logo

Kader en toepassingsgebied

Het kwaliteitszorgsysteem van de Vrije Universiteit Brussel is afgestemd op de relevante bepalingen in de Codex Hoger Onderwijs en houdt in het bijzonder rekening met de daarin opgenomen kwaliteitskenmerken (Codex Hoger Onderwijs, II.170/1). Het houdt tevens rekening met de beoordelingskaders die worden gehanteerd door de NVAO en met de European Standards and Guidelines (ESG). Het kwaliteitszorgsysteem sluit aan bij de methode van de PDCA-cirkel (Plan-Do-Check-Act).

Het Kwaliteitshandboek Onderwijs beschrijft de regie die de Vrije Universiteit Brussel voert opdat de kwaliteit van haar opleidingen geborgd wordt. Deze regie is het geheel van acties, processen, praktijken, procedures en instrumen-ten die de instelling in staat stelt de kwaliteit van de opleidingen te borgen.

Het kwaliteitszorgsysteem is complementair bij reglementen van de Vrije Universiteit Brussel die betrekking hebben op onderwijsmaterie, in het bijzonder het Onderwijs- en Examenreglement, het Centraal reglement betreffende de bestuurlijke inrichting en de werking van de faculteiten van de Vrije Universiteit Brussel, en het Reglement houdende procedures inzake curriculumbeheer. Het sluit tevens aan bij de Visie op onderwijs.

Dit kwaliteitszorgsysteem is van toepassing op alle opleidingen van de Vrije Universiteit Brussel, met uitzondering van de interuniversitaire opleidingen waarvan de kwaliteitszorg door een partnerinstelling gecoördineerd wordt.

Visie op onderwijs

Ons academisch onderwijs is gebaseerd op een mens- en maatschappijvisie waarin de fundamentele waarden van de VUB vervat zijn : vrije oordeelsvorming, sociale bewogenheid, maatschappelijk engagement, kritische vorming en verantwoordelijkheid. Ons onderwijs is erop gericht studenten te vormen met competenties op het vlak van kennis, vaardigheden, inzicht en attitudes, noodzakelijk om als verantwoordelijk onbevooroordeeld individu te functioneren in een complexe maatschappij. Voor de VUB is de maatschappelijke context het metropolitane Brussel en de 21ste eeuw. 

Redelijk eigenzinnig, engagement, wereldburgers, onderzoekend, professioneel

De 5 pijlers van de VUB visie op onderwijs

Om haar studenten het principe van “Vrij Onderzoek” en de humanistische waarden eigen te maken biedt de VUB in al haar opleidingen een kwalitatief ontwikkeltraject dat onderstaande vijf elementen bevat. Deze vijf pijlers vormen volgens de VUB de basiskenmerken die studenten nodig hebben om op een academisch niveau te kunnen functioneren in de huidige en toekomstige maatschappij.

1. Studenten ontplooien zich tot “redelijk eigenzinnige” individuen
De VUB wil dat studenten hun eigen weg leren zoeken, met een open geest en vrij van vooroordelen. Deze weg naar zelfkennis, het eigen vakgebied en de maatschappij ontstaat door creatief denken, kritisch onderzoeken en confronteren van bronnen, de stimulans en de vrijheid om initiatief te nemen, de eigen mening te uiten en reflectief om te gaan met zichzelf en gevonden oplossingen. Het doel van deze persoonlijke ontwikkeling is dat studenten zich vrij voelen om naar buiten te treden met hun eigenheden, ideeën en ambities en deze ook durven te verdedigen.
Deze persoonlijke ontwikkeling is mogelijk door de laagdrempeligheid en openheid die de VUB biedt. Dit uit zich in de aanpak van docenten, assistenten en begeleiders waarin de diversiteit in interesses en talenten van de individuele student zichtbaar wordt gemaakt.
Studenten krijgen de ruimte om zich te profileren via een grote mate van zelfstandigheid in de keuze van projecten. Met persoonlijke feedback en met een stijgende autonomie doorlopen studenten hun opleiding.

