschappij brengt professor Hebe Schaillée studenten lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen in contact met sportorganisaties, van Brussel tot Zuid-Afrika. Op het Onderwijscongres belicht ze de meerwaarde én de praktische uitdagingen van co-creatief onderwijs. “Ik kies strategisch waar ik co-creatie inzet: de leerwinst voor studenten moet groot genoeg zijn, maar het moet organisatorisch ook haalbaar blijven.”

Onderwijsprofessional aan de VUB? Schrijf je in voor het Onderwijscongres op 26 mei.

Op het onderwijscongres spreek jij over co-creatief onderwijs, onderwijs dat tot stand komt dankzij een gelijkwaardige samenwerking tussen studenten, docenten en professionals buiten de universiteit. Welk project ligt je nauw aan het hart?
Hebe Schaillée: “Dan denk ik meteen aan de groepsmobiliteit naar Zuid‑Afrika die we sinds enkele jaren organiseren voor een tiental studenten sport- en bewegingswetenschappen. Daar brengen we studenten, docenten en professionals uit het werkveld als gelijkwaardige partners samen. We werken daarvoor samen met Sportstec, een organisatie die leerkrachten lichamelijke opvoeding ondersteunt.

Hebe Schaillée

Hebe Schaillée

Zo hielpen onze studenten tijdens de jongste editie bij de procesevaluatie van het Good Moves Active School Programme, dat Sportstec in 750 scholen heeft uitgerold. Samen met het team van Sportstec dachten ze na over welke data moesten worden verzameld om de efficiëntie van het programma in kaart te brengen.

Wat dit project echt co-creatief maakt, is de intensieve betrokkenheid van Sportstec. Het is niet de bedoeling dat onze studenten als buitenstaanders observeren en adviezen formuleren. We willen het traject samen doorlopen en de lokale partner eigenaarschap geven. Dankzij hun dagelijkse aanwezigheid in de scholen, hebben zij duurzame relaties opgebouwd en beschikken zij over een toegang die wij niet hebben. In die zin vervult Sportstec een cruciale brugfunctie.”

“Co-creatief onderwijs maakt leren concreet en betekenisvol, omdat studenten vertrekken vanuit echte ervaringen”

Maakt de buitenlandervaring dit project extra interessant?
“Zeker. Een klassiek uitwisselingssemester is voor veel van onze studenten niet evident, omdat ze aan competitiesport doen of zich als coach of lid engageren binnen een sportclub. Dit project, dat drie à vier weken duurt, geeft hun toch een betekenisvolle internationale ervaring. 

De Zuid‑Afrikaanse context verschilt sterk van de onze. Lichamelijke opvoeding maakt er deel uit van het vak life orientation, dat jongeren voorbereidt op het leven in brede zin. Sport wordt er in sterke mate ingezet om te werken aan soft skills. Bovendien is lichamelijke opvoeding geen standaardonderdeel van de reguliere lerarenopleiding. Sportstec speelt hierop in door leerkrachten in het werkveld een praktijkgerichte opleiding aan te bieden. Door te werken in een context die duidelijk verschilt van hun dagelijkse realiteit, ervaren studenten hoe culturele gevoeligheden en lokale omstandigheden het handelen beïnvloeden. Dat kun je toelichten in een hoorcollege, maar pas in de praktijk wordt het echt duidelijk.” 

Wat is de incentive voor jullie lokale partner?
“Sportstec krijgt financiering van bedrijven zoals Nike en Spar en moet aan die partners kunnen aantonen wat de sociale impact van hun werking is. Precies daar ligt de meerwaarde van de samenwerking met ons als universiteit. Samen ontwikkelden en verfijnden we evaluatie‑instrumenten, zoals vragenlijsten en observatietools. Die helpen Sportstec niet alleen om hun impact beter te begrijpen, maar ook om die op een onderbouwde en geloofwaardige manier te communiceren naar financierende partners.”

Is dit project deel van IMPACT, de collective learning community die jij trekt binnen EUTOPIA?
“Onze learning community was initieel helaas minder succesvol dan gehoopt door personeelswissels en functieveranderingen bij partners. Maar ze heeft wel geleid tot sterkere samenwerkingen met enkele globale partners uit het EUTOPIA-netwerk, zoals Stellenbosch University in Zuid-Afrika en Monash University in Australië. Zo is Prof. Ruth Jeanes voor drie jaar aangesteld als onbezoldigd gastprofessor en co-titularis van het opleidingsonderdeel International Perspectives in Sportmanagement, waarin de groepsmobiliteit centraal staat.”

“Co-creatief onderwijs heeft pas zin als de leerwinst groot genoeg is én het organisatorisch haalbaar blijft” 

Op welke manier ben jij in België bezig met co-creatief onderwijs?
“Ik doe onderzoek naar de sociale impact van sport. In mijn onderwijs wil ik studenten niet alleen theoretische inzichten meegeven, maar hen ook in contact brengen met concrete uitdagingen van organisaties die via sport sociale impact willen realiseren. Daarom werk ik binnen de leerlijn Sport en Maatschappij samen met verschillende Brusselse en Vlaamse organisaties.

