30 jaar geleden vond de eerste Pride in Brussel plaats. Sinds 1996 was België een voorloper in rechten voor de LGBTQIA+ gemeenschap. Maar valt er vandaag wel wat te vieren, nu hun rechten wereldwijd onder druk staan? Professor politieke wetenschappen Dave Sinardet vindt het belangrijk om waakzaam te blijven. “We zien bij jongeren dat de acceptatie van homoseksualiteit terugloopt.”
Dave Sinardet
Jij was erbij op die eerste Pride. Hoe kwam dat?
Dave Sinardet: “Ik had het jaar tevoren mijn coming-out gedaan en was geboeid door de homo-emancipatiestrijd, waarvoor ik mij ook engageerde. Dus vond ik het belangrijk om aanwezig te zijn. Ik deed er ook interviews, want ik werkte mee aan het toen enige bestaande gay radioprogramma, op de Antwerpse Radio Centraal. Het politieke stond toen nog centraal op de Pride. Er was ook nog veel strijd te voeren. Thema’s als de antidiscriminatiewetgeving en de gelijke behandeling van koppels van hetzelfde geslacht waren in 1996 nog redelijk controversieel. De toenmalige Brusselse burgemeester François-Xavier de Donnea (MR) wou de stoet niet langs de grote assen zien paraderen, dus moesten we langs kleine groezelige straatjes lopen. Maar we waren onder de indruk van het grote succes: zo’n 2500 deelnemers, onder wie zelfs enkele groene en rode politici! Niemand had toen verwacht dat drie decennia later de Pride zo’n 200 000 mensen zou trekken en dat zowat alle politieke kleuren van de regenboog absoluut zouden willen meelopen. En vooral, dat zowat alle eisen van toen al lang gerealiseerd zouden zijn.”
“Dit gaat niet enkel over één gemeenschap. Het gaat ook over hoe sterk onze liberale democratie is”
Is de Pride vandaag nog even politiek als toen?
“Tegenover toen is het politieke wat naar de achtergrond verschoven. De Pride is voor velen in de eerste plaats een feest geworden. Dat meer mensen, partijen, organisaties en bedrijven meelopen, is een overwinning op zich. Het toont dat de samenleving is geëvolueerd en dat LGBTQIA+ mainstream is geworden.
Maar de Brussels Pride blijft toch ook duidelijk politiek. Net als de Antwerp Pride die intussen ook zeer succesvol is. Dat zie je bijvoorbeeld aan de thema’s die ze kiest. Ten tijde van de vluchtelingencrisis was dat bijvorbeeld het thema LGBTQ-vluchtelingen. Ik ben daarover toen in gesprek gegaan met Bart De Wever voor hun magazine. Het blijft belangrijk om de politieke dimensie te behouden. Rechten zijn nooit definitief verworven. Je moet waakzaam blijven. In sommige andere landen zien we hoe ze langzaam maar zeker teruggedraaid worden. Meestal samen met andere rechten en vrijheden die het fundament vormen van onze liberale democratie, zoals vrije meningsuiting, scheiding der machten, grenzen tussen staat en religie, etc. Want die rechten en vrijheden hangen samen. Dit gaat niet enkel over één gemeenschap. Het gaat ook over hoe sterk onze liberale democratie is, met haar grondrechten en vrijheden die er voor iedereen zijn."
In de jaren na die eerste Pride was België in 2003 het tweede land ter wereld dat het homohuwelijk goedkeurde. Hoe komt het dat wij voortrekkers zijn op dat vlak?
“Dat hebben we te danken aan een combinatie van factoren. Het hielp dat Nederland eerst was. Zeker in Vlaanderen hadden we de neiging om te volgen wat daar gebeurde. Daarnaast waren het middenveld en de holebi-beweging goed georganiseerd. Ook culturele figuren zoals Tom Lanoye, die als politieke actie een samenlevingscontract afsloot met zijn partner, hadden impact. België was zeker voor die tijd ook al een heel geseculariseerd land.
En dan was er in 1999 de eerste regering-Verhofstadt, die een breuk wilde maken met het verleden. Voor het eerst zat de CVP, een partij die vaak een rem zette op ethische dossiers, niet in de meerderheid. Uiteindelijk evolueerde ook de CVP zelf en steunde een groot deel van hun parlementsleden ironisch genoeg het homohuwelijk. Tegelijk waren er binnen de meerderheid ook enkele liberale vertegenwoordigers die niet meestemden, net als sommige N-VA’ers. Alleen het Vlaams Blok stemde unaniem tegen. Opvallend genoeg was bij Franstalige politici de terughoudendheid groter, hoewel Vlaanderen traditioneel katholieker en conservatiever was. Ik heb daar ooit eens een onderzoekje naar gedaan: allicht speelde daar de wet van de remmende voorsprong. In Wallonië kende men het historische juk van het katholicisme minder, waardoor de tegenstand minder georganiseerd was. De druk van de holebi-beweging op de politiek was aan Vlaamse kant sterker.”