2. Studenten engageren zich voor een duurzame humanistische maatschappij
De VUB wil dat studenten zich, aansluitend op hun persoonlijke ontplooiing, vanuit humanistische waarden inzetten voor de maatschappij. Dat wil zeggen dat studenten niet enkel rekening houden met hun eigen noden, maar ook met die van anderen. Studenten moeten hun verantwoordelijkheid nemen met het oog op duurzaam maatschappelijk welzijn. Daarbij dienen zij de juiste keuzes en beslissingen te maken in functie van toekomstige generaties.
Het maatschappelijk engagement van studenten wordt aan de VUB gestimuleerd door een aanbod aan maatschappelijk relevante projecten en leeractiviteiten. Studenten worden in deze activiteiten via een doordachte opeenvolging van leertaken uitgedaagd om hun kennis en vaardigheden in te zetten met het oog op een systematische reflectie naar maatschappelijke duurzaamheid. Onder begeleiding verdiepen zij dit inzicht.

3. Studenten worden gevormd tot wereldburgers
De VUB wil studenten vormen tot wereldburgers die kunnen omgaan met de huidige en toekomstige uitdagingen in de globaliserende maatschappij. Om te reageren op steeds veranderende omstandigheden, moeten zij kunnen inspelen op complexe situaties en zich hierbij flexibel opstellen. Deze flexibiliteit kenmerkt zich door het groeiend vermogen tot kritisch en zelfstandig denken. Op die manier verwerven studenten de capaciteit om te reageren op de wereld van vandaag en morgen. Een wereld waarin verschillende talen, culturen, manieren van denken en werken met elkaar in aanraking komen.
De wereldstad Brussel is de uitgelezen plaats om te leren omgaan met een steeds veranderende globaliserende maatschappij. Studenten komen tijdens leeractiviteiten in aanraking met het internationale, meertalige en multiculturele karakter van Brussel. Het kosmopolitische, maatschappelijk gelaagde Brussel biedt hun een blik op de wereld. Deze blik dient nog verder verruimd te worden door middel van internationale uitwisseling.

4. Studenten ontwikkelen een vrije onderzoekende houding
De VUB wil dat studenten een kritische, onderzoekende houding aanleren en (waar mogelijk) toepassen op maatschappelijk relevante thema's. Hierbij hanteren zij het principe van “vrij onderzoek”: het streven naar kennis op basis van (eigen) ervaringen en rationele argumenten, vrij van invloeden van levensbeschouwelijke, politieke, filosofische of wetenschappelijke dogma's. Tegelijk leren studenten de maatschappelijke implicaties van onderzoek in te schatten en aansluitend ethisch te oordelen en te beslissen. Hierdoor zijn zij in staat een consequent onderzoekende en ethisch verantwoorde houding te ontwikkelen, ongeacht het onderzoeksthema.
Een onderzoekende houding veronderstelt dat studenten gedurende de hele opleiding uitgenodigd worden om het kennisaanbod kritisch te benaderen. Van meet af aan nemen zij in toenemende mate actief deel aan onderzoeksactiviteiten en maken zij kennis met de onderzoekscultuur in een bepaald wetenschapsdomein.

5. Studenten worden voorbereid op hun professionele loopbaan
De VUB wil dat studenten voldoende voorbereid zijn op een toekomstige loopbaan waarin zij snel verantwoordelijkheid kunnen opnemen. Studenten verwerven hiertoe, vanuit hun academische competenties, ook breed inzetbare professionele competenties. Praktische vaardigheden, communicatieve vaardigheden, een vooruitziende, ondernemende houding, kunnen samenwerken in een multidisciplinair team, probleemoplossend denken en handelen en innoveren zijn competenties die studenten zich aan de VUB eigen maken. Het beoogde doel is een zelfzekere, succesvolle start van hun loopbaan.
Deze professionele competenties worden aan de VUB verworven via een ruim aanbod aan praktijkgerichte opleidingsonderdelen en stages waarbij studenten, zelfstandig of in groep, realistische opdrachten uitvoeren. Zowel het eindresultaat van deze opdracht, als het proces om tot dit resultaat te komen wordt hierbij beoordeeld en indien nodig geremedieerd. Feedback van de docent, de medestudenten/teamleden, maar ook het beroepenveld vormt hierbij een belangrijk ontwikkelinstrument. De VUB streeft er naar zoveel mogelijk studenten een basisopleiding rond bedrijfsbeheer en ondernemerschap aan te bieden. In verschillende niet-economische opleidingen zijn bedrijfseconomische cursussen geïntegreerd. Ook kunnen de studenten de opgedane kennis via projecten in de praktijk brengen. Tenslotte worden er ook extracurriculair verschillende activiteiten ontplooid, ondermeer het aanbieden van intensive opleidingen rond technologisch ondernemen voor bepaalde doelgroepen.

