logo

Algemene gegevens

Hier vind je algemene informatie over de opleiding Master of Science in de stedenbouw en de ruimtelijke planning aan de VUB.

Opleidingspagina

Klik door naar de opleidingspagina van de

Leerresultaten

Klik door naar de beoogde leerresultaten van de

Cijfers

Klik door naar cijfergegevens die beschikbaar worden gesteld op de pagina 'Opleiding in cijfers' van de Vlaamse overheid, Onderwijs & Vorming:

KWALITEIT VAN DE OPLEIDING MASTER OF SCIENCE IN DE STEDENBOUW EN DE RUIMTELIJKE PLANNING

In de Master of Science in de stedenbouw en de ruimtelijke planning leren studenten ruimte en samenleving vorm te geven. Het betreft een interdisciplinaire opleiding die zowel gericht is op het verwerven van theoretische kennis als praktische vaardigheden. Aan de hand van een studie van Brussel en het omliggende metropolitane gebied worden competenties aangebracht die relevant zijn voor het vormgeven van zowel steden als landelijke gemeenten. Hierbij wordt geregeld de stad ingetrokken.

De opleiding verwelkomt een grote groep - maar niet uitsluitend - werkstudenten. Lessenroosters en werkvormen zijn dan ook afgestemd op deze doelgroep.

Docenten zijn zeer aanspreekbaar en er is ruimte voor participatie in de lessen. De opleidingsraad houdt de vinger aan de pols en studenten kunnen gemakkelijk moeilijkheden aankaarten. 

de stad Brussel wordt als labo gebruikt waarin studenten leren nadenken over het vormgeven van de ruimte

Leerresultaten en profilering

De master stedenbouw en ruimtelijke planning leert studenten ruimte en samenleving vorm te geven. Hierbij gaat het zowel om de bebouwde als de open ruimte waarin de mens activiteiten ontplooit. De stad en de randstedelijke omgevingen komen daarbij op verschillende schaalniveaus aan bod. In de opleiding leren de studenten de wisselwerking tussen ruimte en samenleving onderzoeken, analyseren en kritisch bekijken en leren ze ook prospectief werken. Zo leren ze ingrijpen in de ruimte via ontwerpen en beleidsvoorstellen. Deze prospectieve dimensie onderscheidt de opleiding van een opleiding stadsgeografie of Urban Studies. De analyse en het kritisch begrip komen voort uit wetenschappelijke inzichten; tegelijkertijd is de opleiding ook praktijkgericht doordat stedelijke ruimtelijke problemen die zich in de realiteit voordoen, aangepakt worden. De opleiding heeft een belangrijke interdisciplinaire dimensie; er wordt gesteund op methodieken en theorieën uit verschillende disciplines zoals onder andere architectuur, geografie en geo-informatica.

 

Doordat de opleiding aan de VUB ingebed is in het departement Geografie bevindt ze zich in een biotoop met een sterke onderzoekstraditie op het vlak van stads- en sociale geografie. Daardoor kan ze onder andere gebruik maken van de specialistische kennis over geografische informatiesystemen. Opleidingsonderdelen als Urban Geography en Economic and Financial Geography zorgen er ook voor dat studenten kritisch nadenken over hun toekomstige positie als stedenbouwkundige en hun rol in relatie tot maatschappelijke uitdagingen. Verder onderscheidt de opleiding zich door haar sterke band met Brussel. De stad wordt als labo gebruikt waarin studenten leren nadenken over het vormgeven van de ruimte. Om de twee jaar wordt een excursie in Brussel en de wijdere regio georganiseerd, waarbij bezoeken aan verschillende plannings- en middenveldorganisaties die zich bekommeren om ruimtelijke problemen gebracht worden. Daarnaast volgen studenten een aantal lessen op een centrale locatie in de stad in het kader van weKONEKT (een project waarmee de VUB en ULB de banden met Brussel willen versterken) en trekken ze de stad in om geziene leerstof in de realiteit te bekijken. Een derde kenmerk specifiek voor de VUB-opleiding is dat het programma organisatorisch afgestemd is op een werkstudentenpubliek. Aan de hand van een benchmarking zal de opleidingsraad zich nog duidelijker profileren ten opzichte van interne opleidingen zoals de Master in Urban Studies en externe gelijkaardige opleidingen.

