Waarom voelt het ongemakkelijk als iemand naast je komt zitten op een lege trein? Waarom wandelen we haast automatisch langs rechts op een druk trottoir? Volgens VUB-onderzoeker Mattias De Backer volgen we in de publieke ruimte voortdurend een onzichtbare ‘code’. In zijn boek ‘De code van de straat’ onderzoekt hij hoe mensen zich gedragen in steden, welke sociale regels daarbij horen en waarom publieke ruimte veel minder chaotisch is dan we denken. “We doen het allemaal, maar staan er nauwelijks bij stil.” 

Wat bedoelt u precies met ‘de code van de straat’? 
Mattias De Backer: “Met die code verwijs ik naar het feit dat gedrag in publieke ruimte veel minder chaotisch is dan het lijkt. Er bestaan allerlei onzichtbare sociale regels die bepalen hoe we ons gedragen tegenover onbekenden. We leren die nergens expliciet aan, maar toch kent bijna iedereen ze intuïtief. Neem wandelen op straat. Als twee mensen elkaar kruisen, passen ze voortdurend hun snelheid en traject aan om elkaar niet te hinderen. Dat gebeurt bijna automatisch.”

Welke regels zijn dat dan?
“Een belangrijke regel is wat sociologen ‘burgerlijke onoplettendheid’ noemen. Je houdt andere mensen wel in de gaten, maar zonder te staren. Je scant je omgeving om te anticiperen op andere voetgangers, maar kijkt snel weer weg. Zodra je iemand te lang aankijkt, wordt het ongemakkelijk. Vanaf ongeveer 8 à 9 seconden oogcontact begint het zelfs als onbeleefd aan te voelen.”

Zijn die regels cultureel bepaald?
“Absoluut. Een mooi voorbeeld is aanschuiven in de rij. In Groot-Brittannië gebeurt dat vaak heel strikt en ordelijk. In andere culturen werkt dat anders. In China werden voor de Olympische Spelen zelfs campagnes georganiseerd om mensen ‘Westers’ te leren aanschuiven omdat buitenlandse bezoekers andere gewoontes hadden. Dat toont hoe relatief die regels zijn.”

Is die code de voorbije jaren veranderd?
“Vooral digitalisering heeft een enorme impact. Mensen kijken voortdurend op hun smartphone of dragen koptelefoons. Veel van die sociale regels vereisen net continue aandacht voor je omgeving. Als je de ganse tijd op een scherm kijkt, wordt dat moeilijker. Ik ben er zeker van dat mensen vandaag vaker tegen elkaar botsen dan vroeger, net omdat we zo vaak met onze smartphone bezig zijn.”

Mattias De Backer

“Mensen kijken graag naar andere mensen. Dat is misschien wel de belangrijkste activiteit in de publieke ruimte”

Werkt die code anders in een stad dan in een dorp?
“Ja, omdat publieke ruimte in een stad veel anoniemer is. In een dorp kom je voortdurend bekenden tegen. In een grootstad beweeg je je vooral tussen onbekenden, en precies daarom zijn die impliciete regels daar zo belangrijk. Toch zie je ook buiten de stad gelijkaardige patronen ontstaan. Ik heb bijvoorbeeld sterk de indruk dat we in continentaal Europa spontaan langs rechts kruisen op het trottoir, terwijl men in Engeland eerder links houdt, net zoals in het verkeer. Dat staat nergens officieel vast, maar we doen het wel.”

U deed onderzoek naar rondhangende jongeren in Brussel. Wat is hun impact op die code?
“Zodra mensen zich in groep bewegen, zijn ze minder bezig met de omliggende omgeving. Denk aan toeristen die plots het hele voetpad blokkeren. Bij jongeren speelt daarbovenop nog een soort theatraliteit. Ze gebruiken publieke ruimte ook om gezien te worden. Opvallend is dat jongeren spontaan dezelfde soort plekken kiezen als volwassenen: plaatsen met veel passage, overzicht en activiteit. Mensen kijken graag naar andere mensen. Dat is misschien wel de belangrijkste activiteit in de publieke ruimte.”

Welke rol speelt stadsontwerp daarin?
“Een enorme rol. Architectuur beïnvloedt ingrijpend hoe veilig of comfortabel een plek aanvoelt. Denk aan straatverlichting, zichtbaarheid of blinde muren. Vooral vrouwen zijn vaak veel bewuster bezig met veiligheid in publieke ruimte. Zij maken voortdurend inschattingen: steek ik hier de straat over? Vermijd ik die donkere doorgang? Ontwerpers kunnen daar rekening mee houden door voldoende zichtbaarheid en sociale controle te creëren.”