Visie en kenmerken van kwaliteitsvol onderwijs

  1. Het aanbieden van onderwijs op maat van studenten
  2. Het verstrekken van onderwijs dat sterk verweven is met wetenschappelijk onderzoek.
  3. Het verstrekken van onderwijs dat er op gericht is alle studenten een internationale ervaring mee te geven. 
  4. Een performant intern kwaliteitszorgsysteem garandeert continue kwaliteitsbewaking en ondersteuning. 
  5. Het inrichten van curricula die transparant, coherent en logisch opgebouwd zijn.
  6. Het hanteren van een variatie aan (activerende) onderwijsvormen aangepast aan de leerresultaten.
  7. Het inzetten van professoren met excellente didactische en onderzoekscompetenties. 
  8. Het verstrekken van onderwijs ondersteund door een performant leerplatform en door actuele ICT-middelen (o.a. lesopnames, teleclassing), alsook door kwaliteitsvol studiemateriaal.

Meer weten over onze Visie op Onderwijs?

Lees het hier

Betrekken van alle belanghebbenden

We betrekken alle belanghebbenden in onze kwaliteitszorgprocessen. Niet alleen hebben individuele docenten een belangrijke taak in het bieden van kwaliteitsvol onderwijs, maar ook de assistenten, studenten, alumni en werkveldvertegenwoordigers spelen hierin een rol. De inbreng van studenten wordt in het bijzonder nagestreefd en op prijs gesteld. Waar relevant worden bovendien interne en externe peers betrokken.

Cruciale rol voor de opleidingsraad

Het belangrijkste forum voor de reflectie over en acties rond kwaliteitsverbetering en voor de implementatie van het facultaire en centrale onderwijsbeleid is de Opleidingsraad, waarin alle belanghebbenden worden vertegenwoordigd. Er wordt in een sfeer van openheid, vertrouwen en permanente dialoog gereflecteerd, gewerkt en overlegd. Meer over de taken van de Opleidingsraad.

Differentiatie

Bij het werken aan en het vaststellen van de kwaliteit van opleidingen wordt in de mate van het mogelijke gedifferentieerd naargelang de specificiteit van de betrokken opleidingen en opleidingsraden. In de ondersteuning die Onderwijs & Studentenzaken biedt op het vlak van kwaliteitszorg, onderwijsinnovatie en onderwijsprofessionalisering, wordt waar mogelijk op maat gewerkt. De generieke, universiteitsbrede kaders en bepalingen kunnen daarbij worden toegespitst op de aard en noden van de opleidingen, opdat kwaliteitszorg door alle betrokkenen als nuttig wordt ervaren. Differentiatie kan het gevolg zijn van specifieke noden van een opleiding of opleidingsraad, of van een risicoanalyse.

Feedback

Bij elk van de kwaliteitszorgprocessen en ‑instrumenten wordt expliciet aandacht besteed aan het geven van feedback. Daarmee werken we op een constructieve manier aan kwaliteit en verhogen we de betrokkenheid van de verschillende belanghebbenden. Wie informatie aanlevert, via bevragingen, gesprekken, plannen, enz., verneemt wat hiermee wordt gedaan en welke acties er eventueel worden ondernomen.

Verantwoordelijkheden

Kwaliteitsvol onderwijs is het resultaat van een gezamenlijke inspanning, waarbij elke betrokkene zijn verantwoordelijkheid neemt. Een aantal taken en bevoegdheden zijn verbonden met specifieke organen of functies.

‘Docent’ wordt hier in de generieke betekenis van ZAP-lid gebruikt. Bij uitbreiding zijn alle lesgevers, inclusief assistenten, verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs waarbij zij betrokken zijn.

Docent

Voornaamste verantwoordelijkheden van de docent i.k.v. kwaliteitszorg:

  • uitvoeren van hun vastgelegde onderwijsopdracht
  • het didactisch concept van de aan hen toegewezen opleidingsonderdelen evalueren op basis van de resultaten van de studentenfeedback en de focusgesprekken met studenten
  • meewerken aan initiatieven ter bevordering van de kwaliteit van het onderwijs die worden genomen door de opleidingsraad,
  • deelnemen aan professionaliseringsinitiatieven,
  • ervoor zorgen dat de opleidingsonderdeelfiches van hun opleidingsonderdelen correct en volledig zijn ingevuld,
  • zich houden aan de afspraken met betrekking tot het evaluatiebeleid. In hun onderwijs houden zij rekening met de afspraken die door de opleidingsraad zijn gemaakt.