In de opleidingsspecifieke leerresultaten beschrijft de opleidingsraad welke kennis en inzichten afgestudeerden moeten bezitten en welke vaardigheden en attitudes zij moeten beheersen. De leerresultaten van de master stedenbouw en ruimtelijke planning sluiten aan bij de niveaudescriptoren zoals beschreven in de Vlaamse Kwalificatiestructuur, artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs en de vijf pijlers van de VUB-visie op onderwijs. Ook voldoen de opleidingsspecifieke leerresultaten aan de domeinspecifieke leerresultaten.

via de keuze voor bepaalde werkvormen worden de verschillende achtergronden van de studenten benut

Curriculum

De opleiding bestaat uit 120 ECTS-credits. Omdat het onderwijs voornamelijk aangeboden wordt via avond- en zaterdagonderwijs voor de grote groep werkstudenten, werden deze 120 credits opgedeeld in drie deeltrajecten. Normaal gezien wordt een deeltraject per jaar afgewerkt. Studenten kunnen via een aangepaste roostering het traject ook in twee jaar afronden; de opleidingsraad onderzoekt momenteel of dit voltijds traject geformaliseerd kan worden.

Het programma is opgebouwd rond 4 leerlijnen: (1) Interactie tussen ruimte en maatschappij, (2) Ontwerpondersteunend, (3) Ontwerp en (4) Planvormen en planningsinstrumenten. Naast de opleidingsonderdelen die in deze leerlijnen passen, zijn er ook nog twee excursies, keuzeopleidingsonderdelen en de masterproef.

Het programma werd met de academisering in 2012 hervormd. Hierdoor kunnen ook opleidingsonderdelen uit de geografie-, Urban Studies en architectuuropleiding gevolgd worden en is het keuzeaanbod groter geworden. Daarnaast werden de opleidingsonderdelen over ruimtelijke planning en landschap meer academisch ingevuld en werd het ontwerponderwijs in het eerste en tweede jaar gedifferentieerd, waarbij in het tweede jaar veel diepgaander onderzoek rond specifieke thema’s verwacht wordt. Het concept en de verwachtingen van de masterproef werden scherper gesteld en het masterproefseminarie werd versterkt. Er werden recent ook twee nieuwe opleidingsonderdelen in het programma opgenomen (namelijk Mobiliteitsplanning en Wonen) en het pakket keuzeopleidingsonderdelen werd uitgebreid. De opleidingsraad plant het aangeboden onderwijs sterker te linken aan het onderzoek dat in de vakgroep gebeurt, deze trend is al ingezet in een aantal nieuwe en huidige opleidingsonderdelen. Volgens de opleidingsraad zouden thema’s als duurzaamheid, transitie en commons, die nu sterk aanwezig zijn in het onderzoek, nog sterker uitgebouwd kunnen worden in de opleiding.

Het schakelprogramma is een vrij generiek programma dat de nadruk legt op kennis van sociale en economische wetenschappen en onderzoeksmethoden. Keuzeopleidingsonderdelen zullen in de toekomst explicieter worden aangeraden op basis van de achtergrond van de studenten. Ontwerpvaardigheden worden in deeltrajecten 1 en 2 aangeleerd - en niet in het schakelprogramma - omdat ook studenten die rechtstreeks toegang hebben tot de master (bv. met een bachelor geografie) deze niet altijd al verworven hebben. Vaardigheden als surveytechnieken, technieken van veldonderzoek en het maken van een ruimtelijk ontwerp komen aan bod in het eerste deeltraject. In het tweede deeltraject is de link met de planningscontext en het ruimtelijk beleid sterker en stijgt ook de complexiteit van de vragen. Er worden linken gelegd met andere opleidingsonderdelen en studenten moeten de concepten kunnen toepassen. Studenten worden bovendien niet enkel geconfronteerd met ontwerpvragen, maar ook met de connectie tussen sociale, socio-economische en ruimtelijke vragen. Zo werd in academiejaar 2017-2018 bijvoorbeeld gewerkt rond de productieve stad, waarbij een link gemaakt werd met lopende processen en activiteiten in Brussel. Een aantal Brusselse instellingen werden hier actief bij betrokken.

