logo

Onderwijskwaliteit aan de VUB

Aan de Vrije Universiteit Brussel hechten wij veel belang aan de kwaliteit van ons onderwijs. Wij werken dan ook permanent aan een verdere ontwikkeling en verbetering van de onderwijskwaliteit. Dat gebeurt in de eerste plaats door onze lesgevers - de docenten en assistenten - in de opleidingsraden. Zij doen dat samen en in overleg met de studenten, alumni, vertegenwoordigers uit het werkveld, externe peers en experten.

Op deze pagina's vind je informatie over onze onderwijsvisie en -principes, de kwaliteit van onze opleidingen, de kwaliteitscyclus, de instrumenten die we inzetten om de kwaliteit te steunen en bij wie je terecht kan voor advies en ondersteuning.

 

Kwaliteitscyclus

De volgende ronde van de kwaliteitscyclus gaat in vanaf academiejaar 2021-2022 en is gekenmerkt door volgende bouwstenen:

Centraal staat het driejaarlijkse strategieplan. Het fungeert als ruggengraat voor een planmatig beheer en een toekomstgerichte beleidsvoering van opleidingen. Hierin formuleert de opleiding haar langere termijn doelstellingen en identificeert ze een beperkt aantal prioritaire werven. De opleiding kan hierbij ook expliciet aangeven hoe ze inspeelt op het centrale of facultaire onderwijsbeleid. 

De faculteiten zijn verantwoordelijk voor de continue monitoring van het strategieplan. Vanuit de centrale organen wordt het strategieplan driejaarlijks getoetst. Intern via het opvolggesprek, extern via de peer review. De volgorde bij de opstart van de cyclus (eerst intern opvolggesprek of eerst peer review) zal afhankelijk zijn van de kalender.

Tijdens de peer review (zesjaarlijks) staat de bespreking, monitoring en eventuele bijsturing van het strategieplan centraal. De opleiding gaat in gesprek met interne peers en externe experts om inhoudelijke feedback te krijgen op de profilering, het programma en het eindniveau van de opleiding. De uitkomst van de peer review is geen oordeel, maar neemt de vorm aan van een rapport met aanbevelingen. Op basis van deze input werkt de opleiding haar strategieplan bij.

De Kwaliteitsraad Onderwijs neemt 6 maanden na de Peer Review in hoofde van het instellingsbestuur een formeel besluit over de kwaliteit en de werking van een opleiding. Dit besluit vormt het sluitstuk van de kwaliteitscyclus en geeft de mate van vertrouwen aan in het beleidsvoerend vermogen van de opleiding. Een formeel borgingsbesluit kan drie vormen aannemen: ‘Goed’, ‘Voldoet met aanbevelingen’ of ‘Onvoldoende’.

Tussen 2 peer reviews in, wordt de voortgang van het strategieplan besproken tijdens een intern opvolggesprek met de vicerector Onderwijs en Studentenzaken (OS). Hierbij gaat de focus naar thema’s uit het centrale beleid, alsook naar de adequaatheid van de ondersteuning vanuit OS. Het opvolggesprek mondt uit in een aantal bilaterale afspraken rond de verdere ondersteuning en de eventuele bijsturing van het strategieplan. Op elk moment in de kwaliteitscyclus is er ondersteuning beschikbaar door Onderwijs & Studentenzaken op maat van het strategieplan en de noden van de opleiding. Die ondersteuning zal zoveel mogelijk gebeuren vanuit een interdisciplinair perspectief waarbij kwaliteitszorginstrumenten (focusgesprek, benchmarking, werkveldbevraging,…) en initiatieven vanuit onderwijsprofessionalisering en -innovatie gebundeld worden ingezet.

Naast transparant over het kwaliteitszorgsysteem is de VUB ook transparant over de kwaliteit van haar opleidingen en publiceert hierover voor elke opleiding Publieke Informatie.

Driejaarlijks Strategieplan


De kern van de kwaliteitszorgcyclus

Strategieplan

Peer Review


Zesjaarlijkse bespreking, monitoring en eventuele bijsturing van het strategieplan

Peer review

Kwaliteitsraad Onderwijs


Formeel advies over de kwaliteit van de opleiding

Kwaliteitsraad Onderwijs

Intern Opvolggesprek


Intern gesprek met vicerector Onderwijs en Studentenzaken en bilaterale afspraken

Opvolggesprek

Planning per opleiding

Kalender in opmaak (coming soon)
Transparantie over de kwaliteit van elke opleiding

Wat is de Publieke Informatie?

