Studenten die de aula verlaten tijdens een les over de vrouwelijke genitaliën, of patiënten die een zorgverlener van het andere geslacht weigeren. Professor Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie Nele Adriaenssens botst er in haar lessen én praktijk regelmatig op. Op het Onderwijscongres van 26 mei deelt ze hoe sterke interculturele competenties een antwoord kunnen bieden. “Heel vaak gaat het om misverstanden of het niet kennen van elkaars context.”
Onderwijsprofessional aan de VUB? Schrijf je in voor het Onderwijscongres.
Je kreeg een curriculumvernieuwingsmandaat om interculturele competenties te implementeren binnen het curriculum van de Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie. Tegen welke concrete uitdagingen van de geglobaliseerde samenleving lopen jij en je collega’s aan?
Nele Adriaenssens: “Binnen kinesitherapie hebben we veel praktijklessen. Studenten moeten leren inspecteren, palperen en mobiliseren. Je kunt iemands rugspieren niet palperen, wanneer die persoon een T-shirt draagt. Op de opleidingsraad hoor ik dat sommige studenten vragen om praktijkgroepjes te vormen met enkel vrouwelijke studenten, soms zelfs met enkel vrouwelijke docenten.
Daarnaast krijgen onze studenten, net als bij Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen, fysieke proeven. In de ramadan is dat niet evident. Tijdens de lessen rond gynaecologie en de bekkenbodemspieren gebeurt het dan weer dat mannelijke studenten de aula verlaten bij de presentatie van de vrouwelijke geslachtsorganen. Ook in de praktijk - ik werk één dag per week als kinesitherapeut in UZ Brussel - word ik met gelijkaardige uitdagingen geconfronteerd. Van studenten die op stage gaan, hoor ik die verhalen ook. Het curriculumvernieuwingsmandaat is dus een project dat echt gegroeid is uit mijn ervaringen, maar ook uit het onderzoek van mijn PhD student Paula DiBiasio van de Elon University in de USA.”
Nele Adriaenssens
Wat is binnen de opleiding het antwoord op dat soort verzoeken of weigeringen?
“Je mag zulke beslissingen niet ad hoc nemen of overlaten aan individuele onderwijsteams of docenten. Het beleid moet hier duidelijk over zijn. De VUB presenteert zichzelf als een humanistische universiteit waarin diversiteit als troef wordt gezien, gelijkwaardigheid een kernwaarde is en inclusie een expliciete norm én opdracht vormt. Als student moet je dus met iedereen kunnen samenwerken. De manier waarop studenten vandaag met elkaar omgaan, weerspiegelt bovendien hoe ze later met patiënten zullen omgaan.
‘De manier waarop studenten vandaag met elkaar omgaan, weerspiegelt hoe ze later met patiënten zullen omgaan”
Als vrouwelijke studenten bijvoorbeeld alleen op vrouwen oefenen, bouwen ze minder vertrouwen op, minder ervaring en minder klinische voeling in het onderzoeken en behandelen van een mannenlichaam. Ook in de omgang met mannen, terwijl ze in het werkveld ook mannelijke patiënten professioneel en zonder aarzeling moeten kunnen benaderen. Hetzelfde geldt voor de bredere leeromgeving: als je studenten systematisch alleen met mensen met een gelijkaardige culturele of religieuze achtergrond laat werken, ontneem je hen een essentieel deel van hun leercurve. Net die ontmoetingen met andere perspectieven, gewoontes en referentiekaders zijn belangrijk om interculturele competenties te ontwikkelen. Studenten leren zo niet alleen omgaan met verschillen in de aula of de praktijkles, maar ook met de diversiteit aan patiënten die ze later in de zorg zullen ontmoeten.”
Hoe krijg je alle studenten mee in beslissingen die botsen met hun normen en waarden?
“Wat niet werkt, is die studenten bestempelen als probleemgevallen. Ook een agressieve ‘het is te nemen of te laten’-aanpak helpt niet. Het is beter om te kijken wat er achter zo’n vraag zit, open te staan om te luisteren en in gesprek te gaan. Je moet studenten betrekken. Want heel vaak gaat het om misverstanden of het niet kennen van elkaars context. Daarmee kan al veel opgelost worden. Tegelijk kunnen we tijdens infodagen en bij de inschrijving nog duidelijker zijn over wat wij van studenten verwachten, zodat er geen foute verwachtingen ontstaan. Omgekeerd moeten we ook expliciet maken dat studenten van ons mogen verwachten dat we inclusief zijn en niet discrimineren.”
Op welke vlakken merk jij dat het onderwijs aan VUB nog inclusiever kan?
“We denken graag dat we iedereen op dezelfde manier behandelen, maar we zijn ons niet altijd bewust van onze blinde vlekken. Voor we met echte patiënten aan de slag gaan, werken we in de gezondheidszorg vaak met casussen op papier. Wat ik daar zie, is dat diversiteit vaak clichématig wordt voorgesteld: negen casussen met hoogopgeleide, witte mannen met een goede socio-economische achtergrond, en één casus over een moslima met hoofddoek die niet goed Nederlands spreekt en weinig financiële middelen heeft. Docenten denken dan dat ze bezig zijn met diversiteit, maar versterken zo stereotypen. Inclusief communiceren is iets wat we ook nog kunnen verbeteren. Mijn collega Julie Bertone zal daar dieper op ingaan tijdens de sessie op het Onderwijscongres.”