Vroeg het veel moed van onze politici of volgden zij de publieke opinie?
“Uit onderzoek bleek dat slechts een derde van de bevolking op dat moment voor de legalisering van het homohuwelijk was. Tien jaar later stond een ruime meerderheid erachter. De wetgeving heeft het draagvlak vergroot. Homokoppels werden zichtbaarder, ook buiten de steden, wat tot een normalisering leidde. Het toont dat beleidsmakers soms voorop moeten durven lopen. In een liberale democratie mag je je als politicus niet enkel laten leiden door een meerderheid, zeker niet als het gaat over het gelijkberechtigen van minderheden. Wetten kunnen dus de samenleving mee doen veranderen. Maar ze zijn ook geen garantie dat die samenleving niet meer kan keren.”
“Beleidsmakers moeten soms voorop durven lopen”
Brussels Pride 1996 © Artemys
Vandaag is de context anders. ILGA-Europe, een internationale organisatie die opkomt voor de rechten van LGBTQIA+ personen, spreekt van een 'gecoördineerde wereldwijde terugslag’. Hoe kwetsbaar is België?
“We staan nog altijd op de tweede plaats in de ILGA Europe Rainbow Index, wat wil zeggen dat we het tweede beste land zijn in Europa wat betreft de LGBTQIA+ rechten. Juridisch en institutioneel is er veel gerealiseerd. Maar in de praktijk is het niet altijd en overal koek en ei. Je kunt wettelijk wel dingen regelen, maar een samenleving laat zich niet volledig sturen.
In recente onderzoeken zien we dat de acceptatie terugloopt, vooral bij jongeren. Zo stijgt het aantal jongeren dat geweld tegen LGBTQI+-personen aanvaardbaar vindt. En ook het aantal jongeren dat het homohuwelijk weer … wil afschaffen. Bij Lumi, de hulplijn voor vragen rond gender en seksualiteit, komen meer meldingen van geweld binnen. De opkomst van de manosphere speelt daarin een rol. Daarnaast is er een link met religie. Net zoals de katholieke kerk gelijke rechten voor LGBTQ-personen lang heeft afgeremd zie je nu dat het moeilijker ligt bij moslims of joden. Ik wil niemand stigmatiseren, maar we moeten wel erkennen dat het in scholen met veel moslimjongeren en in joodse scholen erg lastig is om over homoseksualiteit te spreken.
Wat ook opvalt, is dat er steeds vaker een onderscheid wordt gemaakt tussen de eerste drie letters van LGBTQIA+ en de rest. Zelfs binnen de beweging pleiten sommigen voor een terugkeer naar de tijd dat het gewoon ging over gelijke rechten voor homo's, lesbiennes en biseksuelen. Wat hebben wij te maken met transgenders of intersekse personen, hoor je dan wel eens, vooral in meer rechtse kringen. Aan de linkerzijde hoor je dan weer dat rechtsere partijen niet mogen meelopen of worden sommige bedrijven beschuldigd van pinkwashing. Of ze vinden dat de politie niet zou mogen meelopen in de Pride, verwijzend naar Stonewall, een politie-inval in een gay bar in New York in 1969 die heeft geleid tot de eerste Pride. Terwijl het net een gigantische overwinning is dat de politie nu meeloopt. Ik erger mij zowel aan die rechtse als linkse vormen tot uitsluiting. Die regenboogvlag betekent toch net dat iedereen het recht moet hebben zichzelf te kunnen zijn, of je nu transgender bent of een homoseksuele politie-agent. Het lijkt steeds meer een uitdaging om iedereen achter diezelfde vlag verenigd te houden terwijl je je niet de luxe van de verdeeldheid kan permitteren op een moment dat rechten weer onder druk staan.”
Valt er vanuit politieke hoek een terugslag te vrezen? De N-VA, vandaag de grootste partij, toonde zich in het verleden niet altijd progressief.
“Ik denk dat de N-VA, zeker sinds ze echt een belangrijke rol speelt in het beleid, geen rem is geweest op vooruitgang. Integendeel, de partij keurde bijvoorbeeld mee de transwet goed in 2017 (de wet die de officiële wijziging van geslachtsregistratie bij de burgerlijke stand vergemakkelijkt, red.). En ook in het huidige regeerakkoord staan belangrijke maatregelen, zoals de bescherming van intersekse personen (er wordt gepleit voor een verbod op onomkeerbare, niet-noodzakelijke medische ingrepen bij intersekse kinderen, red.). Tegelijkertijd bestaat er binnen die partij nog een conservatieve strekking. Theo Francken houdt er niet de meest progressieve denkbeelden op na, zeker niet als het over transgenders gaat en ook Els Van Doesburg deed enkele jaren geleden uitspraken die in de transgemeenschap moeilijk vielen. Maar dat conservatisme is op dit moment niet de officiële lijn.”
