logo

Algemene gegevens

Hier vind je algemene informatie over de opleidingen bio-ingenieurswetenschappen aan de VUB.

Opleidingspagina

Klik door naar de opleidingspagina van de

  • Bachelor of Science in de bio-ingenieurswetenschappen (180 ECTS)
  • Master of Science in de bio-ingenieurswetenschappen: cel- en genbiotechnologie (120 ECTS)
  • Master of Science in de bio-ingenieurswetenschappen: chemie en bioprocestechnologie (120 ECTS)

Cijfers

Klik door naar cijfergegevens die beschikbaar worden gesteld op de pagina 'Opleiding in cijfers' van de Vlaamse overheid, Onderwijs & Vorming:

KWALITEIT VAN DE OPLEIDINGEN BIO-INGENIEURSWETENSCHAPPEN

De opleidingen zetten in op polyvalente bio-ingenieurs die later een functie kunnen vinden in talloze sectoren. Dit vertaalt zich in uitstekende tewerkstellingsmogelijkheden voor afgestudeerden: uit de meest recente alumni-enquête blijkt dat alle bevraagden binnen de zes maanden werk vinden. Het programma biedt een erg brede basis aan die naarmate de opleiding vordert zich verder specialiseert. Op deze manier blijven studenten in staat, terwijl ze zich specialiseren, nieuwe persoonlijke interesses te ontdekken in de breedte van het werkveld. De studenten zijn erg lovend over de intensieve studiebegeleiding die aangeboden wordt vanaf het eerste jaar en worden betrokken bij beslissingen die genomen worden over de opleiding. Doorheen de bachelor en de beide masters lopen duidelijk gedefinieerde leerlijnen die ervoor zorgen dat de opleiding een coherent geheel vormt.

de bio-ingenieur wordt gezien als de ingenieur van de levende materie

Leerresultaten en profilering

Het programma van de bio-ingenieurswetenschappen is uniek: zeker op internationaal vlak bestaan er geen soortgelijke opleidingen. Het onderwijs wordt gestuurd door de expertise van het onderwijzend personeel. De bio-ingenieur wordt gezien als de ingenieur van de levende materie. Een speerpunt voor de opleidingsraad is de brede opleiding die ze aanbiedt waaruit polyvalente bio-ingenieurs komen die in verschillende sectoren inzetbaar zijn. 

De opleidingsraad heeft leerlijnen doorheen de opleidingen opgesteld en in het kader daarvan de leerresultaten herbekeken. Aandacht naar het aanleren van soft skills zitten voornamelijk verwerkt in de leerlijnen Ingenieursvaardigheden en Professionele vaardigheden. De soft skills zijn geïntegreerd in verschillende opleidingsonderdelen (OO’s) en er wordt ook specifiek aandacht aan geschonken in de OO’s Geïntegreerd project Procestechnologie en Geïntegreerd project Biotechnologie.

In de opleidingsspecifieke leerresultaten beschrijft de opleidingsraad welke kennis en inzichten afgestudeerden moeten bezitten en welke vaardigheden en attitudes zij moeten beheersen. De leerresultaten sluiten aan bij de niveaudescriptoren zoals beschreven in de Vlaamse Kwalificatiestructuur en in artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs en omvatten eveneens de vijf pijlers van de Visie op Onderwijs van de VUB. Daarnaast voldoen de leerresultaten ook aan het domeinspecifiek leerresultatenkader.  

in deze projecten wordt een uitdagend probleem met maatschappelijke meerwaarde aan studenten aangeboden