Opleidingsraad

De cruciale rol van de opleidingsraad bestaat uit:

  • bevorderen en bewaken van de kwaliteit van een (cluster van) opleiding(en)
  • implementeren van het centrale en facultaire onderwijsbeleid
  • uittekenen van de visie op de opleiding(en)
  • initiatief nemen en/of voorstellen formuleren betreffende de inhoud, de vorm, de samenhang en de studeerbaarheid van de opleidingsprogramma’s, de invulling of wijziging van onderwijsopdrachten in overleg met de betrokken vakgroepen
  • formuleren van het driejaarlijks strategieplan [link]
  • leden van het academisch personeel stimuleren tot deelname aan activiteiten met betrekking tot onderwijsprofessionalisering en onderwijsinnovatie
  • als forum fungeren voor de uitwisseling van informatie en ervaringen met betrekking tot (de kwaliteit van) het onderwijs.

Faculteit, decaan, faculteitsraad en faculteitsbestuur

Faculteit: verantwoordelijk voor de organisatie en coördinatie van het onderwijs van de opleidingen waaraan zij deelneemt. Elke faculteit heeft het recht van initiatief inzake het door haar te verstrekken onderwijs.

Decaan: verantwoordelijk voor het onderwijs binnen de faculteit. Hij/zij draagt zorg voor de ontwikkeling en uitvoering van het onderwijs binnen de faculteit en bewaakt de kwaliteit van het onderwijs. In het bijzonder bewaakt de decaan de werking van de opleidingsraad, ziet hij/zij toe op het goede verloop van de kwaliteitszorgprocessen en zorgt hij/zij voor de jaarlijkse tussentijdse opvolging van de strategieplannen. Op basis van de resultaten hiervan neemt hij/zij gerichte acties. De decaan rapporteert hierover aan de faculteitsraad of het faculteitsbestuur, waarop het bevoegde orgaan passende maatregelen neemt.

Faculteitsraad: bewaakt de kwaliteit van het onderwijs op basis van de strategieplannen die door de opleidingsraden zijn opgesteld en formuleert desgevallend overkoepelende, facultaire acties. Bij een visitatie neemt de faculteitsraad kennis van de inhoud van het zelfevaluatierapport. De faculteitsraad bepaalt tevens het aantal opleidingsraden voor opleidingen of clusters van opleidingen in de faculteit.

Faculteitsbestuur: ziet toe op de samenstelling en het functioneren van de opleidingsraden.

De samenstelling van de faculteitsraad, het faculteitsbestuur en de bevoegdheden van deze organen en van de decaan staan beschreven in het Centraal reglement betreffende de bestuurlijke inrichting en de werking van de faculteiten van de Vrije Universiteit Brussel.

De meeste faculteiten hebben tevens een persoon aangesteld die de onderwijszaken voor de faculteit opvolgt, bijvoorbeeld als vicedecaan bevoegd voor onderwijsmaterie of als voorzitter van de facultaire onderwijscommissie.

Rector en vicerector Onderwijs en Studentenzaken

De rector en de vicerector Onderwijs en Studentenzaken:

  • tekenen de visie en het beleid met betrekking tot de kwaliteitszorg van het onderwijs en het onderwijsbeleid uit.
  • dragen zorg voor het uitwerken van adequate processen en voor de terbeschikkingstelling van instrumenten, methodieken en cijfermateriaal
  • dragen zorg voor de begeleiding van opleidingsraden en leden van het academisch personeel.
  • bewaken het correcte verloop van processen en procedures
  • staan in voor de rapportering via de Kwaliteitsraad Onderwijs aan de Academische Raad
  • Vicerector Onderwijs en Studentenzaken:
  • voert de gesprekken over de strategieplannen.
  • maakt deel uit van de interne opvolgcommissie na een visitatie en is lid van het panel van de peer review. In het geval van een visitatie, bekrachtigt de vicerector de aanstelling van de facultair coördinator.
  • bekrachtigt de lijst met opleidingen die betrokken worden in de alumnibevraging.

De rector en de vicerector Onderwijs en Studentenzaken kunnen hiervoor rekenen op de medewerkers inzake kwaliteitszorg, onderwijsinnovatie en -professionalisering van Onderwijs & Studentenzaken. De kwaliteitszorgmedewerkers vormen de liaison tussen Onderwijs & Studentenzaken en de opleidingsraden.