Diversiteit gaat toch ook breder dan cultuur of etniciteit?
“Absoluut. Sommige studenten moeten werken om hun studies te betalen of hebben een zorgrol binnen hun gezin. Andere studenten kunnen door mentale of andere gezondheidsproblemen niet deelnemen aan bepaalde opleidingsonderdelen. Mijn collega’s Amber Werbrouck en Alessandra Blonda, die ook mee de sessie begeleiden, hebben bijvoorbeeld bestudeerd wie gebruikmaakt van het materiaal dat docenten aanbieden via Canvas. Die gegevens hebben ze gekoppeld aan demografische gegevens en studierendement. Docenten gaan er soms van uit dat het voldoende is als alles op Canvas staat. Maar sommige studenten hebben geen toegang tot een computer of ze hebben geen stabiel internet, waardoor video’s de hele tijd haperen.
Voor dat soort drempels moet er aandacht zijn. We moeten de lat niet lager leggen of uitzonderingen maken maar hoe meer je je bewust bent van die drempels, hoe beter. Soms zit dat in iets eenvoudigs als duidelijke communicatie of studiemateriaal in verschillende vormen. Ook een campusomgeving speelt daarin een rol: studenten hebben nood aan plekken waar ze in rust kunnen studeren, ontspannen of bidden, en aan infrastructuur waarin iedereen zich welkom voelt, zoals genderinclusieve toiletten. Aan de VUB bestaan daar vandaag al mooie voorbeelden van, maar tegelijk blijft het belangrijk om te blijven kijken waar drempels nog onbedoeld aanwezig zijn en hoe we die verder kunnen wegwerken.”
We moeten de lat niet lager leggen of uitzonderingen maken maar hoe meer je je bewust bent van de drempels, hoe beter”
Op welke manier kan meer diverssensiviteit leiden tot beter studierendement?
“Binnen mijn curriculumvernieuwingsmandaat werk ik aan een tutorproject waarbij studenten uit hogere jaren een eerstejaars met hetzelfde profiel begeleiden. Het idee is dat ervaren studenten tips geven rond drempels waar zij zelf tegenaan liepen. Neem bijvoorbeeld taalproblemen. Studenten die daar ook mee te maken hadden, kunnen eerstejaars wijzen op opleidingsonderdelen waar extra aandacht voor taal nodig is. Dat kan een belangrijke impact hebben op studierendement.”
Studenten moeten voorbereid worden op een diverse samenleving en beroepspraktijk. Hoe kunnen zij zelf meer diverssensitiviteit aan de dag leren leggen?
“Het idee van het curriculumvernieuwingsmandaat is om die interculturele vaardigheden met toenemende complexiteit in de opleiding te integreren. Eerst moet je je bewust worden van je eigen waarden en normen (awareness). Als je die kent, en beseft dat die niet voor iedereen gelden, ben je al een heel eind verder. Dan volgt de theorie (knowledge), vervolgens oefenen studenten de culturele vaardigheden (skills) tijdens stages (encounters). De laatste stap is cultural desire, de intrinsieke motivatie om cultureel competent te handelen. Dat verlangen hopen we te voeden door de interculturele vaardigheden doorheen de hele opleiding aan te bieden en er een 'evidentie' van te maken in hun dagelijkse praktijkvoering.”
Met welk inzicht hoop je dat deelnemers aan jouw sessie op het Onderwijscongres naar huis zullen gaan?
“Wat ik in de praktijk telkens opnieuw vaststel, is dat we allemaal mensen zijn en dat je vaak al ver komt door eenvoudige vragen te stellen: ‘Hoe zit dat juist bij jou?’ ‘Is het oké als ik je op die manier aanspreek?’ of: ‘Hoe komt het dat jij zo reageert?’ Dat zijn simpele vragen, maar ze werken vaak het best. Van elkaar horen waarom iets zo is, creëert meer begrip. Ik herhaal die boodschap elke dag aan mijn studenten. Wat mij raakt, is wanneer studenten na hun stage vertellen dat ze op de werkvloer zo’n situatie hebben aangepakt door goede vragen te stellen en te luisteren. Dan ben ik heel fier. Behalve natuurlijk als ze aan een patiënt met een niet-witte huidskleur die perfect Nederlands spreekt, vragen waar hij of zij vandaan komt. Dat moet je niet doen. Niet elke vraag is goed. (lacht)”
Bio
Nele Adriaenssens is professor Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en klinisch actief als coördinator van de kankerrevalidatie in het UZ Brussel. Haar onderzoek focust op kankerrevalidatie, meer specifiek exercise-oncology en lymfologie.
VUB Onderwijscongres 2026
Op 26 mei vindt aan de VUB het jaarlijkse Onderwijscongres plaats, waar onderwijsprofessionals nieuwe inzichten delen over innovaties in het onderwijs. In een plenaire sessie licht vicerector Onderwijs Nadine Engels toe waar de uitdagingen liggen voor toekomstbestendig onderwijs, en hoe beleid, ondersteuning en innovatie daarop kunnen inspelen. In zes parallelle sessies ligt de focus nadien op thema’s met impact op studierendement: van ‘hoe kun je AI inzetten als leerpartner’ tot ‘hoe zorg je dat lesmaterialen en curricula voor iedereen toegankelijk zijn’.