De informatie over onze onderwijskwaliteit is publiek toegankelijk. Alle relevante informatie wordt in deze pagina's verzameld om een helder beeld te geven van hoe de kwaliteit wordt gegarandeerd en opgevolgd.

Daarnaast beschikt elke opleiding apart over publiek toegankelijke informatie die de kwaliteit van de opleiding weergeeft. Dit noemen we de 'publieke informatie'. Deze informatiefiche bevat beknopte beschrijvingen van de sterktes van de opleiding en maakt melding van prioritaire acties en ontwikkelkansen.

 

Publieke informatie van de opleiding

Concreet vind je volgende gegevens in de fiche terug:

  • de publicatiedatum of datum van laatste update van de informatie
  • een tijdslijn die aangeeft waar de opleiding zich in de VUB-kwaliteitscyclus bevindt op het moment van publicatie: datum laatste peer review/externe visitatie, datum laatste focusgesprek met studenten, datum laatste benchmark, datum laatste werkveldbevraging, datum eerstvolgende peer review/externe visitatie
  • een link naar de website Onderwijskwaliteitszorg waar meer informatie over de VUB  kwaliteitscyclus te vinden is 
  • een link naar de overheidswebsite ‘opleiding in cijfers’, waar kwantitatieve data te vinden is over de opleiding
  • een beknopte beschrijving van de sterktes van de opleiding
  • een beknopte beschrijving van de ontwikkelkansen van de opleiding
  • een beknopte beschrijving van prioritaire actiepunten waar de opleiding aan (zal) werk(t/en).

Waar is de publieke informatie te vinden?

De publieke informatie fiche is te vinden via de opleidingspagina van de desbetreffende opleiding. Onderaan de opleidingspagina staat een vakje met titel 'Onderwijskwaliteit'. De knoppen hieronder leiden je naar de lijst van opleidingen.

Bacheloropleidingen


op de pagina van de desbetreffende opleiding, via het blokje ‘Onderwijskwaliteit’

Vind de bachelors hier

Masteropleidingen


op de pagina van de desbetreffende opleiding, via het blokje ‘Onderwijskwaliteit’

Vind de masters hier

Master-na-masteropleidingen


op de pagina van de desbetreffende opleiding, via het blokje ‘Onderwijskwaliteit’

Vind de manama's hier

Waarom?

Het Vlaamse Kwaliteitszorgstelsel voor het hoger onderwijs kent een cruciale plaats toe aan de informatie over de kwaliteit van het onderwijs die publiek moet worden gemaakt. Universiteiten en hogescholen krijgen meer dan voorheen de autonomie om zelf de kwaliteit van de eigen opleidingen te borgen, maar daar staat een duidelijke verantwoordingsplicht tegenover: elke instelling is decretaal verplicht om transparant te zijn over de kwaliteit van haar opleidingen. Per opleiding moet voldoende en correcte informatie over de onderwijskwaliteit publiek beschikbaar worden gesteld. In de woorden van de Memorie van Toelichting bij het kwaliteitszorgdecreet:

“Transparantie binnen het stelsel en naar de bredere samenleving vormt een essen­tieel onderdeel van het kwaliteitszorgstelsel. De verplichting voor instellingen om informatie over de kwaliteit van opleidingen publiek te maken, is één van de kwa­liteitskenmerken. Het publiek maken van informatie zal dus ook telkens aan een beoordeling onderhevig zijn in het nieuwe systeem.”

 

Hoe komt de publieke informatie tot stand?

De publieke informatie wordt opgemaakt van zodra het rapport van een peer review of een externe visitatiecommissie beschikbaar is. De opmaak gebeurt vanaf september 2021 volgens dit stappenplan:

  1. De kwaliteitszorgmedewerker maakt een eerste ontwerp op.
  2. Het ontwerp wordt door de kwaliteitszorgmedewerker aan de opleidingsraad bezorgd uiterlijk drie werkweken na het finaliseren van het rapport van de peer review / van de externe visitatiecommissie.
  3. De opleidingsraad bespreekt en finaliseert het ontwerp voor publieke informatie en bezorgt het  (als onderdeel van het opleidingsdossier) aan de Kwaliteitsraad Onderwijs (KRO).
  4. De Kwaliteitsraad Onderwijs bespreekt en finaliseert een definitieve versie van de publieke informatie en bezorgt de definitieve tekst aan de Academische Raad.
  5. De Academische Raad bekrachtigt de tekst en laat de publieke informatie publiceren door OS.

