Juni is de Maand van de Immuuntherapie, en aangezien de VUB een wereldspeler is in de ontwikkeling van deze behandeling, vroegen we twee experts naar de laatste stand van zaken. Hoe evolueert deze nog vrij jonge wetenschap? Hoe staan patiënten er tegenover? En hoe verloopt de samenwerking tussen de academische wereld en de praktijk in het ziekenhuis?

Ons immuunsysteem spoort dagelijks afwijkende cellen op en ruimt ze op – ook kankercellen. Toch slagen sommige tumoren erin om aan die natuurlijke afweer te ontsnappen. Immuuntherapie probeert precies dat mechanisme te doorbreken: niet door de kanker rechtstreeks aan te vallen, maar door het afweersysteem opnieuw in stelling te brengen. Aan de VUB en het UZ Brussel werken onderzoekers en clinici daarbij steeds nauwer samen. Die wisselwerking tussen labo en ziekenhuis levert niet alleen nieuwe inzichten op, maar ook nieuwe behandelingen die patiënten met moeilijk te behandelen kankers meer perspectief kunnen bieden.

Van patiënt naar labo — en terug

Een van de grote sterktes van de Vrije Universiteit Brussel en UZ Brussel, het ziekenhuis van de VUB, is de nauwe samenwerking tussen onderzoekers en artsen. Nieuwe inzichten ontstaan niet alleen in het labo, maar vaak ook aan het bed van de patiënt. Dat proces noemen wetenschappers ‘translationeel onderzoek’: een voortdurende wisselwerking tussen kliniek en onderzoek. Wat artsen opmerken bij patiënten, wordt verder onderzocht in het labo. En ontdekkingen uit het labo vinden vervolgens hun weg terug naar nieuwe behandelingen.

Een concreet voorbeeld komt uit onderzoek naar glioblastoom, een bijzonder agressieve hersentumor. In een lopende klinische studie binnen het UZ Brussel, waarbij gebruik gemaakt wordt van onder meer lokale toediening van immuuntherapie, merkten onderzoekers dat een bepaald moleculair kenmerk van de tumor correleert met een slechtere prognose. Dat leidde tot nieuw onderzoek naar een aanvullende behandeling die specifiek die reactie moet uitschakelen.

“Net die directe interactie tussen kliniek en onderzoek is cruciaal”, zegt Xenia Geeraerts, kankeronderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel. “Zo kunnen we begrijpen waarom bepaalde patiënten niet reageren op een behandeling en vervolgens nieuwe therapieën ontwikkelen die die weerstand doorbreken.”

“Bij bloedkankers levert CAR-T-cel therapie al indrukwekkende resultaten op. Bij solide, zoals hersenkanker, blijft het moeilijker”

Een nieuwe generatie celtherapie

Een van de meest veelbelovende ontwikkelingen zijn zogenaamde CAR-T-cellen. Daarbij worden afweercellen van de patiënt genetisch aangepast zodat ze tumoren beter kunnen herkennen en vernietigen. Bij bloedkankers levert die technologie al indrukwekkende resultaten op. Bij solide tumoren, zoals hersenkanker, blijft het moeilijker. Tumoren bouwen immers een complexe beschermingsmuur op die immuuncellen tegenhoudt of uitput.

Daarom werkt Xenia momenteel aan nieuwe generaties CAR-T-cellen voor glioblastoom en bij uitbreiding ook melanoom. “We proberen die cellen te richten tegen weloverwogen doelwitten en hen zodanig te verbeteren dat ze op een gecontroleerde manier worden geactiveerd, langer actief blijven, efficiënter de tumor bereiken en minder snel uitgeput raken”, zegt ze. “Dat zijn momenteel enkele van de grootste uitdagingen binnen het veld.”

Dat onderzoek gebeurt niet in isolatie. Xenia maakt deel uit van de onderzoeksgroep TORC (Translational Oncology Research Center), het multidisciplinaire kankeronderzoekscentrum van de VUB en het UZ Brussel. Binnen TORC komen fundamenteel, translationeel en klinisch kankeronderzoek samen, met aandacht voor verschillende aspecten van de materie: van vroege en resterende ziekte opsporen tot behandeling, zorg en levenskwaliteit. Die aanpak is noodzakelijk om steeds complexere therapieën te ontwikkelen. Daarbij deinst men er ook niet voor terug om verschillende therapieën tegelijk in te zetten. “We combineren vandaag immuuntherapie met chemotherapie, met andere immuuntherapieën en met nieuwe doelgerichte behandelingen”, zegt medisch oncoloog Gil Awada van het UZ Brussel. “Bij verschillende kankertypes zien we dat zulke combinaties betere resultaten opleveren dan één behandeling alleen.”