Curriculum

Het curriculum van de bachelor bestaat uit een algemene en gemeenschappelijke stam van 170 ECTS en twee keuzeprofielen van elk 10 ECTS. De keuzeprofielen in de bachelor zijn niet bepalend voor de doorstroom naar de masteropleidingen, maar dienen als smaakmaker voor de studenten. De bachelor biedt een erg brede basis aan en spitst zich steeds meer toe op het bio-ingenieursprofiel naarmate de student vordert in de opleiding. In het curriculum werden verschillende leerlijnen uitgetekend: drie leerlijnen in het eerste jaar en vijf leerlijnen in het tweede en derde jaar van de bachelor. De leerlijn Polyvalente wetenschappen splitst zich na het eerste jaar op in drie leerlijnen: Biotechnologische wetenschappen, Ingenieurswetenschappen en Onderzoeksvaardigheden. Verder werd er ook een leerlijn Professionele vaardigheden gedefinieerd en een leerlijn Maatschappij. Deze twee leerlijnen lopen doorheen de drie jaren van het bachelorprogramma. Het Geïntegreerde project Procestechnologie en het Geïntegreerd project Biotechnologie zijn gericht op ingenieursvaardigheden op een geïntegreerde manier aan te pakken. In deze projecten wordt een uitdagend probleem met maatschappelijke meerwaarde aan studenten aangeboden. De opzet is om creatief denken te stimuleren en de studenten kennis te laten maken met projectmatig werken onder begeleiding van ervaren ZAP- en AAP-leden.

De faculteit Wetenschappen en Bio-ingenieurswetenschappen biedt twee masteropleidingen in bio-ingenieurswetenschappen aan: Bio-ingenieurswetenschappen: Chemie en bioprocestechnologie; en Bio-ingenieurswetenschappen: Cel- en genbiotechnologie. In elke masteropleiding kunnen studenten kiezen uit drie verschillende afstudeerrichtingen. Bij Bio-ingenieurswetenschappen: Chemie en bioprocestechnologie zijn dat 1) Biochemische biotechnologie 2) Chemische biotechnologie en 3) Voedingsbiotechnologie. Bij Bio-ingenieurswetenschappen: Cel- en genbiotechnologie zijn dat 1) Agrobiotechnologie 2) Medische biotechnologie en 3) Moleculaire biotechnologie. De specialisatie bestaat telkens uit 30 ECTS specifieke opleidingsonderdelen die kunnen aangevuld worden met 6 ECTS keuze-opleidingsonderdelen. De verplichte Industriële stage kan voor studenten verder zorgen voor een meer persoonlijke invulling van de opleiding. Studenten kunnen ook kiezen voor een ‘grotere’ industriële stage van 7 ECTS. Deze optie is in eerste instantie gericht op studenten die een langere stage of een stage in het buitenland willen doen. Ook in de masteropleidingen werden leerlijnen gedefinieerd; namelijk Biotechnoloog, Ingenieur, Zelfstandig onderzoeker, Professional en Maatschappelijk bewust individu. De opleidingsraad monitort de leerlijnen – zowel van de bacheloropleiding als van de masteropleidingen – verder en toetst deze af met stakeholders op regelmatige basis.

De opleidingsraad wil een stabiel curriculum aanbieden, maar ook voldoende flexibel blijven om aanpassingen te maken indien noodzakelijk.  Daarnaast wil ze de studenten van zoveel mogelijk specialisaties laten proeven, daarom krijgen bachelorstudenten de mogelijkheid een niet bepalend keuzeprofiel te nemen zonder verplichting voor de verdere studies en de vrijheid een thesisonderwerp te kiezen buiten de eigen specialisatie.

Evaluatiebeleid

De opleiding heeft leerlijntabellen opgesteld waarin, per leerresultaat, de relevante opleidingsonderdelen met hun werkvormen en evaluatievormen gekoppeld worden. Daarnaast maakt de opleidingsraad gebruik van de opleidingsmatrix. De opleidingsraad vindt diversificatie in evaluatievormen belangrijk en heeft voor een aantal opleidingsonderdelen specifiek gekozen om formatief en permanent te evalueren. Er wordt ook veel aandacht geschonken aan de optimalisatie van het examenrooster en de opleidingsraad werkt aan een globale aanpak om gestructureerde feedback op regelmatige basis te geven.