De publieke informatie wordt standaard geüpdatet na drie jaar, op basis van het tussentijds opvolgingsgesprek tussen OS en de opleiding. Opleidingen kunnen daarnaast ook op eigen initiatief een verzoek tot het updaten van de publieke informatie aanvragen bij de KRO. Deze aanvraag bestaat uit een beknopte maar gemotiveerde toelichting bij de gevraagde wijziging. De KRO neemt op basis daarvan een beslissing tot aanpassing die door Academische Raad wordt bekrachtigd.

Navolgbare informatie

Op welke bronnen is de informatie gebaseerd?

De toon van de tekst is constructief. De vermelde sterktes, ontwikkelkansen en actiepunten zijn navolgbaar terug te leiden tot minstens één van de volgende bronnen:

  • de vorige publieke informatie
  • het rapport van de peer review en de eventuele bespreking daarvan tijdens de opleidingsraad;
  • de SWOT analyse die de opleiding maakte in voorbereiding op de peer review;
  • de resultaten uit de studentenfeedback en/of het recentste focusgesprek met studenten en de eventuele bespreking daarvan tijdens de opleidingsraad;
  • de resultaten uit de recentste benchmarking, werkveldbevraging en/of alumni-enquête en de eventuele bespreking daarvan tijdens de opleidingsraad;
  • verslagen van de opleidingsraad;
  • het ontwerp strategieplan van de opleiding.

Instrumenten voor Kwaliteitszorg

Op elk moment in de kwaliteitscyclus is er ondersteuning beschikbaar door Onderwijs & Studentenzaken op maat van het strategieplan en de noden van de opleiding. Die ondersteuning zal zoveel mogelijk gebeuren vanuit een interdisciplinair perspectief waarbij kwaliteitszorginstrumenten en initiatieven vanuit onderwijsprofessionalisering en -innovatie gebundeld worden ingezet.

Inzetbare tools

Volgende kwaliteitszorginstrumenten worden aangeboden, met ondersteuning:

Factsheet

Opleidingsmatrix

Studentenfeedback

Focusgesprek

Alumnibevraging

Werkveldbevraging

Benchmarking

 

Alle instrumenten op één plek


Vind ze hier

ondersteuning en begeleiding

Onderwijs & Studentenzaken biedt verschillende vormen van ondersteuning en begeleiding aan, zowel gericht op opleidingsraden als op individuele docenten.

Ondersteuning voor opleidingen

De ondersteuning voor opleidingen wordt in de logica van de kwaliteitszorgcyclus zo veel mogelijk op maat geboden. Dit is de oranje binnenste cirkel van de cyclus. Opleidingsraden kunnen een beroep doen op de kwaliteitszorgmedewerkers voor onderwijskundige begeleiding en ondersteuning bij de kwaliteitszorgprocessen en -instrumenten. Doordat zij, net als de studietrajectbegeleiders, met raadgevende stem lid zijn van de opleidingsraad vormen zij een verbinding tussen de opleidingsraden en Onderwijs & Studentenzaken (OS). Voor advies en richtlijnen over tal van onderwerpen kunnen opleidingen ook terugvallen op de informatiedocumenten opgesteld door OS, die terug te vinden zijn op de interne kanalen.

Daarnaast is OS momenteel volop de eigen expertise aan het uitbreiden om opleidingen gerichter te kunnen bijstaan bij curriculumontwerp en -hervorming.

Ondersteuning voor docenten

Voor startende lesgevers hebben we een startpakket samengesteld boordevol informatie en tips and tricks over onderwijs aan de VUB. Verder kunnen lesgevers informatie vinden over het opstellen van leerresultaten voor hun opleidingsonderdeel, het evalueren in hoeverre studenten deze leerresultaten bereiken en verschillende werkvormen om tot die leerresultaten te komen. Om dit allemaal (de leerresultaten, evaluatievormen en werkvormen) een logisch geheel te laten vormen, is afstemming - oftewel congruentie - nodig.

Andere topics zijn o.a. blended learning, gedifferentieerd lesgeven, groepswerk, hoe studentenfeedback opvolgen en hoe lessen interactiever maken. Voor extra achtergrondinformatie over lesgeven in het algemeen hebben we ook heel wat boekentips.