Accreditatieaanvragen behoren tot de bevoegdheid van de rector en worden uitgevoerd door Onderwijs & Studentenzaken.

Onderwijsraad

De Onderwijsraad is een instellingsbreed adviesorgaan inzake het strategisch onderwijsbeleid, voorgezeten door de vicerector Onderwijs en Studentenzaken. De Onderwijsraad is bevoegd voor of brengt advies uit over onder meer onderwijsmiddelen, overeenkomsten, wijzigingen aan het opleidingsaanbod en kwaliteitszorg.

Wat betreft kwaliteitszorg, adviseert de Onderwijsraad over de kwaliteitszorgprocessen en –instrumenten en duidt hij desgevallend het evaluatie- of accreditatieorgaan aan voor onderwijsvisitaties.

Academische Raad

  • De Academische Raad ziet toe op de kwaliteit van het onderwijs.
  • Hij is verantwoordelijk voor de borging van de kwaliteit van de opleidingen en neemt een formeel borgingsbesluit op advies van de Kwaliteitsraad Onderwijs.
  • Hij keurt op advies van de Kwaliteitsraad Onderwijs de publieke informatie goed over de kwaliteit van het onderwijs en neemt indien nodig passende maatregelen bij het niet naleven van de afspraken.
  • Hij is bevoegd voor het beleid inzake kwaliteitszorg onderwijs, alsook voor het vastleggen van de kwaliteitszorgprocessen en ‑instrumenten.
  • Hij neemt op advies van de Kwaliteitsraad Onderwijs gerichte acties op basis van de rapportages over de kwaliteit van het onderwijs.
  • Hij keurt de samenstelling van het panel voor de peer reviews goed.
  • De Academische Raad  beslist over de aanstelling of de benoeming, de bepaling van de omvang en de aard van de opdracht, de evaluatie, de bevordering en het ontslag van het academisch personeel, alsook over het nemen van tuchtmaatregelen in eerste aanleg ten aanzien van het academisch personeel.

Kwaliteitsraad Onderwijs

De Kwaliteitsraad Onderwijs (in oprichting) zal, als adviesorgaan van de Academische Raad gemandateerd, de kwaliteit van individuele opleidingen formeel vaststellen en deze vaststelling neerleggen in een advies voor een borgingsbesluit. Dit formele advies vormt het sluitstuk van de kwaliteitscyclus en geeft de mate van vertrouwen aan in het beleidsvoerend vermogen van de opleiding. Meer informatie over de Kwaliteitsraad Onderwijs.

Studenten

Als belangrijke belanghebbenden van het onderwijs worden studenten systematisch betrokken bij de bevordering van de onderwijskwaliteit. Zij hebben een vertegenwoordiging in de opleidingsraad die bestaat uit minstens een derde van de stemmen, tenzij wanneer onvoldoende studenten bereid gevonden worden om er deel van uit te maken. Daarmee zijn zij betrokken bij alle kwaliteitszorgprocessen. Bovendien wordt hun specifieke inbreng gevraagd via de studentenfeedback, de focusgesprekken met studenten en de peer review (zowel als lid van het panel als bij de vertegenwoordiging van de opleidingsraad). De studenten zijn tevens vertegenwoordigd in de facultaire organen, in de Onderwijsraad, de Kwaliteitsraad Onderwijs en de Academische Raad.

Alumni en werkveld

Alumni en het werkveld worden betrokken bij de kwaliteit van het onderwijs via

  • de alumni- en werkveldbevragingen.
  • afvaardiging uit beide groepen deel in de opleidingsraad.
  • vertegenwoordiging in het panel van de peer review.
  • de aanbeveling tot oprichting van een adviesraad die bestaat uit alumni en werkveldvertegenwoordigers.

Interne en externe peers en experten

Interne en externe peers en experten worden voornamelijk betrokken bij de peer reviews en de extern georganiseerde opleidingsaccreditatie en visitatie. Bij de opleidingsaccreditatie en visitatie gebeurt dat conform de gehanteerde beoordelingskaders. Bij peer reviews maken zowel een interne als 2 externe peers deel uit van het panel, op voordracht van de opleidingsraad. Daarnaast verdient het aanbeveling om peers en experten uit te nodigen voor een adviesraad. Externe experten kunnen verder betrokken worden bij een werkveldbevraging. Tot slot is het uitvoeren van een benchmarking een manier om de externe blik te versterken.