De opmars van immuuntherapie gaat overigens zo snel dat zelfs specialisten niet langer elk nieuw onderzoek in detail kunnen volgen. “Er is de voorbije vijftien jaar een enorme explosie geweest aan nieuwe data en inzichten”, zegt Gil. “Daarom focussen onderzoekers en artsen zich steeds vaker op hun eigen expertisegebied, terwijl ze tegelijk voldoende voeling proberen te houden met bredere ontwikkelingen. Soms blijkt een doorbraak bij longkanker ook relevant voor hersenkanker of melanoom, of omgekeerd.” 

Campagne immunotherapie

Xenia Geeraerts

“Het is belangrijk dat patiënten goed begrijpen wat de mogelijke voordelen én risico’s van immuuntherapie zijn”

Biomarkers

Een van de snelst groeiende onderzoeksdomeinen binnen de immuunherapie is daarom het zoeken naar predictieve biomarkers: biologische kenmerken die voorspellen of een patiënt wel of niet zal reageren op een bepaalde behandeling. Vandaag krijgen nog veel patiënten immuuntherapie terwijl slechts een deel er daadwerkelijk baat bij heeft. Dat betekent niet alleen dat de patiënt geen meerwaarde ondervindt van de behandeling; hij wordt ook onnodig blootgesteld aan bijwerkingen en het creëert bovendien een onnodige financiële last. “Als we vooraf kunnen voorspellen wie zal reageren en wie niet, kunnen we behandelingen veel gerichter inzetten”, zegt Gil. “Dat is waarschijnlijk een van de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren.”

Want hoewel immuuntherapie de kankerzorg al fundamenteel heeft veranderd, staat het vakgebied nog maar aan het begin van zijn ontwikkeling. Nieuwe celtherapieën, slimme combinaties en steeds verfijndere biomarkers moeten ervoor zorgen dat het immuunsysteem nog doeltreffender wordt ingezet tegen een van de slimste tegenstanders van het menselijk lichaam.

De patiënt is mee

Waar immuuntherapie vijftien jaar geleden nog als een relatief nieuwe en experimentele behandeling werd gezien, is ze vandaag voor veel patiënten een vertrouwd begrip geworden. “De meeste mensen staan er opvallend open voor”, stelt Gil vast. “Als we kunnen aantonen dat een behandeling in grote studies een meerwaarde heeft bewezen voor hun type kanker, dan zijn patiënten meestal bereid om die stap te zetten.”  Dat betekent niet dat er geen vragen of bezorgdheden zijn. “Zoals elke kankerbehandeling kan ook immuuntherapie bijwerkingen veroorzaken, soms zelfs ernstige. Daarom blijft een open gesprek essentieel. Patiënten moeten goed begrijpen wat de mogelijke voordelen én risico’s zijn”, benadrukt Gil. Tegelijk merkt hij dat steeds meer mensen zelf naar immuuntherapie informeren. “Door de vele media-aandacht kennen patiënten het begrip vaak al. Soms vragen ze er zelfs expliciet naar, ook wanneer onderzoek nog geen meerwaarde heeft aangetoond voor hun specifieke kankertype.”

“Een gezonde levensstijl blijft belangrijk,  maar ze vervangt geen wetenschappelijk onderbouwde therapieën”

 

Genezen gebeurt niet vanzelf 

Betekent het succes van immuuntherapie dan dat het lichaam kanker volledig zelf kan overwinnen, zoals sommige alternatieve genezers beweren? De onderzoekers maken een duidelijk onderscheid. “Ons immuunsysteem speelt zonder twijfel een cruciale rol in het herkennen en opruimen van afwijkende cellen”, zegt Gil. “Maar wanneer een kanker zich eenmaal heeft ontwikkeld, betekent dat net dat die tumor erin geslaagd is om de natuurlijke afweermechanismen te omzeilen.” Immuuntherapie werkt daarom niet door het lichaam simpelweg zijn gang te laten gaan, maar door het immuunsysteem gericht te versterken, te activeren of opnieuw de juiste richting uit te sturen. “Dat gebeurt op basis van tientallen jaren fundamenteel onderzoek en klinische studies”, vult Xenia aan. “Het is geen kwestie van het immuunsysteem wat extra te stimuleren, maar van heel precies te begrijpen welke mechanismen een tumor gebruikt om aan de afweer te ontsnappen en daarop in te grijpen.”