Trainingsaanbod

Via onze onderwijsprofessionaliseringsactiviteiten willen we actief bijdragen aan het reflectie- en optimaliseringsproces van elke lesgever. Het aanbod bestaat uit trainingen en infosessies, een onderwijsprofessionaliseringstraject voor docenten en een aanbod specifiek voor het Assisterend Academisch Personeel (AAP) en Wetenschappelijk en Pedagogisch Personeel (WPP) met een onderwijsopdracht, de onderwijstraining voor assistenten. Inhoudelijk bestrijkt het aanbod onder meer diverse didactische thema’s, het gebruik van onderwijsmedia en -technologie, en veeleer beleidsmatige onderwerpen. Het actuele aanbod is via de interne kanalen terug te vinden via Onderwijsprofessionalisering en VUB LRN.

Onderwijsinnovatie

De Vrije Universiteit Brussel werkt voortdurend aan de optimalisatie van haar onderwijs, onder andere door volop in te zetten op onderwijsvernieuwing. We stimuleren en faciliteren vernieuwing via de financiële ondersteuning van onderwijsvernieuwingsprojecten (OVP), via de uitbreiding van het aanbod aan technologische mogelijkheden en door de infrastructuur van onze onderwijsruimtes te verbeteren. Ook de professionalisering van onze docenten staat centraal.

Meer weten? Ga naar de interne pagina's van Onderwijsinnovatie.

Visie & Beleidskaders

Hierna volgen enkele thema’s die nauw samenhangen met kwaliteitsvol onderwijs. De richtlijnen hieronder zijn bedoeld om opleidingsraden en docenten te ondersteunen in respectievelijk het formuleren van opleidingsspecifieke leerresultaten, het uitwerken van een evaluatiebeleid, het optimaliseren van het studiesucces, het internationaliseren van het curriculum, en het ontwikkelen van een opleidingsspecifieke visie en bijbehorend beleid rond studiemateriaal.

Kennis, inzicht, vaardigheden, attitudes en competenties

Opleidingsspecifieke leerresultaten

Opleidingsspecifieke leerresultaten beschrijven de kennis, het inzicht, de vaardigheden, attitudes en competenties die een student dient te beheersen na het afronden van de opleiding. Deze leerresultaten zijn helder en vanuit de student geformuleerd. Zij expliciteren de visie van de opleiding op het beoogde eindniveau van de student en zijn daarmee sturend voor de onderwijspraktijk en voor de opbouw van het curriculum. De leerresultaten vormen een belangrijk onderdeel van de communicatie met studenten, en dragen ook bij tot transparantie ten opzichte van andere belanghebbenden (in het bijzonder het werkveld) en externen. 

Onderwijs & Studentenzaken biedt ondersteuning bij het opstellen en herwerken van opleidingsspecifieke leerresultaten. De kwaliteitszorgmedewerkers kunnen opleidingsraden hierin begeleiden, bovendien is er een informatiedocument met gedetailleerde richtlijnen opgesteld (aangevuld met een document over het formuleren van leerresultaten op het niveau van opleidingsonderdelen).

De opleidingsspecifieke leerresultaten worden – op voorstel van de opleidingsraad en het bevoegde facultaire orgaan – goedgekeurd door de Onderwijsraad. Verder wordt door middel van de instellingsbrede analyse en de kwaliteitsbeoordeling bewaakt of opleidingen rekening hebben gehouden met de bovenstaande criteria. Volgens de kwaliteitscyclus bekijken opleidingsraden om de vier jaar of de leerresultaten moeten worden geüpdatet.

Een goed evaluatiebeleid is bevorderlijk voor het studierendement.

Evalueren

Evalueren vormt een integraal onderdeel van de onderwijspraktijk: het wordt gebruikt om na te gaan in welke mate de studenten de beoogde leerresultaten hebben bereikt en om meer inzicht te krijgen in het verloop van het leerproces. Zowel voor de studenten als de docenten is het van belang dat de evaluatie met zorg wordt ontworpen en uitgevoerd. Een goed evaluatiebeleid is bevorderlijk voor het studierendement. In het kader van de kwaliteitszorg is het noodzakelijk dat opleidingsraden een duidelijk evaluatiebeleid voeren. Onze instelling moet immers kunnen garanderen dat studenten de beoogde leerresultaten hebben bereikt wanneer ze hun diploma behalen. De principes van de visie op evalueren die we hanteren gelden zowel op het niveau van de opleiding als op het niveau van de afzonderlijke opleidingsonderdelen. Beide niveaus moeten goed op elkaar zijn afgestemd.

