Virtual Reality verovert stilaan ook de sporthal. Met een internationaal VR-toernooi tussen Europese scholen – van 20 tot 24 april – wil de Vrije Universiteit Brussel tonen wat ‘exergames’ kan betekenen voor de toekomst van bewegen. Maar is VR-sport meer dan een hype? En wat met de kritiek dat jongeren beter gewoon ‘in het echt’ sporten? We spraken met Marc Sarens, onderzoeker aan de VUB en coördinator van het Europese VIBES-project. 

Van 20 tot en met 24 april nemen leerlingen uit 4 Europese landen het tegen elkaar op in een virtual reality sportcompetitie. Het toernooi maakt deel uit van het Erasmus+ Sport-project VIBES (Virtual Reality sport Interaction Between European Schools), gecoördineerd door de VUB. Op 24 april wordt het project ook gedemonstreerd tijdens de European Youth Week in Brussel. 

Wat is VR-sport eigenlijk?
Marc Sarens: “We spreken vaak over ‘exergames’, een combinatie van exercise en gaming. In tegenstelling tot klassieke videogames, waarbij je stilzit, ben je hier fysiek actief terwijl je speelt. Dat kan gaan van boksen en dansen tot tennis of interactieve parcours. Het verschil met vroeger - denk aan de Wii of Pokémon Go - is dat de beleving en de intensiteit vandaag veel hoger liggen.”

Wat houdt het VR-toernooi in dat op 20 april start?
“Dat is een beetje de ‘finale’ van ons project dat 30 maanden liep en in mei eindigt. Leerlingen uit de 3de graad uit 4 landen - Italië, Cyprus, Portugal en België - nemen het tegen elkaar op in verschillende VR-sporten. Ze spelen en bewegen tegelijk, maar zitten niet fysiek in dezelfde ruimte. Dat maakt het uniek: je kan internationaal sporten zonder te reizen.”

“Je kan gamen én tegelijk intensief bewegen, dat spreekt jongeren aan”

Waarom zijn leerlingen zo enthousiast om in VR te sporten?
“Een deel van het enthousiasme is zeker toe te schrijven aan de nieuwheidsfactor. Voor veel leerlingen is dit hun eerste ervaring met VR. We hebben in het project al meer dan 200 bevragingen gedaan bij leerlingen en leerkrachten en zien dat de ‘enjoyment’-score hoog is. Maar we weten nog niet of dat effect blijft. Dat onderzoeken we door hen over langere tijd te volgen. Wat wel opvalt: je bereikt ook leerlingen die minder graag deelnemen aan klassieke sporten. Ik herinner me een leerling die normaal nooit meedeed in de les LO, maar plots heel enthousiast was tijdens zo’n VR-sessie. Dat zijn natuurlijk individuele gevallen, maar het toont wel het potentieel.”

Hoe intensief is VR-sport in vergelijking met een klassieke LO-les?
“Dat hangt sterk af van de applicatie en van hoe de les wordt gegeven. Sommige toepassingen zijn minder intensief, andere net heel actief. Bijvoorbeeld boksen: daar ben je echt intensief bezig. Je hebt een avatar voor je en je moet reageren, slaan, bewegen. Dat vraagt veel energie. We hebben ook onderzoek gedaan waarbij deelnemers een hartslagmeter droegen. Dat was bijvoorbeeld bij een groep senioren die vijf weken lang, twee keer per week, aan VR-boksen deed. Daar zagen we dat ze effectief aan trainingsintensiteit zaten. Het idee dat je tijdens VR-sporten stilzit, klopt alleszins niet. Je kan rondlopen, bukken, bewegen. Afhankelijk van de ruimte kan dat heel uitgebreid zijn. Zo’n ruimte – een zogenaamde ‘guardian’ die je afbakent – kan zo klein zijn als een stoel, maar ook tot ongeveer tien op tien meter, afhankelijk van de ruimte die beschikbaar is. In dit laatste geval neemt ook je bewegingsmarge toe.”