Dat betekent niet dat levensstijl onbelangrijk is. Integendeel. Een gezonde voeding, voldoende beweging, niet roken en een gezond gewicht verminderen aantoonbaar het risico op verschillende vormen van kanker en dragen bij aan een betere algemene gezondheid. “Maar gezond leven alleen volstaat niet om een bestaande kanker te genezen”, benadrukt Gil. “Kanker is een bijzonder complexe ziekte. Een gezonde levensstijl blijft belangrijk, zowel voor preventie als tijdens een behandeling, maar ze vervangt geen wetenschappelijk onderbouwde therapieën.” 

Campagne Immunotherapie Gil

Gil Awada

Hoe werkt immuuntherapie?

Ons immuunsysteem is van nature in staat om ontspoorde cellen te herkennen en onschadelijk te maken. Sterker nog: wetenschappers vermoeden dat veel beginnende tumoren al worden uitgeschakeld voordat we er ooit iets van merken.

Maar sommige kankercellen slagen erin om zich onzichtbaar te maken voor die afweer. “Kankercellen creëren als het ware een omgeving waarin immuuncellen zich niet meer welkom voelen”, legt Xenia Geeraerts uit. “Ze schakelen mechanismen in die de afweer onderdrukken. Immuuntherapie probeert die remmen opnieuw los te maken. Dat kan op verschillende manieren gebeuren: met antilichamen, genetisch aangepaste immuuncellen, oncolytische virussen (met andere woorden: virussen die speciaal zijn ontworpen om kankercellen te infecteren en te vernietigen, zonder daarbij gezonde cellen te beschadigen), kankervaccins of andere technologieën. Het is dus geen unieke behandeling, maar een hele familie van behandelingen.”

Hoewel immuuntherapie vaak als een recente doorbraak wordt voorgesteld, gaan de wortels ervan verrassend ver terug. Al aan het einde van de negentiende eeuw merkte de Amerikaanse chirurg William Coley op dat de kankergezwellen van sommige patiënten afnamen nadat ze een ernstige bacteriële infectie hadden doorgemaakt. Dat bracht hem op het idee dat het immuunsysteem mogelijk een rol speelt in de bestrijding van kanker. Pas in de jaren vijftig begonnen wetenschappers echt te begrijpen hoe ons afweersysteem kankercellen kan herkennen en vernietigen. De eerste vormen van immuuntherapie vonden vervolgens hun weg naar patiënten in de jaren zeventig. De grote doorbraak kwam pas later, toen onderzoekers een beter begrip kregen van hoe tumoren het immuunsysteem actief uitschakelen. Die inzichten leidden onder meer tot de ontwikkeling van zogenaamde checkpointremmers, een vorm van immuuntherapie die in 2018 mee de basis vormde voor de Nobelprijs voor Geneeskunde, toegekend aan de immuuntherapiepioneers James P. Allison en Tasuku Honjo.

“Wat we vandaag immuuntherapie noemen, is eigenlijk een hele gereedschapskist van verschillende behandelingen”, zegt onderzoekster Xenia. “En die gereedschapskist wordt elk jaar voller. Daardoor is immuuntherapie in nauwelijks vijftien jaar uitgegroeid van een veelbelovende onderzoeksrichting tot een van de belangrijkste pijlers van de moderne kankerzorg.”

Steun het onderzoek naar immuuntherapie. Translational Oncology Research Centre | Vrije Universiteit Brussel

Bio Xenia Geeraerts
Dr. ir. Xenia Geeraerts is bio-ingenieur en postdoctoraal kankeronderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, gespecialiseerd in tumorimmunologie en immuuntherapie. Na haar opleiding bio-ingenieur, gespecialiseerd in medische cel- en genbiotechnologie aan de VUB, promoveerde ze op onderzoek naar de rol van melkzuur op immuuncellen in de tumoromgeving. Voor haar doctoraat ontving ze onder meer een prestigieuze L'Oréal-UNESCO For Women in Science-beurs. Vandaag zet ze mee haar schouders onder innovatieve onderzoeksprojecten rond CAR-T-celtherapie en glioblastoom, een agressieve vorm van hersenkanker, met als doel nieuwe immuuntherapieën te ontwikkelen voor patiënten met beperkte behandelingsopties.

Bio Gil Awada 
Dr. Gil Awada is medisch oncoloog in het UZ Brussel en verbonden aan het Translational Oncology Research Center. Zijn onderzoek focust op borstkanker, melanoom, immuuntherapie en de identificatie van biomarkers die kankerbehandelingen beter kunnen personaliseren. Awada publiceerde internationaal over innovatieve vormen van immuuntherapie en leidt onderzoeksprojecten rond de rol van immuuncellen bij agressieve borsttumoren. In 2025 ontving hij een belangrijke toelage van Kom op tegen Kanker voor een klinisch onderzoek naar een meer gepersonaliseerde behandeling van patiënten met triple negatieve borstkanker.