Voor de opleidingsraden geldt dat ze minstens 1x per jaar overleggen over de evaluatievormen, examenvragen en beoordelingsroosters en erop toezien dat de evaluatievormen op de opleidingsspecieke leerresulaten en de werkvormen zijn afgestemd aan de hand van de opleidingsmatrix (congruentie). De opleidingsraad vraagt al haar docenten duidelijk te communiceren aan studenten over de gehanteerde evaluatievormen (via de OO-fiches). De opleidingsraad stelt opleidingsspecifieke richtlijnen voor evalueren op. Ze bevatten generieke afspraken over de verschillende gehanteerde evaluatievormen en afspraken. Indien van toepassing beschikt de opleidingsraad over richtlijnen voor respectievelijk de bachelorproef, de masterproef en de stage. De richtlijnen en het beoordelingsformulier worden ter beschikking gesteld van de studenten en een informatiesessie wordt georganiseerd.

Onderwijs & Studentenzaken biedt via de kwaliteitszorgmedewerkers en de onderwijskundig adviseurs diverse vormen van ondersteuning aan, die de vorm aanneemt van trainingen, individuele begeleiding of informatiedocumenten. Verder stelt Onderwijs & Studentenzaken een template voor de opleidingsmatrix ter beschikking en biedt het ondersteuning bij de verwerking van meerkeuzetoetsen.

Via de kwaliteitszorgprocessen, in het bijzonder de peer reviews en de instellingsbrede analyse, wordt het evaluatiebeleid bewaakt. Conform de kwaliteitscyclus monitoren de opleidingen elke drie jaar hun evaluatiebeleid.

Studiesucces

Aan de Vrije Universiteit Brussel heerst een cultuur waarbij alle betrokkenen bij onderwijs - docenten, assistenten, administratie, begeleiders - het studiesucces van de studenten als een prioriteit zien. Daarbij krijgen de studenten maximaal kansen om succesvol te zijn en worden zij aangemoedigd om binnen een redelijke termijn af te studeren. Alle instromende studenten krijgen correcte en duidelijke informatie over de vereiste startcompetenties en kunnen een beroep doen op professionele begeleiding bij het maken van hun studiekeuze. Door kwaliteitsvol en vernieuwend onderwijs worden de studenten maximaal geactiveerd en worden ze aangemoedigd om hun studietraject optimaal te doorlopen. Het studiesucces wordt gemonitord, rond pijnpunten worden specifieke acties opgezet, met bijzondere aandacht voor risicogroepen. Tijdens de volledige studieloopbaan wordt ingezet op een professionele studiebegeleiding en op bewaking van de studievoortgang. Tegelijk met deze begeleiding wordt de student geresponsabiliseerd om de verantwoordelijkheid te nemen over zijn of haar studievoortgang en om de nodige studie-inspanningen te leveren.

De visie op studiesucces wordt concreet vertaald in een beleid dat zowel bestaat uit centrale initiatieven als uit initiatieven op het niveau van de opleidingsraden en docenten, zoals: 

  • Instellingsbrede analyse, Studievoortgangsbewaking, Studiekeuzebegeleiding, Specifieke begeleiding voor internationale studenten, Tutoring, Kwaliteitszorg
  • Communicatie rond studentenwerving, Communicatie tijden de opleiding, Acties n.a.v. cijfermateriaal, Masterproef, Knelopleidingsonderdelen, Studeerbaarheid, Onderwijsprofessionalisering, Studiebegeleiding
  • Verwachtingen communiceren naar studenten, Congruentie, Activerend en formatief doceren, Gerelateerd met acties op opleidingsniveau, Studiemateriaal, Rekening houden met feedback door studenten
Mobiliteit en internationalisation @home: beide zijn nodig.