“We hebben de neiging om alles strak te organiseren, maar publieke ruimte heeft ook nood aan plekken die mensen tijdelijk kunnen toe-eigenen en transformeren” 

Een recente VUB-studie onderzocht via de Moment-app hoe veilig mensen zich voelen op specifieke plekken in Brussel. De voorlopige conclusie: context speelt een grotere rol dan geslacht in het veiligheidsgevoel. Herkent u dat?
“Ja, dat verrast mij niet. Natuurlijk bestaat er een genderdimensie, maar context is enorm belangrijk. Hoe ziet een plek eruit? Is er verlichting? Zijn er andere mensen aanwezig? Dat soort factoren beïnvloedt sterk hoe veilig mensen zich voelen. Daarom is dat soort onderzoek interessant: zodra je veiligheidsgevoel koppelt aan concrete plekken, kan je veel beter begrijpen waarom bepaalde ruimtes als onveilig worden ervaren.”

In uw boek heeft u het ook over “losse ruimtes” of “third places”. Wat zijn dat precies?
“Dat zijn plekken zonder vast programma. Ruimtes waar niet op voorhand bepaald is wat je er precies moet doen. Dat soort plekken wordt steeds zeldzamer. Een mooi voorbeeld is een doodlopend straatje in New York waar kinderen spontaan speelden op een grote hoop modder van wegenwerken, terwijl ouders errond zaten te praten. Dat was eigenlijk een fantastisch functionerende publieke ruimte. De hoofdattractie was gewoon een berg modder. We hebben vandaag helaas de neiging om alles strak te organiseren: speeltuinen, pleinen, winkelzones. Maar publieke ruimte heeft ook nood aan plekken die mensen tijdelijk kunnen toe-eigenen en transformeren.”

Waarom zijn die ‘losse ruimtes’ zo belangrijk?
“Omdat ze creativiteit en ontmoeting mogelijk maken. Zeker jongeren hebben nood aan plekken die niet volledig gecontroleerd of geprogrammeerd zijn. Tijdelijke invullingen van oude industriële sites zijn daarom interessant.”

Wat ziet u vandaag als de grootste bedreiging voor publieke ruimte?
“De combinatie van digitalisering, beveiliging en commercialisering. Stadscentra worden steeds properder, voorspelbaarder en meer afgestemd op toeristen, shoppers en evenementen. Daardoor voelen sommige groepen zich minder welkom. En tegelijk brengen we steeds meer tijd online door. Dat heeft gevolgen voor hoe levendig publieke ruimte nog zal zijn in de toekomst.”

“Wat echt belangrijk is voor veiligheid, is informele sociale controle: mensen die aandacht hebben voor elkaar”

Code van de straat

Bent u pessimistisch over die toekomst?
“Ik denk wel dat publieke ruimte minder intensief gebruikt zal worden dan vroeger. Jongeren gaan minder uit en een groter deel van ons sociaal leven verschuift naar online. Dat baart me zorgen, want publieke ruimte blijft belangrijk voor ontmoeting en sociale controle.”

Welke misvatting over publieke ruimte zou u graag wegwerken?
“Dat publieke ruimte per definitie chaotisch en onveilig is. Eigenlijk zit die vol subtiele orde en samenwerking. En ook het idee dat plekken met graffiti of rommel automatisch gevaarlijk zijn. Wat echt belangrijk is voor veiligheid, is informele sociale controle: mensen die aandacht hebben voor elkaar.”

Heeft Brussel volgens u een eigen ‘code’?
“Brussel heeft een heel specifieke dynamiek door de enorme diversiteit en institutionele complexiteit. Dat zorgt soms voor chaos, maar ook voor creativiteit en improvisatie. Dat maakt Brussel tegelijk frustrerend én interessant.”

“Onderzoek kan helpen om beter te begrijpen hoe mensen publieke ruimte écht gebruiken, en waarom bepaalde plekken werken of net niet”

Welke rol kunnen universiteiten zoals de VUB spelen in het herdenken van publieke ruimte?
“Universiteiten kunnen vooral een verbindende rol spelen. Er zit enorm veel expertise verspreid over verschillende disciplines - criminologie, architectuur, sociologie, mobiliteit - maar die mensen werken nog te vaak naast elkaar. Aan de VUB proberen we net die verschillende perspectieven samen te brengen. Publieke ruimte is complex: je kan ze niet begrijpen vanuit één discipline alleen. Daarom moeten universiteiten niet alleen onderzoek doen, maar ook onderzoekers, beleidsmakers en stadsgebruikers met elkaar verbinden. Onderzoek kan helpen om beter te begrijpen hoe mensen publieke ruimte écht gebruiken, en waarom bepaalde plekken werken of net niet.”

De code van de straat 
‘De code van de straat’ is het nieuwe boek van VUB-onderzoeker Mattias De Backer. Daarin onderzoekt hij hoe mensen zich gedragen in publieke ruimtes zoals straten, pleinen en stations. Het boek gaat over sociale regels, veiligheid, stadsontwerp, jongeren in de stad en de toekomst van publieke ruimte in een steeds digitalere samenleving. Bestellen kan hier.

Bio Mattias De Backer

Mattias De Backer is onderzoeksprofessor aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en postdoctoraal onderzoeker. Van opleiding is hij filosoof en stadsgeograaf. Hij doctoreerde aan de VUB met onderzoek naar rondhangende jongeren in publieke ruimtes in Brussel.