Op 1 maart 2026 gaat directeur en MarCom-fenomeen Ann Van Driessche met pensioen. AVD en rust, ook voor ons als medewerker voelt het als een onwennige en bevreemdende combinatie. Toch is het zo. Na 11 wervelende VUB-jaren, van WeAreParis tot Zij is Wetenschap, van olijfgroen naar oranje-blanje-bleu, van Cinquantenaire tot Koninklijk Circus, trekt onze eigenbaas de deur achter zich dicht. Groot, groter, groots was het motto. Zoals de VUB moet durven zijn. Wat voor ons vooraf een bijzonder interview was, werd een krachtig uitzwaaigesprek. En het blad voor de mond? Dat lieten we beide achterwege.
Je eindigt je carrière met ‘Zij is Wetenschap’, een campagne die je naar ons aanvoelen nog absoluut wou doen. Je hebt zelf vaak als vrouw geknokt in mannenwerelden. De politiek. Het UZA. En ja, ook de VUB. Een statement?
Ann Van Driessche: “Zeker. En er was ook een heel concrete aanleiding. Op 4 december, tijdens de uitreiking van de eredoctoraten, zei een decaan tegen mij: “Aha, je vertrekt nu. Je opvolger zal gelukkig minder geld verdienen.” Er volgde geen reactie. En ik dacht: zou hij dit ook tegen een man hebben gezegd? Het was niet die ene opmerking op zich, maar het mechanisme erachter: je belandt plots weer in het defensief. Je weegt af of je moet reageren, nuanceren, glimlachen. Net dat moment heeft mee het idee gevoed. Toen ik de campagne voorstelde aan rector Jan Danckaert en vicerector Pieter Ballon, stemden ze meteen in. Ze is nog steeds nodig.
Een instelling als de VUB draagt gelijkheid hoog in het vaandel, en op het eerste gezicht lijkt gender hier geen issue. Maar als je dieper graaft, zie je dat vrouwen nog altijd niet overal dezelfde kansen krijgen, of dat hun aanpak anders wordt beoordeeld. Dat gaat zelden om grote, openlijke dingen. Het zit vaak in kleine reflexen: sneller onderbroken worden in een vergadering, strenger moeten zijn om ernstig genomen te worden, assertief zijn en dan 'moeilijk' genoemd worden, terwijl een man 'krachtig leidinggeeft'. Het zijn details die onschuldig lijken, maar die zich opstapelen. Dat is soms gewoon vervelend, en op den duur ook vermoeiend.
Daarom is ‘Zij is Wetenschap’ voor mij wél een statement, maar niet met de vinger. Het betekent heel eenvoudig: wetenschap heeft een vrouwelijk gezicht, even vanzelfsprekend als een mannelijk. De campagne wil zichtbaar maken hoeveel expertise en leiderschap er is bij vrouwen, en tegelijk een uitnodiging zijn om alert te blijven voor die kleine mechanismen die bepalen wie spontaan ruimte krijgt, wie geloofd wordt, en wie als 'norm' wordt gezien. Dus ja: zelfs in een omgeving met de beste intenties moeten we er bewust aan blijven werken. Gelijkheid gebeurt niet vanzelf.”
"Het gedoe rond de Academische Opening is soms gekmakend, maar het is ook een moment waarop je voelt: we doen dit echt samen"
Ambitie is een woord dat je in onze oren als een plaat hebt grijsgedraaid. Voor ons was je een visionaire communicatieprofessional die als een wervelwind van ideeën tegen te hoge snelheid de MarCom-machine vooruit blies. Hoe wil jij eigenlijk dat wij je herinneren?
“Ik hoop dat ik, behalve wat jij noemt, ook herinnerd zal worden als iemand die de lat hoog legt. Niet om mensen te overrompelen, maar omdat ik echt geloof dat je mensen sterker maakt door hen uit te dagen. Ik geloof heel hard in groeien, in fouten maken en in vooruitgaan. Tegelijk hoop ik ook dat ik gezien word als iemand die kansen gaf. Die inspireerde. Die vertrouwen gaf. Die écht geloofde in het kunnen van iedereen.
En ik weet ook wel, ik heb vaak een hoog tempo. Soms sneller dan mensen kunnen volgen. Dat besef ik. Achteraf denk ik: ik heb mensen soms ook wel eens over hun grens geduwd. Ik hoop dat ze vooral onthouden dat ik in hen geloofde, zelfs wanneer zij het zelf even niet meer zagen. Ik hoop dat de rode draad blijft dat het nooit ging om 'hard zijn om hard te zijn'. Het ging om: samen iets neerzetten waar we fier op kunnen zijn. Het team dat er vandaag staat, daar ben ik oprecht het meest trots op. “
De universiteit hecht veel belang aan de Academische Opening. Soms lijkt het in september wel alsof dit het enige is waarop we als MarCom getaxeerd worden. In je laatste academische opening keerde je terug naar de campus na jaren van prestigieuze locaties in Brussel. Als een cirkel die rond was? Welke AO blijft je het meest bij?