Via de keuze voor bepaalde werkvormen worden de verschillende achtergronden van de studenten benut. Hierbij gaat het zowel om het binnenbrengen van de professionele wereld in de opleiding als het stimuleren van peer learning door groepen op basis van achtergronden en vaardigheden zodanig samen te stellen dat studenten van elkaar kunnen leren. De gehanteerde werkvormen in de opleiding zijn ook afgestemd op de populatie werkstudenten. De opleidingsonderdelen die overdag gedoceerd worden zijn via lesopnames online te volgen. Er wordt daarnaast relatief veel zelfstudie verwacht. Opleidingsonderdelen die aanleunen bij klassieke hoorcolleges worden vaak aangevuld met leespakketten die op eigen ritme verwerkt kunnen worden en opdrachten die op eigen ritme georganiseerd kunnen worden. In verschillende opleidingsonderdelen worden ook discussieseminaries georganiseerd. De opleidingsraad merkt dat er een verschil is tussen de noden van werkstudenten en van reguliere studenten. Werkstudenten zijn vooral op zoek naar praktische vaardigheden die ze meteen kunnen inzetten. Reguliere studenten zijn dan weer meer op zoek naar theoretische kennis. De opleidingsraad zoekt een balans tussen beide en probeert in een academische setting ook technische kennis en vaardigheden aan te leren. Studenten appreciëren de combinatie van theorie en praktijk in de opleiding.

De opleidingsraad beschikt over een opleidingsmatrix. Met behulp van dit instrument worden de opleidingsonderdelen van de opleiding gekoppeld aan de opleidingsspecifieke leerresultaten, de werk- en de evaluatievormen.

Evaluatiebeleid

In 2016-2017 werd een document met opleidingsspecifieke richtlijnen rond evalueren opgesteld. Er zijn richtlijnen en een beoordelingsformulier voor de masterproef aanwezig. Uit de opleidingsmatrix blijkt dat er een variatie aan evaluatievormen gehanteerd wordt. De evaluatievormen werkstuk maken en presenteren komen het vaakst aan bod. In de meeste opleidingsonderdelen worden deze werkstukken en presentaties ook formatief geëvalueerd.

Tevredenheid studenten

In de studentenfeedback beoordelen de studenten hun onderwijs. Hieronder worden de resultaten weergegeven voor de laatste twee semesters waarvoor resultaten beschikbaar waren bij het opstellen van dit rapport.

Master stedenbouw en ruimtelijke planning

 

de studenten stedenbouw en ruimtelijke planning zijn tevreden over het onderwijs

 

Deelname:

2017-2018 semester 2: 35% (21/60)
2018-2019 semester 1: 33,93% (19/56)

De resultaten van de studentenfeedback laten zien dat de studenten stedenbouw en ruimtelijke planning tevreden zijn over het onderwijs.

de lessen worden op een boeiende manier gedoceerd en er is ruimte voor participatie

Docenten

Het onderwijzend personeel bestaat uit 2,95 VTE zelfstandig academisch personeel (ZAP), 0,2 VTE gastdocenten, 0,4 VTE praktijkassistenten, 0,25 VTE postdoctorale mandaten en 2 VTE overig academisch personeel. Door het beperkte ZAP-kader hebben docenten een zware onderwijsbelasting; de opleiding steunt gedeeltelijk op deeltijdse praktijkassistenten en gastdocenten.

Sinds het najaar van 2015 moet het ZAP beantwoorden aan de vereisten die beschreven worden in de competentietoets. Studenten vinden dat de lessen over het algemeen op een boeiende manier gedoceerd worden en dat er ruimte is voor participatie. Bij het aantrekken van nieuwe docenten wordt door de opleidingsraad rekening gehouden met praktijkervaring en het genderevenwicht in het docentenkorps.

de docenten zijn zeer aanspreekbaar

Voorzieningen en studiebegeleiding

Studenten zijn tevreden over de begeleiding die ze krijgen in de opleiding. De docenten zijn zeer aanspreekbaar. In het kader van weKONEKT.brussels (zie ook Leerresultaten en profilering) organiseert de opleidingsraad lessen in het centrum van Brussel, wat zeker voor een opleiding stedenbouw en ruimtelijke planning een meerwaarde is.

de opleiding heeft een relatief stabiele instroom van gemotiveerde studenten

Instroom

De studentenaantallen schommelen sinds 2013-2014 tot 2017-2018 tussen de 62 en 76. In 2017-2018 waren 62 studenten ingeschreven. De studenten in de opleiding zijn voor de meerderheid, maar niet uitsluitend, werkstudenten. Sinds 2010 hebben zich (op het moment van de kwaliteitsbeoordeling) 44 studenten met een professionele bachelor (via een schakelprogramma) ingeschreven voor de opleiding, 18 studenten met een academische bachelor en 67 studenten met een masterdiploma.

