Op 3 maart treden twee VUB‑onderzoekers toe tot de Jonge Academie: Tamás Lázár, bio‑ingenieur die artificiële intelligentie inzet om eiwitten te doorgronden, en Hannelore Van Bavel, sociaal antropologe gespecialiseerd in gender, racialisering en de regulering van vrouwenlichamen. De Jonge Academie kiest leden die zich na hun doctoraat bijzonder hebben onderscheiden — wie toetreedt, schaart zich bij een groep jonge onderzoekers die later vaak carrière maakt aan nationale en internationale universiteiten.

Bio‑ingenieur Tamás Lázár

Department of Bioengineering – Structural Biology Brussels (VUB)
Onderzoekt de functionele impact van eiwitvarianten via geïntegreerde datastromen en AI‑gestuurde bio‑informatica.

Waarom koos je voor dit onderzoeksdomein? Was er een bepalend moment?
“Ik had altijd al een diepe fascinatie voor biologie én een natuurlijke klik met de kwantitatieve kant ervan. Tijdens mijn bachelor in Boedapest ontmoette ik heel wat doctoraatsstudenten die als onderwijsassistent werkten. Zij spraken met zo’n vuur over hun onderzoek dat ik voor het eerst dacht: dit zou ook mijn wereld kunnen zijn.
In mijn derde jaar mocht ik stage lopen aan het Instituut voor Enzymologie van de Hongaarse Academie van Wetenschappen. Daar kreeg ik mijn eerste echte eigen project. Dat gevoel — dat ik iets kon bijdragen dat betekenisvol was voor de wetenschap — was beslissend. Toen wist ik: dit is het pad dat ik wil bewandelen.”

Waar werk je vandaag concreet aan?
“Al mijn projecten draaien rond dezelfde vraag: hoe beïnvloeden variaties in een eiwit de manier waarop het functioneert? Zelfs minieme mutaties kunnen een eiwit totaal ontregelen.
Dat onderzoek heeft veel toepassingen. Zo analyseer ik eiwitcoderende genen van ziekteverwekkers om nieuwe gezondheidsbedreigingen vroeg te detecteren — zoals besmettelijkere varianten of het moment waarop bestaande medicijnen hun kracht verliezen.
Daarnaast bestudeer ik mutaties in menselijke genen en probeer ik te bepalen welke varianten schadelijk zijn en welke eigenlijk onschuldig. En diezelfde inzichten kunnen we gebruiken om volledig nieuwe eiwitten te ontwerpen, bijvoorbeeld voor biosensoren of therapeutische toepassingen.”

Tamas lazar

Tamás Lázár

“Een meer rechtvaardige, minder manipuleerbare samenleving, dát zou pas impact zijn”

Welke impact wil je hebben?
“Ik wil helpen begrijpen hoe eiwitten evolueren en waarom ze doen wat ze doen. Mijn droom is drieledig: biologische bedreigingen sneller herkennen, gepersonaliseerde geneeskunde vooruithelpen en onderzoekers betere tools geven om tot nieuwe inzichten te komen.
In mijn onderwijs probeer ik dat kritische denken door te geven. Daarom werk ik met interactieve lessen, brainstorms en miniprojecten. Een ex-cathedra stijl werkt daar gewoon minder goed voor.”

Wat is je grote toekomstdroom?
“Ik wil een onderzoeksgroep opbouwen waar iedereen — ongeacht carrièrestadium — zich ten volle kan ontwikkelen. Een team dat elkaar vooruit duwt en waarin sterke resultaten bijna vanzelf komen door een gezonde, ondersteunende cultuur. Nu werk ik samen met prof. Wim Vranken, een fantastische mentor die me helpt die ‘people skills’ te verfijnen.
Mijn stoutste droom? Dat de wereldwijde wetenschappelijke gemeenschap eindelijk als één front optreedt tegen politieke en dagelijkse desinformatie. Een meer rechtvaardige, minder manipuleerbare samenleving — dát zou pas impact zijn.”

Wie is jouw rolmodel?
“Ik heb verschillende rolmodellen voor verschillende karaktereigenschappen. Maar als ik er één moet noemen: Katalin Karikó. Haar carrière — vol tegenslagen, ongeloof en uiteindelijk de Nobelprijs voor haar onderzoek naar mRNA-technologie — is een toonbeeld van vastberadenheid en veerkracht. Iedereen zou haar verhaal eigenlijk eens moeten opzoeken.”

Sociaal antropologe Hannelore Van Bavel

Rhea Research Centre for Gender, Diversity & Intersectionality (VUB)
Onderzoekt hoe gender, ras, cultuur en kolonialisme vrouwenlichamen reguleren, met genitale modificaties als casestudy.