“De moeilijkste en meest stressvolle was de eerste in Bozar met de fietsen, maar dat we er in de Corona-tijd in slaagden om op 5 locaties simultaan aanwezig te zijn was de nuttigste. De 50ste verjaardag in de blakende zon op de Cinquantenaire de uitdagendste. In de statige hal van de Gare Maritime de mooiste. In het slachthuis in Anderlecht de koudste en tegelijk de warmste met het afscheid van Paul en Caroline. In het Europees parlement de meest internationale, de open geest in het Koninklijk Circus de meest juiste. Kortom ze hadden allemaal een andere dimensie. Terugkeren naar de campus was altijd het plan en dat we dit jaar al die nieuwe onderzoekinfrastructuur konden tonen was het bewijs dat de VUB de afgelopen jaren niet heeft stilgezeten. En eerlijk, dat AO-gedoe is soms gekmakend, maar het is ook een moment waarop je voelt: we doen dit echt samen. En daar heb ik altijd van gehouden.”
"Vrij denken is voor mij ook: kunnen verdragen dat iemand het oneens is met jou. Dat is vandaag misschien wel de moeilijkste vorm van vrijheid"
De voorbije jaren waren er terug heel wat campagnes rond onze V, onze vrijzinnig-humanistische waarden. Vrij om, Feest van de Vrije Geest en Vrij denken. Overal. Nodig in de wereld vandaag? Of was het dat blauw-liberale bloed in je hart?
“Beide, denk ik. Maar los van politieke kleur, geloof ik vooral heel sterk in een bepaald mensbeeld. In zelfbeschikking. In vrijheid. En in het idee dat mensen, zoveel als mogelijk, zélf in staat moeten zijn om hun leven vorm te geven.
En vandaag, in deze geopolitieke chaos, hebben we daar echt veel nood aan. Ik hou niet van pamperen. Tot het nodig is natuurlijk, want dan kan ik best heel zorgzaam zijn. Maar ik denk dat een universiteit ook een plek moet zijn waar mensen leren denken. Leren kiezen. Leren verantwoordelijkheid nemen. Dat is misschien wel meer dan ooit nodig. Vrij denken is voor mij ook: kunnen verdragen dat iemand het oneens is met jou. Dat is vandaag misschien wel de moeilijkste vorm van vrijheid.”
VUB Tomorrow was ook nog een ei dat je wou leggen. Hoe ziet de VUB er morgen uit? Wat zou je ons nog willen meegeven?
“Dat je voluit moet durven gaan in de communicatie. Een organisatie is maar zo sterk als de manier waarop ze naar buiten komt. Als je het verhaal niet goed vertelt, kan je nog zoveel fantastisch werk doen, niemand ziet het.
Ik vond dat we een thematisch vehikel nodig hadden. Daarom VUB Tomorrow. Ideaal is het misschien niet omdat het buiten de website staat, maar het ontwikkelen binnen de website was nu eenmaal niet betaalbaar. En dan ben ik pragmatisch. Liever iets dat werkt en zichtbaar is, dan blijven dromen van het perfecte dat er nooit komt. Ik heb nooit geloofd in communicatie om te ‘versieren’. Ik geloof in communicatie die relevant is. Als we dat niet doen, doen we onszelf tekort. Thematisch communiceren is gewoon noodzakelijk als je zoveel content hebt. Anders lijkt het alsof er geen lijn zit in wat we vertellen. Met de dagkrant VUB Today is dat geen probleem omdat die als thema actualiteit heeft. Maar er was nood aan structuur en herkenbaarheid.”
Je bent begonnen met WeAreParis. Later kwam De Wereld Heeft je Nodig. Je veranderde de naam van de afdeling naar Marketing, Communicatie & Engagement. Waarom dat accent?
“Omdat engagement iets is dat je moet vóélen. Het moet doorleefd zijn. En engagement is zeker niet alleen vrijwilligerswerk, of politiek, of sterke meningen hebben. Voor mij is het vooral: walk the talk. Zeg niet alleen waar je voor staat, maar leef het ook. En dat wou ik graag stimuleren in onze gemeenschap. Het is moeilijk om iedereen te verenigen rond een verbindend thema, maar met klimaat is dat aardig gelukt. Ik ben blij dat we 10 jaar geleden dat thema zichtbaar hebben gemaakt. De schare wetenschappers die de VUB telt rond klimaat en duurzaamheid is op onze schaal gezien overweldigend. En ze doen ook nog fantastische dingen. En misschien is dat het mooiste aan een universiteit: je zit omringd door mensen die niet alleen slim zijn, maar ook gedreven door iets dat groter is dan henzelf. Dat maakt mij echt trots.”