De opleiding is gericht op een specifiek publiek met blijvende vraag en heeft een relatief stabiele instroom van gemotiveerde studenten. De opleidingsraad is echter van mening dat onder andere de Brusselse markt nog niet ten volle benut wordt, en wil het hele onderwijsportfolio binnen de vakgroep – naast de opleiding stedenbouw en ruimtelijke planning ook de Erasmus Mundus Master in Urban Studies '4Cities' en de residentiële Master in Urban Studies – meer onder de aandacht brengen. Daarom zal de opleidingsraad de samenwerking met Brussel nog versterken en meer inzetten op het uitwerken van samenwerkingsverbanden met andere opleidingen. Het meer uitspelen van de locatie in Brussel als troef voor (internationale) rekrutering wordt als een opportuniteit gezien, alsook het verbeteren van de instroom uit de VUB-bacheloropleidingen.

Studiesucces

In de academiejaren 2012-2013 tot 2016-2017 bedroeg het studierendement tussen de 84.2% en 72.7%. In 2016-2017 was dit 72.7%. Hoewel dit lager is dan het VUB-gemiddelde van masteropleidingen (85,4%) en het gemiddelde van de masteropleidingen stedenbouw in Vlaanderen (84,9%), is het gelijkaardig aan het gemiddelde studierendement van werkstudenten in een masteropleiding aan de VUB (70,59%).  

Studenten doorlopen doorgaans vrij vlot de eerste twee deeltrajecten. De opleidingsraad heeft verschillende redenen geïdentificeerd waarom het studiesucces lager ligt in het derde deeltraject: er zijn minder contactmomenten, studenten moeten zelf deadlines stellen, de job zorgt er - in combinatie met de vorige factoren - voor dat er minder tijd aan de studie besteed wordt en sommige studenten missen de redactionele onderzoeks- en rapporteringsvaardigheden om de masterproef tot een goed einde te brengen. Dat laatste is vooral het geval bij studenten met een professionele bachelor. Om dit te remediëren werd het opleidingsonderdeel Onderzoekspaper stedenbouw en ruimtelijke planning opgenomen in het schakelprogramma.

De opleidingsraad overweegt verschillende acties om ervoor te zorgen dat studenten de masterproef binnen een redelijke termijn afwerken. Onder andere (a) het vervroegen van de opstart van de masterproef, (b) het aanbieden van meer opleidingsonderdelen in deeltraject 3 om ervoor te zorgen dat studenten ook het laatste jaar meer op de campus zijn en (c) het verbinden van meer contactonderwijs aan de masterproef zodat studenten op de campus aan hun masterproef moeten komen werken zullen overwogen worden. Momenteel zijn er al een aantal contactmomenten (onder de vorm van een schrijfopdracht, feedbacksessie op de schrijfopdracht en workshops), maar ook hier haken studenten – vaak omwille van professionele activiteiten - af. De opleidingsraad vermoedt dat de begeleiding van de masterproef geïntensiveerd zal moeten worden. Daarnaast overweegt de opleidingsraad om via aangepaste roostering een vierjarig traject aan te bieden, om de haalbaarheid van het programma voor werkstudenten te vergroten.

het toenemend maatschappelijk belang van ruimtelijke/stedelijke uitdagingen en nieuwe ruimtelijke uitdagingen zorgen ervoor dat beroepsmogelijkheden nog vergroten