VUB en ULB op Brussels Pride 2025
Wat als Vlaams Belang ooit aan de macht komt?
“Zelfs zij zijn tegenwoordig getemperd. Ik zeg weleens schertsend dat we daar de moslims voor mogen bedanken. In de tijd van Karel Dillen vond het Vlaams Blok dat homoseksualiteit totaal inging tegen onze waarden en normen, nu vindt men dat de waarden van de islam niet compatibel zijn met de onze, waardoor radicaal rechts homo’s is moeten gaan omarmen. Maar hun steun blijft zeer relatief. Bij de vorige verkiezingen zei Vlaams Belang voorzitter Tom Van Grieken: ‘We zijn niet echt voor adoptie door homo’s, maar als we aan de macht komen, gaan we dat ook niet meer terugdraaien.’ Eigenlijk zeggen ze: ‘We zijn nog altijd tegen, maar we gaan ons daar niet populair mee maken, dus we zullen ons daar zeker niet op profileren.”
“Onderwijs speelt een belangrijke rol in het doorgeven van waarden die we belangrijk vinden als samenleving”
Recent stelde Minister voor Gelijke Kansen Rob Beenders voor om het homohuwelijk in de grondwet te verankeren. Is dat zinvol?
“Ja, als je iets inschrijft in de grondwet, ga je dat effectief sterker verankeren. Je hebt immers een tweederdemeerderheid nodig om de grondwet te wijzigen. Dat betekent dat iets de facto minder gemakkelijk kan worden teruggedraaid. Daarnaast heeft een verankering in de grondwet ook een symbolische betekenis. Hierdoor erken je dat iets behoort tot de fundamentele rechten en waarden van een staat. In die zin biedt dat voorstel, zowel op symbolisch als op concreet vlak, bescherming. Nu, voor alle duidelijkheid, ik denk dat er op dit moment geen krachten zijn die het homohuwelijk uit de wet zouden willen schrappen. Maar zaken kunnen snel evolueren. Je kunt nergens zeker van zijn.”
Wetten zijn een ding, maar wat kan de politiek nog doen zodat mensen uit de LGBTQIA+ gemeenschap zich veilig genoeg voelen om hand in hand over straat te wandelen?
“Vanuit de zachtere kant van het beleid kan er meer gebeuren, in het bijzonder via onderwijs. Ik weet dat er een tendens is om in het onderwijs weer meer te focussen op kennisoverdracht, en dat is ongetwijfeld nodig, maar tegelijk heeft onderwijs ook een belangrijke rol te vervullen in het doorgeven van waarden die we belangrijk vinden als samenleving. Ik denk dat dit nog kan worden versterkt.
Ik weet echter dat het niet gemakkelijk is. Bij de vorige verkiezingen heb ik lezingen gegeven om jongeren te sensibiliseren rond politiek en verkiezingen. Omdat veel jongeren denken dat politiek een ver-van-hun-bed show is begon ik die lezingen met een hele reeks voorbeelden over hoe politiek een impact heeft op hun dagelijkse leven: op school, in het verkeer, etc. Een van die voorbeelden ging erover dat als ze verliefd zouden worden op iemand van hetzelfde geslacht, het afhangt van de politici in een land ofze kunnen trouwen en kinderen adopteren. Wanneer die slide passeerde, steeg er in sommige groepen boegeroep op. Dat was lastig, want ik wou daar dieper op ingaan, maar dat lukte binnen het format en de tijdsbeperking niet. Wel liet ik die slide er sowieso in.”
Is het niet erg pijnlijk dat dit de realiteit is, 30 jaar na die eerste Pride?
“Het gebeurde voor alle duidelijkheid niet in alle scholen, maar het is inderdaad pijnlijk om vast te stellen. Mijn gedachten zijn dan vooral bij de jongeren in zo’n grote groep die zelf met zulke gevoelens worstelen en zo nog verder in de kast geduwd worden. Net daarom is het zo belangrijk dat onderwijs hier ruimte voor blijft maken.”
Loop en vier mee tijdens Brussels Pride 2026
Op zaterdag 16 mei nemen VUB en ULB opnieuw deel aan Brussels Pride 2026. Iedereen is welkom om mee te stappen achter de gezamenlijke praalwagen van beide universiteiten. We verzamelen vanaf 13:00 uur in de Ravensteinstraat in Brussel.
Bio
Dave Sinardet is professor politieke wetenschappen aan de VUB. Zijn onderzoek richt zich vooral op nationalisme, federalisme, multi-level governance en meertalige democratie. Zijn bijzonder actieve rol in het maatschappelijke debat, aan beide kanten van de taalgrens, maakt van Sinardet bovendien één van de meest toonaangevende politicologen van België.