Je bent in de huisstijl vrij snel teruggekeerd naar oranje-blanje-bleu. Eerst was er protest en olijfgroenheimwee. Nu heeft iedereen het omarmd. Je hebt altijd veel aandacht gehad voor het visuele op de campus. Een bewuste keuze?
“Ja. Ik ben iemand die veel belang hecht aan de omgeving waarin ik vertoef. De omgeving zet je in een bepaalde mindset, dat is echt zo. Een vrolijke omgeving waarin ‘can do’ geëtaleerd wordt, werkt gewoon inspirerender dan een omgeving die grauw en neutraal is. Dat lijkt misschien een detail, maar op een campus waar duizenden mensen elke dag rondlopen, maakt dat wel degelijk iets los. Ik heb altijd gedacht: een universiteit mag er niet uitzien alsof ze zich verontschuldigt dat ze bestaat. En het oranje, blanje, bleu was voor de historica in mij gewoon een must.”
"Mijn oma zei vroeger: ik zal lang genoeg kunnen rusten als ik niet meer op deze wereld ben"
Je had een bijzondere band met Paul De Knop en Caroline Pauwels. Vertel.
“Ik heb met drie verschillende rectoren intensief en prettig kunnen samenwerken. Dat was bijzonder. Paul kende ik al langer. Zijn manier van werken sloot nauw aan bij hoe ik graag werk. No nonsense, en het gaat vooruit. Ik was ook altijd goed voorbereid. Ik kwam binnen met: dit wil ik doen, het gaat zoveel kosten, en dit heb ik van je nodig. Toen ik met dezelfde voorbereiding bij Caroline binnenstapte, was meteen duidelijk dat dat niet zou werken. Mijn agendapunten kwamen niet eens aan bod, want Caroline had evenveel ideeën als ik. Soms zat Rob mee in de meeting en dan zag ik de wanhoop in zijn ogen groeien. Maar inspirerend was het zeker. De clash van ideeën maakte alles gewoon beter. Toen Corona de Graduations Ceremony onmogelijk maakte bedachten Caroline en ik een groots event in het Koning Boudewijn stadion. De burgemeester stelde ons toen de Grote Markt voor. Zelden zoiets impactvol als dit kunnen realiseren. Caroline was zonder enige twijfel één van de meest inspirerende personen waar ik mocht mee werken.
En nu werk ik met Jan. Hij is een andere persoon, maar ongetwijfeld de man met de grootste durf. Ik bewonder zijn lef om heilige huisjes om te gooien. Om verder te gaan, ook als de tijd nog niet rijp is. Dat vraagt karakter.”
"Een MarCom-afdeling die niet onder vuur ligt, is vaak een irrelevante afdeling"
De leider en haar mensen. Op je afscheidsfeestje bij MarCom stond er 'Het is mooi geweest'. Het was een mooie rit, maar ook een pittige. Sommigen zijn blij dat ze over de meet zijn en happen nog naar adem.
“Is dat zo? (lacht) Ik weet dat ik vaak dat effect heb op mensen. Ik maak tempo, ja. Ik duw vooruit. En toch, hoe harder ik naar voor loop, hoe meer ik besef: je moet soms ook naast mensen lopen. Maar rust is nu niet direct wat ik ambieer. Al ben ik daar de laatste jaren wel in gegroeid. Mijn oma zei vroeger: ik zal lang genoeg kunnen rusten als ik niet meer op deze wereld ben. Zoiets. Dus ja, ik heb een drive. En ik heb die nooit echt kunnen verstoppen. Op elk afscheidsfeestje in mijn hele carrière was dat het terugkerend thema.“
Communicatie. Iedereen doet het en denkt dat die het kan. Toch zijn er weinigen die het echt kunnen. Jij kon het. MarCom stoot ook vaak op onbegrip in de universiteit, omdat weinigen het begrijpen. Wat is je visie hierop? Gaat er ooit respect komen voor MarCom? Of gaat het altijd zo zijn?