Tevredenheid studenten

In de studentenfeedback beoordelen de studenten hun onderwijs. Hieronder worden de resultaten weergegeven voor de laatste twee semesters waarvoor resultaten beschikbaar waren bij het opstellen van dit rapport.

Bachelor Bio-ingenieurswetenschappen

Deelname:

2018-2019 semester 1 37,32% (53/142)

2018-2019 semester 2: 37,76% (54/143)

 

Master Bio-ingenieurswetenschappen: cel- en genbiotechnologie

Deelname:

2018-2019 semester 1 79,31% (23/29)

2018-2019 semester 2: 41,94% (13/31)

 

Master Bio-ingenieurswetenschappen: chemie en bioprocestechnologie

Deelname:

2018-2019 semester 1 62,96% (17/27)

2018-2019 semester 2: 14,81% (4/27)

Docenten

De docenten krijgen versterking van docenten uit de andere vakgroepen van de Faculteit Wetenschappen en Bio-ingenieurswetenschappen, en van de docenten van de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen UGent. De werkbelasting wordt onderling besproken en bewaakt. Sinds het najaar van 2015 moet het zelfstandig academisch personeel beantwoorden aan de vereisten die beschreven worden in de competentietoets.

de studenten kunnen daarnaast ook deelnemen aan de VIP-klassen (Very Intensive Programme)

Voorzieningen en studiebegeleiding

Er wordt nauw samengewerkt met Studiebegeleiding (SB) om de studenten te ondersteunen in hun studies. Drie studiebegeleiders zorgen uitsluitend voor de ondersteuning van studenten van de faculteit Wetenschappen en bio-ingenieurswetenschappen. Een eerste contact kan reeds op het moment van kennisname van de resultaten van de verplichte, niet-bindende ijkingstoets. De studiebegeleiders staan klaar met raad om eventuele tekorten te remediëren. Er worden ook pre-toetsen georganiseerd voor wiskunde en fysica/chemie. Op basis van de resultaten worden individuele gesprekken gevoerd met de studenten, waarbij de studiebegeleider advies geeft in samenspraak met de docenten. De studenten kunnen daarnaast ook deelnemen aan de VIP-klassen (Very Intensive Programme). Deze optionele extracurriculaire lessen bieden vakinhoudelijke ondersteuning voor wiskunde, fysica of chemie. De faculteit kiest, ondanks de moeilijkheid om de impact van de begeleiding te meten, resoluut voor een erg intensieve studiebegeleiding van studenten in het eerste jaar.

Om de overgang naar het tweede jaar, waar studiebegeleiding een minder intensieve rol speelt, te verzachten is de opleidingsraad actief bezig om studenten extra te ondersteunen binnen de opleidingsonderdelen zelf.

Instroom

De typische startende bio-ingenieursstudent heeft een ASO-achtergrond met een grote interesse in wetenschap en technologie. In de bacheloropleiding zitten ongeveer evenveel meisjes als jongens. Op het niveau van de masteropleidingen is bij Cel- en Genbiotechnologie een iets hoger aantal vrouwelijke studenten ingeschreven dan bij Chemie en Bioprocestechnologie. Studenten kiezen voor de opleiding bio-ingenieurswetenschappen aan de VUB omdat ze de ligging van de campus in de hoofdstad aantrekkelijk vinden en omdat het een erg polyvalente opleiding is. Ook de kleine studentengroepen en diversiteit van de studentenpopulatie zijn troeven die studenten aantrekkelijk vinden. Geïnteresseerde studenten kunnen voorkennistoetsen afleggen wanneer zij nog in het secundair onderwijs zitten.

