Praktijken als shibari verschijnen als een tijdelijk tegengewicht voor een samenleving die geen richting meer geeft, schrijft Randy Haers, postdoctoraal onderzoeker bij de Crime & Society Research Group van de Vrije Universiteit Brussel. "In het neoliberale regime is er geen ruimte meer voor gemeenschapsstichtende narratieven, alleen maar voor storytelling", schrijft hij in een opiniestuk in De Morgen.

In deze krant las ik een tijd geleden een bijzonder essay over de opmars van shibari als manier om het hoofd leeg te maken en even te ontsnappen aan het voortdurende moeten kiezen. Maar, wat zegt het over onze samenleving dat juist deze tijdelijke vorm van overgave zo’n aantrekkingskracht krijgt? De Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han beschouwt shibari niet als onschuldige lifestylebeweging, maar een uitdrukking van een maatschappij die onze vrijheid niet vergroot maar exploiteert.

Dwingende vrijheid
Volgens Han leven we niet langer onder een autoritair maar begrensd ‘moeten’, maar onder een neoliberaal Ă©n grenzeloos ‘kunnen’. En daar doemt een vrijheidsparadox op: we lijken vrijer dan ooit, maar het is een vrijheid die ons juist dwingt – tot presteren, kiezen, verbeteren, altijd weer. De wereld verwordt zo tot een prestatiemaatschappij waarin we onszelf onophoudelijk (willen) optimaliseren. Niet omdat iemand ons dat oplegt, maar omdat we onszelf zijn gaan behandelen als project. We leven permanent in concurrentie met ons eigen ideaalbeeld.

Randy Haers

Randy Haers

Die tirannie van zelfverbetering is genadelozer dan vroegere vormen van disciplinering. Han noemt dit ‘psychopolitiek’: macht die niet langer van buitenaf werkt, zoals in Foucaults biopolitiek, maar van binnenuit onze gedachten en verlangens stuurt.
Waar Boxer, het boerenpaard uit Animal Farm, nog riep “I will work harder”, onder het toeziend oog van oppervarken Napoleon, fluistert er vandaag een stemmetje in ons hoofd dat nooit zwijgt: “I will be better.” Zo ontstaat een zelfdiscipline die zich niet bevrijdt maar onderwerpt: we worden tegelijk knecht Ă©n meester van ons eigen project.

Het vernuft van die prestatiemaatschappij zit niet alleen in het uitbuiten van het zogezegd ‘vrije’ individu, maar ook in haar greep op ons geweten: wie faalt, richt de beschuldigende vinger naar zichzelf. We internaliseren de druk, zien mislukkingen als persoonlijke tekorten en schamen ons omdat we denken dat we niet hard genoeg hebben gewerkt, niet slim genoeg hebben gekozen, niet voldoende ons ‘potentieel’ hebben benut.
Het gevolg is dat de maatschappelijke context uit beeld verdwijnt en het systeem buiten schot blijft. Psychopolitiek houdt ons vast in het keurslijf van het ondernemende zelf – geïsoleerd, zelfkritisch, continu met zichzelf bezig – en ondermijnt precies daardoor de vorming van een ‘politieke wij’, die structurele problemen zou kunnen herkennen en er collectief naar handelen.

Leegte zonder richting
Daarbovenop, zegt Han, verdwijnen de grote verhalen die vroeger richting gaven. Religie, traditie, vaste sociale rollen: ze boden een structuur waarin keuzes betekenis kregen. In dit tijdperk van radicale keuzevrijheid zijn die kaders weggevallen. Dat maakt iedere beslissing even licht als loodzwaar. In het neoliberale regime is er geen ruimte meer voor gemeenschapsstichtende narratieven, alleen maar voor storytelling, oftewel “privĂ©narratieven als modellen voor zelfverwerkelijking”.
Het is in die narratieve leegte dat praktijken zoals shibari aantrekkingskracht krijgen. Niet alleen om wat ze bieden – traagheid, aanraking en verbinding – maar omdat ze een vacuĂŒm opvullen dat bredere structuren hebben achtergelaten. Waar gemeenschapsverhalen verdwijnen, worden individuele rituelen dragers van betekenis. Shibari verschijnt dan als een tijdelijk tegengewicht voor een samenleving die geen richting meer geeft.
Belangrijker is dit: eender welke praktijk die belooft het hoofd leeg te maken of diepe verbinding te scheppen, draagt in de huidige samenleving een risico in zich. Ze kan gemakkelijk worden ingeschakeld in dezelfde logica die ze juist probeert te doorbreken. Want in een cultuur die alles meet, monitort en vertaalt naar persoonlijke efficiëntie, wordt zelfs het verlangen naar rust snel geabsorbeerd door het regime van zelfoptimalisatie.
De pauze die bedoeld is om te ademen, dreigt een pauze te worden om daarna weer beter te functioneren. Zoals Han waarschuwt, maakt de psychopolitiek ook van ‘heling’ en ‘zelfzorg’ een middel dat uiteindelijk in dienst staat van diezelfde productiviteitsdwang waaruit mensen proberen te ontsnappen.

Uitputting managen
Dat risico is reëel. Niet omdat shibari, meditatie, pilates of om het even welke praktijk op zichzelf problematisch zouden zijn, maar omdat ze geïsoleerd blijven als individuele oplossingen voor structurele problemen. Daardoor versterken ze onbedoeld het idee dat uitputting iets is wat je zelf moet managen, herstellen, optimaliseren. Zo verhinderen ze dat zulke ervaringen uitgroeien tot een groter, gemeenschapsvormend verhaal dat de structurele oorzaken durft te benoemen én aan te pakken.

De knoop die moet worden ontward, is niet die van shibari, maar die van een systeem dat onze vrijheid uitbuit en onze uitputting normaliseert.