“Er is echt wel respect voor wat we doen. Maar tegelijk is er ook veel onbegrip. En eerlijk, ik maak me daar weinig zorgen over. Een MarCom-afdeling die niet onder vuur ligt, is vaak een irrelevante afdeling. Het houdt ons bij de les. Want MarCom kost veel geld, en dat is ook zo. Dan mag het kritisch bekeken worden. Maar kritiek moet wel inhoudelijk blijven. Het moet vertrekken vanuit samenwerking, vanuit hetzelfde doel. Uiteindelijk doen we dit niet voor onszelf, maar om de universiteit sterker te maken. We hebben soms het imago gehad dat we alleen maar ‘mooie dingen’ doen, maar communicatie is ook zorg dragen. Voor context. Voor reputatie. Voor verbinding.”
Waarop ben je het meest trots? Wat neem je mee?
“Op de mensen. Altijd opnieuw: de mensen. Ik ben trots op het team dat er vandaag staat, op hoe we geëvolueerd zijn. Maar ook op de vele mensen aan de VUB, niet alleen MarCommers. Het is een voorrecht om in een omgeving te werken waar mensen intelligent zijn, waar er ideeën rondlopen, waar er gedrevenheid zit. En er is nog iets. De rector zei in zijn speech dat ik de Calimero-houding in de VUB op de schop heb gedaan. Dat raakte mij, omdat dat ook altijd mijn overtuiging is geweest. Vertrek van je eigen sterktes. Doe niet alsof de anderen het altijd beter weten of beter kunnen. We mogen fier zijn op wie we zijn, en wat we kunnen. Dat is iets wat ik hoop dat blijft hangen. Ik heb altijd gedacht: je kan bescheiden zijn zonder jezelf klein te maken. Dat is iets anders.”
Welke dingen zou je anders hebben gedaan?
“De afgelopen jaren ben ik het sociaal contact en de vele evenementen gaan mijden. Het gehoorprobleem dat ik heb maakte die bijeenkomsten vaak een beproeving. Maar netwerking is belangrijk. Aanwezig zijn is belangrijk. En daar ben ik wel tekortgeschoten. Dat is iets waarvan ik nu denk: ik had het anders willen aanpakken. Misschien niet overal aanwezig, maar wel bewuster kiezen welke momenten écht tellen.”
"Ik volg een opleiding meester-kleermaker. Dat is voor mij bijna een nieuwe taal"
En nu? Waar kijk je naar uit? Wat ga je doen na je pensioen?
“Ik ga eerst vertragen. Echt. Eerst even niets doen. Even geen deadlines, geen projecten, geen Academische Openingen. Gewoon ruimte maken in mijn hoofd, en kijken wat er dan vanzelf naar boven komt. Ik wil ook mijn lichaam terug sterk maken, want daar ben ik veel te lang aan voorbij gegaan. Een collega zei me onlangs: “Je moet dansen.” En ik dacht meteen: ja… eigenlijk heeft ze gelijk. Bewegen, dansen, terug in mijn lijf komen. Dat staat echt hoog op mijn lijst. En ik voel vooral dat ik creatief wil zijn. Dingen maken, dingen creëren. Ik ben nu keramiek aan het leren, met mijn handen in de klei. Dat is tegelijk rustgevend én uitdagend. En daarnaast volg ik ook een opleiding meester-kleermaker. Dat daagt mij uit op een totaal andere manier. Je bent bezig met detail, met aandacht, met geduld. Dat is voor mij bijna een nieuwe taal.
Of ik mij nog ga begeven in de wondere wereld van marketing en communicatie, dat weet ik eerlijk gezegd nog niet. Misschien wel, misschien niet. Maar eerst wil ik echt even de deur dicht trekken. En dan zien welke andere deur er opengaat. En vooral kijk ik ernaar uit om mijn familie terug te ontdekken. Mijn partner, mijn kinderen, en intussen ook mijn drie kleindochters. Je onderschat soms hoeveel je mist als je altijd aan staat. Dus ja, dat is ook een nieuw hoofdstuk. Een heel mooi hoofdstuk.”
Wat zijn je laatste woorden?
“Die ga ik nog niet uitspreken. Ik ben van plan er nog veel te zeggen. Maar voor de VUB: bedankt voor alles. Het was een uitdagend parcours. Ik heb hier veel geleerd, veel plezier gemaakt, en samen met mijn team mooie dingen kunnen realiseren. Het ga jullie goed!”
Met de campagne ‘Zij is wetenschap’ zet de Vrije Universiteit Brussel (VUB) haar vrouwelijke onderzoekers krachtig in de verf. Blikvanger is een fototentoonstelling met twintig indringende portretten van wetenschappers, gemaakt door fotografe Lieve Blancquaert. Daarnaast publiceert de VUB een reeks verhalen over vrouwelijke toponderzoekers en stelt de universiteit een expertenlijst voor met vrouwelijke wetenschappers.