Uitstroom, alumni en relatie met het werkveld

In 2016-2017 behaalden 11 studenten hun diploma. In 2014-2015 en 2015-2016 waren dit respectievelijk 15 en 12 studenten. Afgestudeerden kunnen onder andere ontwerper, ruimtelijk planner, stedenbouwkundig ambtenaar, staf- en beleidsmedewerker, coach van ruimtelijke participatieprocessen en onderzoeker worden. Het toenemend maatschappelijk belang van ruimtelijke/stedelijke uitdagingen (zoals milieu, mobiliteit en open ruimte) en de nieuwe ruimtelijke uitdagingen (zoals deeleconomie, commons en productie in de stad) zorgen ervoor dat het maatschappelijk veld verbreedt en de beroepsmogelijkheden nog vergroten. Daartegenover staat dat de diplomavoorwaarden voor stedenbouwkundig ambtenaar verdwijnen. Dit laatste lijkt de opleidingsraad echter geen grote bedreiging omdat er voldoende andere beroepsuitwegen zijn en omdat besturen toch nog steeds goed opgeleide stedenbouwkundigen willen. De opleidingsraad plant de studenten meer te informeren over hun beroepsmogelijkheden.

De opleidingsraad heeft er bewust voor gekozen om d.m.v. docenten die ook in de praktijk staan een belangrijke link met de praktijk te behouden na de academisering. Dit zorgt ervoor dat de opleidingsraad een goed zicht heeft op waar de studenten achteraf terechtkomen en voeling heeft met het werkveld. Hierdoor weet hij onder andere dat multidisciplinariteit, stakeholder management en participatie heel belangrijk zijn in het huidige werkveld. Vanaf 2020-2021 wordt een stage als keuzeopleidingsonderdeel in het curriculum aangeboden.

Internationalisering

Sinds 2012 is de aandacht voor de internationalisering van het curriculum versterkt. Het aantal Erasmusakkoorden werd uitgebreid en er zijn synergieën met de internationale Engelstalige opleidingen Geography en Urban Studies, waardoor studenten in sommige opleidingsonderdelen in een internationale groep les krijgen en verschillende opleidingsonderdelen in het Engels volgen. Daarnaast werd International Workshop ingevoerd als opleidingsonderdeel (van 3 of 6 ECTS credits). Studenten kunnen een deelname aan internationale workshops, masterclasses of summer schools, na toelating van de titularis en voorzitter van de opleidingsraad, valoriseren in het curriculum. Ten slotte werd er een vijfdaagse verplichte buitenlandse excursie ingevoerd in het programma.

Een sterkte van de opleiding is dat ze Brussel als biotoop heeft voor onderzoek, ontwerpstudio’s, workshops en excursies. De opleidingsraad zou graag (nog) meer studenten uit Brussel rekruteren (zie ook Instroom). Hiervoor zou meer samengewerkt kunnen worden met de ULB. De opleidingsraad zal daarnaast onderzoeken of een keuzeopleidingsonderdeel Frans is het curriculum kan worden opgenomen.

Communicatie

De opleidingsraad is bezig met het afstemmen van de verschillende communicatiekanalen. Wanneer zwaar bronmateriaal niet via het gebruikelijke leerplatform CANVAS beschikbaar gesteld kan worden wegens een gebrek aan ruimte, zal er op CANVAS steeds een koppeling gemaakt worden naar de ruimte waarop dit materiaal raadpleegbaar is.

de opleidingsraad functioneert goed en heeft een goed zicht op de sterktes en verbeterpunten van de opleiding

Werking opleidingsraad

De opleidingsraad bevordert en bewaakt de kwaliteit van de opleiding(en). De opleidingsraad tekent de visie uit en formuleert onder meer voorstellen over de inhoud, de vorm, de samenhang en de studeerbaarheid van de programma’s.

De opleidingsraad bestaat uit vertegenwoordigers van het zelfstandig academisch personeel, overig academisch personeel, alumni, werkveld en studenten. De opleidingsraad stedenbouw en ruimtelijke planning functioneert goed. Alle relevante kwaliteitszorgthema’s komen aan bod en de opleidingsraad heeft een goed zicht op de sterktes en verbeterpunten van de opleiding. De studenten kennen de opleidingsraad en kunnen binnen dit forum problemen aankaarten.

---------------------------------------------------

Dit rapport is gebaseerd op de resultaten van een kwaliteitsbeoordeling, die plaatsvond op 25 mei 2018.  Hierbij waren vertegenwoordigers van de opleidingsraad aanwezig, inclusief studenten, naast interne en externe peers en experten.

Tekst goedgekeurd door de Academische Raad op 16 december 2019.