Waarom koos je voor dit onderzoeksdomein? Was er een vormende ervaring?
“Ik was altijd al gefascineerd door sociale ongelijkheid en hoe gender, racisme en Noord‑Zuidverhoudingen levens vormgeven. Tijdens mijn master Sociologie deed ik onderzoek naar minderjarigen in de prostitutie in Tanzania. In die periode volgde ik ook een summerschool aan Mzumbe University, waar ik Panin ontmoette — een Maasai‑man die net een ngo had opgericht in zijn gemeenschap.
Toen hij hoorde dat ik daarna een master Gender & Diversity ging doen, vroeg hij of ik onderzoek wilde doen naar vrouwenbesnijdenis bij de Maasai. De zomer nadien stond ik er opnieuw voor veldwerk.”

Wat trof je daar het meest?
“Hoe anders de lokale verhalen waren dan alles wat ik er in België over had gelezen. Ik sprak vrouwen die zwaar getraumatiseerd waren en de praktijk wilden stoppen. Maar ik sprak ook vrouwen die er trots op waren. En vrouwen die zeiden: dit is misschien geen goede praktijk, maar eerst hebben we water nodig, onderwijs, gezondheidszorg.
Dat besef — dat de dominante internationale beeldvorming amper aansluit bij lokale realiteiten — werd de basis van mijn doctoraat. Ik onderzocht de koloniale oorsprong van het dominante verhaal over vrouwelijke genitale verminking en hoe dat verhaal tot vandaag beleid en interventies bepaalt, vaak met onbedoelde gevolgen.”

Waar werk je vandaag aan?
“Ik onderzoek vrouwelijke genitale cosmetische chirurgie, zoals schaamlipcorrecties, in België, Nederland en nu ook in Kenia. Ik kijk naar wie deze ingrepen laat uitvoeren, waarom zij dat doen, en hoe artsen ermee omgaan.
De kernvraag blijft dezelfde: waarom wordt het ene type genitale modificatie zwaar veroordeeld, terwijl het andere sociaal aanvaard of zelfs wenselijk wordt gevonden? Die tegenstelling blijkt veel minder vanzelfsprekend dan men denkt.”

 “Mijn doel is het debat eerlijker, zorgvuldiger en inclusiever te maken”

Welke impact wil je hebben?
“Soms wordt mijn werk verkeerd gelezen — alsof ik vrouwelijke genitale verminking zou willen goedpraten of juist cosmetische chirurgie wil verbieden. Maar ik probeer net het zwart-witdenken te doorbreken.
Ik wil laten zien hoe ongelijkheden — racisme, koloniale erfenissen, klassisme — meespelen in wie wél of niet controle krijgt over haar lichaam. Waarom worden sommige vrouwen gecriminaliseerd voor praktijken die andere vrouwen vrij kunnen laten uitvoeren?
Er bestaat geen simpel antwoord. Daarom werk ik participatief, met vrouwen, artsen en gemeenschappen. Mijn doel is het debat eerlijker, zorgvuldiger en inclusiever te maken.”

Hannelore Van Bavel

Hannelore Van Bavel

Wat is je langetermijndroom als onderzoeker?
“In een volgend project wil ik dieper ingaan op seksualiteit en welzijn na genitale modificaties. In het publieke debat bestaan er enorme aannames — van ‘seksueel genot is onmogelijk’ tot ‘cosmetische chirurgie is empowerment’. Ik wil voorbij die clichés kijken en onderzoeken hoe mensen hun lichaam en seksualiteit echt ervaren.
Op lange termijn wil ik een interdisciplinaire groep uitbouwen die onderzoekt hoe samenlevingen lichamelijke ingrepen interpreteren en reguleren. Wat zien we als ‘medische zorg’? Wat noemen we ‘cultureel’? Wie beslist wat normaal is? En welke rol spelen gender, ras en sociale ongelijkheid? Dat wil ik onderzoeken via gelijkwaardige internationale samenwerking en participatieve én creatieve methodes.”

Wie inspireert jou?
“Eerst en vooral: de vrouwen met wie ik werk. Hun nuance en kritische blik hebben mijn denken gevormd.
Daarnaast word ik sterk beïnvloed door denkers zoals Chandra Talpade Mohanty, Gayatri Spivak, Kimberlé Crenshaw en Sylvia Tamale. En eerlijk: veel inzichten komen uit gesprekken met familie, vrienden en collega’s. Die confrontaties met mijn eigen blinde vlekken zijn onmisbaar.”