logo

Kwaliteit van de opleiding Industriële Wetenschappen

Wanneer je voor een opleiding kiest, wil je natuurlijk ook zeker zijn dat je kan rekenen op kwalitatief goed onderwijs. Dat is zeker het geval aan de VUB! We zeggen dit ook niet zomaar, want we nemen onze opleidingen regelmatig vakkundig onder de loep. Zo weten we wat de troeven zijn, maar ook hoe we ons opleidingsaanbod kunnen blijven verbeteren. 

Troeven van de opleiding

  • Toepassingsgericht: industriële ingenieurs die afstuderen aan de VUB kunnen denken met hun handen en doen met hun hoofd. De opleiding zet namelijk zwaar in op praktische vaardigheden en industriegerichte competenties via projectwerk, een industriële stage en de masterproef, waar studenten hun eigen theoretische ideeën realiseren in de praktijk. Een belangrijk aspect is de balans waarnaar gestreefd wordt tussen het wetenschappelijke, eerder theoretische kader en de toepassingsgerichtheid van de opleidingen. 
  • Het FabLab: vanaf het eerste jaar hebben studenten toegang tot het FabLab. Ze gaan er zelf creatief aan de slag met geavanceerde apparatuur en er zijn steeds toegewijde begeleiders (met name hun medestudenten) aanwezig die hen wegwijs maken in het gebruik ervan. 
  • Luchtvaart: de VUB is één van de twee Vlaamse universiteiten die deze afstudeerrichting in de opleiding Industriële Wetenschappen aanbieden.
  • Stage voor iedereen: studenten gaan minstens 35 werkdagen, hoewel de meesten kiezen voor 45 werkdagen, aan de slag als industrieel ingenieur in het kader van hun opleiding, waarbij ze een waardevolle ervaring opdoen voor hun loopbaan. Studenten die kiezen voor een stage van 35 werkdagen vullen hun opleiding verder aan met een keuzevak dat aansluit bij hun interesse (binnen of buiten het curriculum).

Waar komt deze info vandaan?

We bieden onze studenten geregeld de kans om hun ongezouten mening te geven over de opleidingen tijdens hun academische loopbaan. We gaan ook te rade bij onze proffen en assistenten en we peilen naar de verwachtingen van het toekomstige werkveld. Tot slot  bevragen we ook onze oud-studenten die ondertussen al aan de slag zijn in de sector en vergelijken we ook met andere universiteiten in binnen- en buitenland, zodat we steeds de vinger aan de pols houden.

Ontwikkelkansen

  • Een verdere uitbouw van de samenwerking met andere opleidingen binnen de faculteit Ingenieurswetenschappen kan nieuwe kansen bieden om het programma verder te versterken.
  • De opleiding blijft vragende partij voor een uitbreiding naar een tweejarige master. Dit zou hen meer ruimte geven om nog beter tegemoet te komen aan de verwachtingen op wetenschappelijk vlak vanuit het werkveld en om daarnaast bijkomende technische, technologische en soft skills in het curriculum in te bouwen.

Waar is de opleiding nu al volop mee bezig?

  • Het gehele curriculum wordt onder de loep genomen met een focus op het evenwicht tussen praktijk en theorie.  Daarbij wordt onderzocht of studenten voldoende tijd hebben om aan projecten te werken naast het volgen van hun lessen.
  • Om de profilering van de industriële wetenschappen scherper te stellen, onderzoekt de opleiding gelijkenissen en verschillen via een benchmarking van gelijkaardige opleidingen.
  • De logische opbouw van het curriculum wordt geëvalueerd en waar nodig worden aanpassingen uitgevoerd. Er wordt nagegaan of de leerdoelen van de opleiding actueel zijn en de geschikte werk- en evaluatievormen gebruikt worden om deze doelen te bereiken.
  • De opleiding onderzoekt welke blended lesvormen op een structurele manier kunnen worden ingebed in het curriculum.