Terwijl politici de dialoog opgeven, blijven wetenschappers over grenzen heen samenwerken. Die traditie heeft oorlogen overleefd. Ze is ook nu onmisbaar — en ze heeft een naam: wetenschapsdiplomatie. Jan Danckaert publiceerde deze tribune in De Standaard en Le Soir. Naast rector van de Vrije Universiteit Brussel is hij voorzitter van de Europese universiteitsalliantie Eutopia.

De wetenschap ligt onder vuur. In de Verenigde Staten worden universiteiten door de Trump-administratie drooggelegd: budgetten worden geschrapt, kritische departementen gesloten, onderzoekers het land uitgezet. In Europa wordt in bijna elk land bespaard op hoger onderwijs, en de humane wetenschappen krijgen het daarbij het hardst te verduren. Nog zorgwekkender is de diepere trend: kennis en expertise worden in vraag gesteld en intellectuelen worden afgedaan als “een te bestrijden elite”. In een wereld die steeds chaotischer wordt, kiezen mensen al te gemakkelijk voor wat algoritmes hen voorkauwen.
En toch. In tijden van verwarring en polarisatie heeft de wetenschap altijd een tegenkracht gevormd. Niet als politiek project, maar als een gedeelde methode, een gedeelde taal, een gedeeld zoeken naar antwoorden. Het is tijd om die traditie opnieuw te benoemen en te verdedigen.

“Waar de politieke dialoog verstomde, bleef de wetenschappelijke dialoog voortgaan”

Om te begrijpen waarom, moeten we terug naar de geboorte van de moderne wetenschap. In de Renaissance van de vijftiende en zestiende eeuw gingen humanisten over heel Europa met elkaar in dialoog — per brief, in salons, op academies — over bevindingen die soms regelrecht ingingen tegen wat algemeen werd aanvaard. Zij noemden het de Republiek der Letteren: een gemeenschap zonder grenzen, gedreven door nieuwsgierigheid en niet door macht. Uit die dialoog werd de wetenschappelijke methode geboren: de systematische, toetsbare, zelfsturende manier om betrouwbare kennis te vergaren. En uit die methode kwamen de inzichten die de wereld veranderden — dat de aarde rond de zon draait, dat het heelal de wetten van de gravitatie volgt.
Drie eeuwen later, in het Brussel van de vroege twintigste eeuw, speelde een ander hoofdstuk van diezelfde geschiedenis. De Solvay-conferenties voor fysica en chemie brachten de grootste geesten van hun tijd samen: Albert Einstein, Niels Bohr, Marie Curie. Ze discussieerden — soms hevig — en verfijnden de grondslagen van de moderne natuurkunde. Die historische conferenties vonden ook plaats in de jaren 1920 en 1930, terwijl Europa weggleed naar chaos, nationalisme en oorlog. Op de vijfde Solvay-conferentie in 1927 werd de interpretatie van de kwantumfysica vastgelegd: een mijlpaal die we volgend jaar in Brussel herdenken. Waar de politieke dialoog verstomde, bleef de wetenschappelijke dialoog voortgaan en werd de basis gelegd voor technologie die we nu dagdagelijks gebruiken.

Jan Danckaert

Jan Danckaert: “Wetenschapsdiplomatie is geen zachte ideologie.”

Ik heb dat zelf later ook meegemaakt. Als jonge onderzoeker, nog tijdens de Koude Oorlog, zag ik hoe wetenschappers van weerszijden van het IJzeren Gordijn wetenschappelijke inzichten bleven delen — ook toen politiek contacten nog moeilijk lagen. CERN, opgericht in 1954 als het internationaal instituut voor het fundamenteel onderzoek in de deeltjesfysica, is het meest sprekende institutionele bewijs van die kracht. Al kort na de oprichting werkten Sovjet-onderzoekers er zij aan zij met collega’s uit het Westen. Grote ontdekkingen werden daar gedaan: in dat zelfde CERN werd het wereldwijde web uitgevonden — niet als militair of commercieel project, maar als instrument voor wetenschappelijke uitwisseling.

Vandaag zien we opnieuw hoe de internationale politieke dialoog ineenklapt. Klimaattoppen die ooit wetenschappers en beleidsmakers samenbrachten, zijn verworden tot geopolitieke schouwspelen. De millenniumdoelstellingen van de VN, die tussen 1990 en 2015 de extreme armoede terugdrongen van vijftig naar veertien procent, lijken een vergeten hoofdstuk. Sociale media hebben het politieke gesprek vervangen door een permanente confrontatie. De gevolgen zijn zichtbaar: minder samenwerking, meer wantrouwen, een wereld die zich fragmenteert.
Dit is precies het moment waarop wetenschapsdiplomatie haar waarde bewijst. Wetenschapsdiplomatie is het gebruik van wetenschappelijke samenwerking als brug tussen landen en systemen waar de politieke verhoudingen zijn geblokkeerd of vergiftigd. Het is geen zachte ideologie. Het is een bewezen instrument van vrede. Via gezamenlijk onderzoek ontstaan persoonlijke relaties die politieke omwentelingen kunnen voorbereiden, die wederzijds begrip kweken waar wantrouwen heerst, en die de facto erkenning vestigen tussen partijen die elkaar officieel niet willen ontmoeten.

"Een gemeenschap van onderzoekers van over de hele wereld die in dialoog blijven, ongeacht de politieke context"


Een recent voorbeeld maakt dit concreet. In Europa werd de politieke dialoog met het Hongarije van Viktor Orbán zo goed als opgeschort. Gerichte institutionele sancties troffen een groot deel van het Hongaarse academische systeem. Maar het wetenschappelijk gesprek met individuele Hongaarse onderzoekers ging wél door. Er was geen boycot van wetenschappers op persoonlijke basis. Een strategische keuze, die onderscheid maakt tussen individuen en regimes.
Daarin schuilt de essentie van de nieuwe Republiek der Wetenschappen die ik bepleit: een gemeenschap van onderzoekers van over de hele wereld die in dialoog blijven, ongeacht de politieke context. Daarin mag geen enkele individuele wetenschapper worden uitgesloten louter op basis van zijn of haar land van afkomst. Wat telt is persoonlijke integriteit en wetenschappelijke expertise. Dat was het geval in de Renaissance. In de Solvay-conferenties. En het moet vandaag niet anders zijn.

De VUB zet die overtuiging om in actie. Samen met onze wereldwijde partners in de Eutopia-alliantie onderzoeken we hoe wetenschapsdiplomatie structureel kan worden ingebed in academisch beleid en opleidingen. Een programma dat onderzoekers de instrumenten geeft om ook in gespannen internationale contexten bruggen te bouwen. In een wereld waar oorlog en conflict de agenda bepalen, proberen we zo vrede een nieuwe kans te geven.