“Exergames zijn geen vervanging van sport, maar een extra manier om mensen in beweging te krijgen”

Kan VR-sport jongeren bereiken die anders afhaken van beweging?
“Dat is net één van de belangrijkste redenen waarom we dit onderzoeken. Veel jongeren haken af in de derde graad. Gaming is dan wél populair. Als je die twee kan combineren, bereik je misschien een doelgroep die anders minder beweegt. Maar laat het duidelijk zijn: dit is geen vervanging van klassieke sport. Sociaal contact, buiten spelen, samen bewegen: dat blijft essentieel.”

Hoe verandert een internationale VR-competitie de motivatie van leerlingen?
“Dat meten we momenteel, dus daar kan ik nog geen harde uitspraken over doen. Maar je voelt wel dat het leeft. Het idee dat je tegen leerlingen uit andere landen speelt, motiveert. Het heeft ook een ‘veilige’, sociale dimensie: je ziet en hoort elkaar via avatars. Dat is anders dan fysiek samen zijn, maar het creëert wel interactie.”

Wat tonen jullie tijdens de VIBES-demo op 24 april bij de Europese Commissie?
“Daar laten we bezoekers zelf ervaren wat VR-sport is. Ze kunnen bijvoorbeeld boksen of tennissen in VR. Tegelijk leggen we het project uit en tonen we hoe scholen ermee aan de slag kunnen. We zorgen ook voor een scherm waarop te zien is wat de gebruiker ziet, zodat omstaanders het spel in al zijn facetten kunnen volgen.”

Welke impact hoop je dat de European Youth Week heeft?
“Eerlijk? We hopen vooral dat het project blijft bestaan. Veel Europese projecten stoppen na afloop, en dat is jammer. We hebben nu kennis opgebouwd, leerkrachten opgeleid, een platform ontwikkeld,… Het zou zonde zijn om dat niet verder uit te rollen. Maar de concurrentie voor nieuwe projecten is groot. Dus de toekomst blijft voorlopig nog onzeker.”

Marc Sarens

Marc Sarens (C) Wouter Cools

“De VR-technologie evolueert snel, maar de toekomst is nog onzeker”

Wat is volgens jou de grootste misvatting over VR-sport en gezondheid?
“Dat mensen denken dat je er niet echt van beweegt, of dat je er misselijk van wordt. Die ‘VR-sickness’ kwam vroeger vaker voor, maar de beeldkwaliteit en snelheid zijn verbeterd, waardoor de kans op misselijkheid kleiner is geworden. En wat beweging betreft: we zien duidelijk dat mensen fysiek actief zijn. Er zijn zelfs voorbeelden van mensen die een bepaalde vaardigheid, zoals tafeltennis, in VR oefenen en die daarna ook beter uitvoeren in de echte wereld.”

Waar staan VR-sports volgens jou binnen vijf jaar in Europese scholen?
“Dat is moeilijk te zeggen. Het kan alle kanten uitgaan. Enerzijds is er veel potentieel. Anderzijds hangt het af van de technologie en van de bedrijven die daarin investeren. Als er verder geïnvesteerd wordt, zal het blijven evolueren. Maar evident is dat zeker niet. Meta besliste onlangs om minder te investeren in de ontwikkeling van pure Virtual Reality en de focus binnen de Reality Labs-divisie te verschuiven naar Artificiële Intelligentie en Augmented Reality.”

BIO
Marc Sarens is doctoraatsstudent en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en docent aan de Erasmus Hogeschool Brussel. Van opleiding is hij master in de lichamelijke opvoeding en aan de VUB coördineert hij Europese projecten rond sport en digitalisering, waaronder het VIBES-project (contactpersonen bij de VUB: Dr. Wouter Cools (MILO) en Marc Sarens (fac. LK)).