Studiesucces

Het percentage studenten dat de bacheloropleiding start maar niet afrondt, ligt tussen de 25% en 35%. Van de studenten die de bacheloropleiding afrondt, behaalt ongeveer 81% het bachelordiploma drie jaar na aanvang van de studies. Het studierendement evolueerde van net onder het Vlaamse gemiddelde (VUB 78,1%, Vlaanderen 80,6%) in 2009-2010 naar net boven het Vlaamse gemiddelde (VUB 79,4%, Vlaanderen 79,0%) in 2016-2017. Ook in de masteropleidingen is een soortgelijke trend waarneembaar waarbij het gemiddelde studierendement van de bio-ingenieurs van de VUB het gemiddelde studierendement van Vlaanderen inhaalt.   

Uitstroom, alumni en relatie met het werkveld

De opleiding biedt uitstekende tewerkstellingsmogelijkheden: uit de meest recente alumni-enquête uitgevoerd in 2016 blijkt dat alle bevraagden binnen de zes maanden na afstuderen werk vinden. In 2016-2017 behaalden 36 studenten hun bachelordiploma, wat in lijn is met de stijgende trend van de laatste negen jaar. In datzelfde jaar behaalden 12 studenten het masterdiploma van Bio-ingenieur in de Cel- en Genbiotechnologie en 8 studenten behaalden dat van Bio-ingenieur in de Chemie en bioprocestechnologie. 43% van de afgestudeerden start een doctoraat. Anderen vinden we terug in onderzoek en ontwikkeling (24%), onderwijs en training (9%) en de farmaceutische industrie (9%). De overige 15% is werkzaam in de algemene diensten van de agro- en voedingsindustrie, consulting en “andere”.

De Industriële stage zorgt voor een intensieve kennismaking met het werkveld. De keuze tussen een kortere (20 werkdagen) of langere stage (30 werkdagen) komt tegemoet aan de vraag van zowel de studenten als van het werkveld om een langere stageperiode te voorzien.

Internationalisering

Er wordt op verschillende manieren gezorgd voor internationalisering binnen de opleiding Bio-ingenieurswetenschappen. De opleidingsonderdelen die deel uitmaken van de profilering in de derde bachelor worden aangeboden in het Engels. Dit maakt het voor internationale studenten mogelijk om in het kader van een uitwisseling in derde bachelor lessen te volgen bij de Bio-ingenieurswetenschappen. Daarnaast brengt het opleidingsonderdeel Handelsmissie, naast uitwisselingsmogelijkheden zoals Erasmus, extra mobiliteitsmogelijkheden voor geselecteerde VUB studenten.

de studenten worden betrokken bij beslissingen van de opleidingsraad, onder andere inzake curriculum en worden actief aangemoedigd hun mening te geven over de opleiding

Communicatie

De studenten worden betrokken bij beslissingen van de opleidingsraad, onder andere inzake curriculum en worden actief aangemoedigd hun mening te geven over de opleiding. In het derde jaar worden verschillende informatiesessies georganiseerd in verband met keuzeprofielen en de masteropleidingen. Ook naar de buitenwereld toe communiceert de opleiding duidelijk over de opleiding en wat studenten kunnen verwachten. De opleidingsraad doet extra inspanningen om nieuwe docenten te integreren in de opleiding.

Werking opleidingsraad

De opleidingsraad bevordert en bewaakt de kwaliteit van de opleiding(en). De opleidingsraad tekent de visie uit en formuleert onder meer voorstellen over de inhoud, de vorm, de samenhang en de studeerbaarheid van de programma’s. De bachelor- en de masteropleidingen hebben een gezamenlijke opleidingsraad. De opleidingsraad overlegt op zeer regelmatige basis en wil zijn werking versterken met de organisatie van een onderwijsdag.

 

---------------------------------------------------

Dit rapport is gebaseerd op de resultaten van een kwaliteitsbeoordeling, die plaatsvond op 16 mei 2019.  Hierbij waren vertegenwoordigers van de opleidingsraad aanwezig, inclusief studenten, naast interne en externe peers en experten.

Tekst goedgekeurd door de Academische Raad op 9 maart 2020.