Eerlijk gezegd zou ik co-creatief onderwijs graag nog sterker verankeren in het reguliere curriculum. Maar als docent bots ik op een aantal praktische uitdagingen. Mijn huidige onderwijsbelasting is al hoog, en co-creatie met organisaties vraagt veel extra tijd: administratie, voorbereiding, afstemming en begeleiding. Zeker wanneer je met grote groepen studenten werkt, kan co-creatief onderwijs belastend zijn. Voor de groepsmobiliteit komt daar ook een aanvraagprocedure bij Global Minds bij (een programma dat samenwerking tussen Vlaamse hogescholen/universiteiten en het globale zuiden stimuleert, red.). Alleen dankzij extra inspanningen, ook van collega’s als professor Inge Derom en in eerdere edities professor Marc Theeboom, is het mogelijk om dit soort betekenisvolle internationale en co‑creatieve leerervaringen te realiseren.

Ik probeer daarom strategisch te kiezen waar ik co-creatie inzet: de leerwinst voor studenten moet groot genoeg zijn, maar het moet organisatorisch ook haalbaar blijven.”

Met welke argumenten wil je op het Onderwijscongres andere docenten overtuigen om het toch te doen?
“De meerwaarde van co‑creatief onderwijs is voor mij drieledig: professioneel‑maatschappelijk, inzicht‑ en contextgericht en didactisch.

In de eerste plaats biedt het studenten de kans om al vroeg in hun opleiding een professioneel netwerk op te bouwen. Zo creëren we leeromgevingen waarin studenten leren participeren in een professionele dialoog.

Daarnaast laat deze aanpak studenten beter begrijpen wat organisaties doen en hoe theoretische concepten functioneren binnen concrete contexten. Door studenten letterlijk met beide voeten in de praktijk te plaatsen, ontwikkelen zij inzicht in contextgevoeligheid en leren zij de vertaalslag maken van abstracte kennis naar specifieke situaties.

Tot slot biedt co‑creatief onderwijs een duidelijke didactische meerwaarde doordat studenten ervaring en theorie met elkaar leren verbinden. Omdat studenten vertrekken vanuit opgedane ervaringen, krijgen reflecties en klassikale discussies aanzienlijk meer diepgang. Dat leidt tot rijkere leerprocessen en meer betekenisvolle interacties in het onderwijs.”

“We creëren leeromgevingen waarin studenten leren participeren in een professionele dialoog”

Zijn sportorganisaties in Vlaanderen en Brussel vragende partij om meer betrokken te worden?
“Sommige zeker. We moeten er wel over waken dat we hen niet overbevragen - studenten kloppen ook bij hen aan voor stages of andere opdrachten. Bovendien ontvangen deze organisaties ook studenten van andere onderwijsinstellingen en opleidingen. Maar zolang de samenwerking haalbaar en goed gestructureerd is, willen een aantal sportorganisaties in Vlaanderen en Brussel graag betrokken worden. Zo kunnen studenten een waardevolle rol spelen bij het verfijnen van beleidsplannen, het evalueren van activiteiten of het ondersteunen van de organisatie van sportevents.” 

Hoe ben jij zelf op het spoor gekomen van co-creatief onderwijs? 
“Mijn onderzoek focust op sport als context voor ervaringsgericht leren, in het bijzonder voor de ontwikkeling van persoonlijke en sociale competenties bij diverse doelgroepen. Deze ervaringsgerichte leerbenadering vormt ook een belangrijk uitgangspunt binnen mijn onderwijs en binnen de leerlijn Sport en Maatschappij.

Een voorbeeld hiervan is de geïntegreerde werkperiode Sport als middel, waarbij we eerstejaarsstudenten in hun eerste semester in contact brengen met Brusselse en Vlaamse organisaties die sport als sociaal en pedagogisch middel inzetten voor specifieke kansengroepen. Dit draagt bij aan een verbreding van hun blik op wat sport kan betekenen.

Co‑creatief onderwijs sluit hier naadloos op aan, omdat het studenten toelaat om die verbrede kijk verder te verdiepen in samenwerking met actoren uit het werkveld. Door samen te leren, te experimenteren en te reflecteren vanuit authentieke praktijken, wordt leren concreet en betekenisvol. Dergelijke opgedane ervaringen maken een veel sterkere indruk en blijven ook langer hangen dan wanneer ik er enkel over zou vertellen.”

Bio

Professor in de Sport- en Bewegingswetenschappen Hebe Schaillée is gespecialiseerd in de maatschappelijke rol van sport. Haar onderzoek focust op hoe sport bijdraagt aan sociale inclusie van kwetsbare jongeren en aan de bevordering van gendergelijkheid in sportomgevingen. 

VUB Onderwijscongres 2026

Op 26 mei vindt aan de VUB het jaarlijkse Onderwijscongres plaats, waar onderwijsprofessionals nieuwe inzichten delen over innovaties in het onderwijs. In een plenaire sessie licht vicerector Onderwijs Nadine Engels toe waar de uitdagingen liggen voor toekomstbestendig onderwijs, en hoe beleid, ondersteuning en innovatie daarop kunnen inspelen. In zes parallelle sessies ligt de focus nadien op thema’s met impact op studierendement: van ‘hoe kun je AI inzetten als leerpartner’ tot ‘hoe zorg je dat lesmaterialen en curricula voor iedereen toegankelijk zijn’.

Ontdek het programma en schrijf je in