Het prestigieuze i-Police-project is na tien jaar stopgezet wegens gebrek aan resultaten. Rosamunde Van Brakel pleit voor een nieuwe beleidscultuur om dergelijke miskleunen te voorkomen. Haar opinie verscheen in De Standaard.
In de nasleep van de terroristische aanslagen in 2016 stelde de federale regering dat jaar het prestigieuze i-Police-project voor. Dat gebeurde door de ministers Jan Jambon (N-VA, Binnenlandse Zaken) en Alexander De Croo (Open VLD, Digitale Agenda). “Het i-Police-systeem tilt onze politiediensten de 21ste eeuw binnen”, verkondigde De Croo. De innovatieve oplossing zou een betere koppeling, uitwisseling en analyse van informatie van bijvoorbeeld straatcamera’s en verdacht gedrag op sociale media mogelijk maken. Het zou ook de verspreide databanken en applicaties van de politie samenbrengen op één uniform platform. Artificiële Intelligentie (AI) zou de politie helpen om beter risico’s in te schatten, criminele netwerken op het spoor te komen en proactief politiemiddelen in te zetten, wat zogeheten predictive policing mogelijk zou maken. Dat is het verzamelen van signalen en patronen die op zichzelf misschien weinig zeggen, maar wel van belang zijn wanneer ze met elkaar in verband worden gebracht.
Er werd een toekomst geschetst waarin rechercheurs en overheidsagenten constant in real time de juiste, toepasbare informatie hebben om hun job uit te oefenen. Dat zou de politie betere inlichtingen opleveren om terroristische aanslagen te voorkomen. Het paste in een breder verhaal van intelligence-led en big data policing, een aanpak die sinds het einde van de 20ste eeuw opgang maakt.
Bij het project speelden consultants van in het begin een belangrijke rol. Al in 2017 schakelde Smals (een vzw die als centrale ICT-partner van de overheid fungeert) consultants in om de specificaties voor het i-Police-project op te stellen. Het leidde in 2021 tot een raamovereenkomst van 299 miljoen euro die werd afgesloten met een consortium rond de Franse consultancygroep Sopra Steria. Waarom er zoveel tijd is verstreken tussen de aankondiging, voorbereiding en ondertekening van het contract in 2021, is onduidelijk, net als hoeveel geld er op dat moment was besteed aan consultants en Smals voor de voorbereiding van het project.
In 2023 verschenen de resultaten van een audit door Deloitte, waarin werd benadrukt dat de prioriteiten in het project zoek waren en de communicatie beter kon. Bovendien waren informatiebeheer, informatieprocessen en ICT-projecten niet op elkaar afgestemd. Uit de audit bleek ook een gebrek aan visie op het digitale transformatieproces.
Vandaag, zo’n tien jaar na de aankondiging, trekt minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) de stekker uit het I-Police-project, na opnieuw een audit van Deloitte waarin een gebrek aan resultaten wordt gemeld. Een dure miskleun dus, die veel vragen oproept.
Ethische vragen
De digitalisering van de politie in België wordt gekarakteriseerd door een enge visie en benadering van technologie, deels gestuurd door consultants en technologiebedrijven. Op het moment dat zulke projecten worden uitgedacht en ook in de huidige digitaliseringsstrategie is er onvoldoende aandacht voor democratische waarborgen, ethiek en respect voor de mensenrechten. Het beleid negeert vaak kritisch wetenschappelijk onderzoek en er wordt niet geïnvesteerd in onderzoek dat de ethische en organisatorische randvoorwaarden voor zulke toepassingen analyseert, of nagaat welke schade technologie kan toebrengen aan individuen, de samenleving en het milieu. In de heersende beleidscultuur worden bovendien vragen over mensenrechten, ethiek, sociale rechtvaardigheid en accountability eerder als omstreden gezien en als hinderpalen voor innovatie en veiligheid. Denk aan de negatieve uitspraken van minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) over het EU-voorstel voor de regulering van online kindermisbruik waarbij ze het over de “privacylobby” heeft.
Wetenschappelijk onderzoek moet zich aan strenge regels houden inzake onderzoeksethiek, mensenrechten en transparantie. Waarom gelden er geen gelijkaardige ethische richtlijnen en procedures voor innovatieprojecten en experimenten bij de politie? Dat roept vragen op inzake legitimiteit en accountability.
Verder springen dan AI
De vraag is ook waarin de innovatie schuilt. Is dat AI en big data-analyses inzetten om ouderwetse praktijken te digitaliseren zonder rekening te houden met de impact op mensenrechten, sociale rechtvaardigheid en criminologisch onderzoek? Zou het niet innovatiever zijn om op basis van nieuwe technologische ontwikkelingen nieuwe denkkaders over openbare veiligheid en politie te ontwikkelen en om na te gaan op welke manier politie en technologie een positieve en verbindende rol in de samenleving kunnen spelen?
Het is een positieve evolutie dat de focus bij de geïntegreerde politie nu verschuift naar “kleinschalige en modulaire projecten die rechtstreeks inspelen op de noden op het terrein en worden ontwikkeld door diensten met de nodige expertise“. Maar de problemen zullen daardoor niet opgelost zijn. Daarvoor is er nood aan een nieuwe beleidscultuur die gekenmerkt wordt door bescheidenheid, openheid en die leert uit fouten in het verleden, zoals bij het gefaalde Phenix-digitaliseringsproject bij Justitie. Het beleid moet gesteund zijn op good governance-praktijken, respect hebben voor mensenrechten en rekening houden met sociale en ecologische rechtvaardigheid. Dat zal ertoe leiden dat op voorhand grondig en kritisch over projecten wordt nagedacht vooraleer er middelen in worden geïnvesteerd, en dat bij problemen vroeger een project wordt stopgezet. Op Europees vlak beantwoordt regelgeving zoals de AI Act al deels aan die vereisten. Maar onderzoek leert dat alleen juridische compliance niet volstaat.
Als we nadenken over technologische mogelijkheden bij de politie, hebben we een langetermijnvisie nodig die verder kijkt dan de hype rond AI. We moeten nieuwe beleidsvormen en denkbeelden over openbare veiligheid verkennen die de mensenrechten respecteren en rekening houden met de gevolgen voor het milieu en de sociale rechtvaardigheid. Eerder heb ik in deze krant al gewezen op de urgentie van een publiek debat in België over het gebruik van AI en allerhande surveillancetechnologieën door de politie- en veiligheidsdiensten. Maar dat debat is nog altijd niet ten gronde gevoerd.