Internationalisering van het curriculum

Aan de Vrije Universiteit Brussel willen we de studenten opleiden tot wereldburgers die kunnen omgaan met de huidige en toekomstige uitdagingen in de globaliserende maatschappij. Meer dan ooit is het nodig om andere perspectieven te kunnen innemen en om positief te kunnen bijdragen aan een maatschappij waarin verschillende talen, culturen en manieren van denken met elkaar in aanraking komen. Daarom is het belangrijk dat al onze studenten internationale competenties verwerven. Dit kan via mobiliteit en via internationalisation at home (I@H), waarbij deze competenties via het thuiscurriculum verworven worden. Beide componenten zijn nodig. Door middel van mobiliteit worden studenten uit hun vertrouwde omgeving gehaald, maken ze kennis met buitenlandse studenten, docenten en onderwijssystemen en worden ze ondergedompeld in een andere cultuur. 

Op Europees niveau is bepaald dat minstens 20% van de studenten tegen 2020 15 ECTS in het buitenland verworven moet hebben of 3 maanden in het buitenland verbleven moet hebben. Vlaanderen heeft deze doelstelling bijgesteld tot 33% van de studenten die minstens 10 ECTS via mobiliteit zou moeten opnemen. Om allerlei redenen gaat echter slechts een minderheid van de studenten naar het buitenland. Onder andere voor werkstudenten is naar het buitenland gaan niet vanzelfsprekend. Om ook de niet-mobiele studenten internationale competenties te laten ontwikkelen, kunnen internationale activiteiten in het thuiscurriculum opgenomen worden. Internationalisation abroad en internationalisation @home sluiten elkaar niet uit, I@H-activiteiten kunnen studenten immers stimuleren om verder in de opleiding toch naar het buitenland te gaan. Daarnaast kunnen ervaringen van studenten in het buitenland gebruikt worden als voeding voor het thuiscurriculum.

Studiemateriaal

Studiemateriaal maakt een essentieel deel uit van een opleidingsonderdeel. De keuze van het materiaal en de onderlinge afstemming ervan binnen een opleidingsonderdeel en binnen een opleiding hebben een grote invloed op de kwaliteit van het onderwijs. Studiemateriaal bestaat uit hand-outs/presentaties, websites, handboeken en eigen syllabi, lesopnames, audiovisueel materiaal, enz. De kwaliteit van het materiaal wordt sterk bepaald door de mate waarin het de studenten ondersteunt in het bereiken van de leerresultaten. Meer informatie met betrekking tot studiemateriaal en auteursrecht is te vinden op het intranet.

Alle opleidingsraden maken opleidingsbrede afspraken rond anderstalig studiemateriaal, de studiewijzer/studiegids (Engels: syllabus) en de richtprijs voor studenten voor de aankoop van studiemateriaal per modeltraject.

De keuze van het studiemateriaal hangt nauw samen met enerzijds de leerresultaten van het opleidingsonderdeel en van de opleiding, en anderzijds de gehanteerde werkvormen. Opleidingen met een werkstudentenprogramma bekijken dit apart voor dag- en werkstudenten. Bij de bespreking van de resultaten van de studentenfeedback en de focusgesprekken met studenten, komt ook het aspect studiemateriaal aan bod. Als hieruit een signaal voortkomt, nemen docenten en opleidingen maatregelen ter optimalisatie.

contact

Kwaliteitsvol onderwijs komt tot stand dankzij de inzet van heel wat actoren, van docenten en studenten, van alumni en externe experten. Binnen Onderwijs en Studentenzaken (OS) staat ook een heel team van professionals voor je klaar.

Algemene contactadressen

Heb je vragen of opmerkingen over de onderwijskwaliteit aan de VUB of over de manier waarop de onderwijskwaliteit wordt geborgd? Neem dan contact op via één van de volgende adressen.

Op de interne kanalen zijn we hier te vinden.

Kwaliteitszorgmedewerkers

Kwaliteitszorgmedewerker RC & ES
Charlotte.Beckers@vub.be

Kwaliteitszorgmedewerker WE
Daphne.Coomans@vub.be
Kwaliteitszorgmedewerker PE & MILO
Lieze.Steensels@vub.be

Kwaliteitszorgmedewerker GF & LK
Christophe.Empsen@vub.be
KWALITEITSZORGMEDEWERKER WE & IR
MELISSA.FERRE@VUB.BE

KWALITEITSZORGMEDEWERKER LW, ES & IES
ARJEN.SCHIPPERS@VUB.BE
KWALITEITSZORGMEDEWERKER STUDENTENFEEDBACK EN ALUMNI-ENQUÊTE
WIM.VAN.GORP@VUB.BE

Secretariaatsmedewerker
Isabelle.Schodts@vub.be