De VUB en de ULB reiken op 4 december 2025 eredoctoraten uit aan markante, culturele stemmen die Brussel op uitzonderlijke wijze belichamen, beschrijven of verbeelden. Muzikant Stromae, schrijfsters Lize Spit en Amélie Nothomb en tekenaars Ever Meulen en François Schuiten hebben, elk op hun terrein, een krachtige bijdrage geleverd aan het stedelijk, sociaal en cultureel narratief van Brussel. Schrijfster Lize Spit woont al 15 jaar in de Brusselse gemeente Kuregem en vertelt waarom haar hart voor Brussel klopt.

In mijn roman Ik ben er niet speelt Brussel een rol, meer als een soort stratenplan, een setting en niet per se als een stad in al haar facetten. Maar in mijn columns gaat het wel vaak over de buurt waar ik woon, in Kuregem. Die gemeente komt vaak in het nieuws omwille van de moeilijke situatie hier. Daar schrijf ik vaak over en op dat vlak ben ik ook geëngageerd in comités en probeer ik mijn steentje bij te dragen om de buurt leefbaarder te maken. 

“Soms is het ook wel fijn om op een plek te zijn die je uitdaagt”

Als je kijkt naar de uitdagingen van het leven in een metropool, dan komt in Kuregem zowat alles samen. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat de buurt op een kruispunt ligt van verschillende gemeentes en dan ook nog eens tussen een snelweg, een kanaal en de kleine ring. Het is vooral interessant om er te leven. Hier voel je meteen wanneer er op politiek niveau iets verandert, of wanneer het crisis is. Dat komt meteen aan de oppervlakte. Voor de gemoedsrust is het misschien aangenamer om in een aangeharkt buurtje in Elsene te wonen. Omdat de woningen op een bepaald moment hier veel goedkoper waren, trok het een leuk en divers publiek aan, met veel nationaliteiten en kunstenaars. Soms is het ook wel fijn om op een plek te zijn die je uitdaagt. Er zijn ook dagen dat ik me afvraag wat ik hier eigenlijk doe. Maar het is mijn thuis, ik woon hier inmiddels 15 jaar en dan raak je er gehecht aan.

In die tijd heb ik Brussel enorm zien veranderen. De verschillen tussen rijkere en armere gemeentes zijn groter geworden. Armoede is meer aan de oppervlakte gekomen en ook de chaos is groter geworden: mensen werden individueler en dat zie je terug in het straatbeeld. Het is wat verhard. Wat Brussel uniek maakt, is dat het een vrij moeilijk bestuurbare stad is met veel verschillende bestuurslagen en een taalbarrière. Als ik in Amsterdam of Antwerpen kom dan zie ik steden die het allemaal voor elkaar lijken te hebben. Ik kan Brussel het best vergelijken met Rotterdam van 15 jaar geleden. Heel multicultureel, niemand is er in de meerderheid.

Marollen

Op het Vossenplein in de Marollen vindt elke ochtend de bekende vlooienmarkt plaats

Om mijn bezoekers van Brussel te leren houden, neem ik ze vaak mee naar de Marollen, met het Vossenplein en de zijstraatjes. Of naar het justitiepaleis met het uitzicht op de stad. Ik kom ook graag op het Flageyplein en de buurt eromheen met de parken en de prachtige huizen, dan fantaseer ik over de levens van de mensen die er wonen. Ook van de buurt rond de Koningsstraat hou ik, net als van het Zoniënwoud. Ik vind het heerlijk om daar met de tram vanaf Montgomery naartoe te gaan, door het bos te rijden en af te stappen tussen de hoge bomen om meteen te kunnen gaan wandelen.