logo

Klinische Neuropsychologie

 

De postacademische/permanente vorming in de klinische neuropsychologie heeft tot doel de kennis en de vaardigheden van de deelnemers op het vlak van de klinische neuropsychologie te verbreden en te verdiepen.

Hiertoe wordt de student onderwezen in de basisbegrippen van de fundamentele neurowetenschappen en de basisprincipes van het neuropsychologisch onderzoek en de cognitieve revalidatie bij kind en volwassene. Gebaseerd op deze kennis wordt de functionele anatomie van verschillende cognitieve functies behandeld alsook de belangrijkste stoornissen die zich hierbij kunnen voordoen. Hierbij komen de diagnostiek, de behandeling en de begeleiding van de onderscheiden pathologie aan bod. 

Vervolgens worden de neuropsychologische aspecten van specifieke neurologische, psychiatrische als levensloop bepaalde stoornissen behandeld. Klinische context, deontologische, medico-legale en forensische aspecten komen eveneens aan bod.

De postacademische/permanente vorming in de klinische neuropsychologie wordt interuniversitair georganiseerd door de deelnemende universiteiten. Elke cyclus loopt over twee academiejaren; tijdens het tweede studiejaar van elke cyclus kunnen er zich geen nieuwe studenten voor de betrokken postacademische/permanente vorming inschrijven.

De deelnemende universiteiten treden beurtelings op als coördinerende instelling.

Opzet    

De verschillende thema’s zijn genummerd van 1 tot 48 en gegroepeerd in opleidingsonderdelen. Bij elk thema hoort een korte beschrijving van de voornaamste inhouden die hierbij aan bod moeten komen. Er volgt, indien relevant, ook een verwijzing naar verwante thema’s zodat de docenten redundantie kunnen vermijden. 

De werkzaamheden worden gepland op 28 vrijdagen gespreid over 2 opeenvolgende academiejaren. Deze werkzaamheden omvatten het volgen van een aantal lessen over belangrijke neuropsychologische thema’s en het schrijven van een eindwerk. 

De lessen worden gepland op 14 vrijdagen in het eerste en 10 vrijdagen in het tweede academiejaar, zodat voor de totale opleiding 24 lesdagen zijn voorzien. De tijd die voorzien is voor elk thema bedraagt een voormiddag (van 9u30 tot 12u30) of een namiddag (van 13u30 tot 16u30). De voor- of namiddag wordt onderbroken door een korte pauze van een 20-tal minuten. De docent dient ervoor te waken zijn thema binnen de voorziene tijd te kunnen afronden. 

Het cursusboek bestaat uit een documentatiemap waarin de docenten per thema één welgekozen en op voorhand aangeleverd (zodat we het tijdig kunnen kopiëren) overzichtsartikel ter beschikking van de studenten te stellen. Naast dit overzichtswerk kunnen de docenten per thema bijkomende documentatie aanleveren in de vorm van een kort bibliografisch overzicht van relevante boeken en artikels, relevante internet-adressen, en de gebruikte documentatie tijdens de colleges. 

Enkele vrijdagen in het tweede academiejaar zijn gereserveerd voor het eindwerk. Ze bieden de student de gelegenheid aan een eindpaper te werken, opzoekingswerk te doen en met de promotor hierover te overleggen. De thema’s voor het eindwerk worden aan het eind van het eerste jaar in overleg met de promotor gekozen. Studenten die reeds in het klinische veld werkzaam zijn dienen een gevalsstudie kritisch uit te werken in het licht van de bestaande literatuur. Studenten die geen toegang hebben tot klinische gegevens dienen een literatuurstudie uit te voeren over een klinisch neuropsychologisch thema. Het is de bedoeling dat de student aan het eind van de opleiding een korte presentatie geeft over dit eindwerk.

Toelatingsvoorwaarden    

Tot de postacademische/permanente vorming worden enkel houders van de ondervermelde diploma’s van master (of in de oude structuur “licentiaat”) van minstens 60 studiepunten toegelaten. 
Volgende diploma's verlenen toegang tot de postacademische/permanente vorming: 

(a) diploma’s “oude structuur”: 

  • Licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen; 
  • Licentiaat in de psychologie; 
  • Licentiaat in de pedagogische wetenschappen; 

(b) diploma’s “nieuwe structuur”: 

  • Master in de psychologie; 
  • Master in de pedagogische wetenschappen.

Programma    

Raadpleeg het programma op de site van de Vlaamse Vereniging voor Neuropsychologie http://www.vvnp.be/vvnp.KU-LEUVEN-Programma.cfm

Eindwerk    

De student dient een eindwerk te maken (literatuurstudie, casus of experiment) rond een zelfgekozen topic dat in een paper moet worden voorgesteld. Hij/zij mag hiervoor circa 5000 woorden gebruiken (exclusief titel, abstract, figuren, tabellen en referenties). In het eindwerk moet de student de lessen duidelijk integreren. De bedoeling is dat er zelfstandig wordt gewerkt. Het eindwerk wordt in het Nederlands of Engels geschreven, rekening houdend met APA-guidelines (American Psychological Association). De student hanteert een sobere, correcte taal in overzichtelijke en niet al te ingewikkelde zinnen. De voorkeursspelling wordt gehanteerd en de tekst moet worden gecontroleerd op stijl-en typfouten. Het eindwerk moet in tweevoud worden ingediend op vrijdag 24 april 2009. Studenten die niet geslaagd zijn in het eindwerk, krijgen de mogelijkheid om het werk te herwerken en in te dienen voor vrijdag 7 augustus 2009. Het eindwerk moet worden gezien als een waardevolle bijdrage aan het curriculum vitae van de student.

Iedere student krijgt een promotor aangeduid die zal instaan voor de directe begeleiding van de student. Concreet wil dit zeggen dat de student een overlegmoment krijgt om de werktitel, het onderwerp, de doelgroep, hypothese en statistische verwerking te bespreken. Indien nodig kan de student een tweede overlegmoment aanvragen bij de promotor. Ook beperkt emailcontact is mogelijk. In de jaarplanning werden enkele dagen voorzien voor het maken van het eindwerk. We verzochten de promotoren zoveel mogelijk rekening te houden met deze data om de gesprekken met de studenten te plannen. Het is de verantwoordelijkheid van de student om contact op te nemen met de promotor in de loop van oktober.

Naast een begeleider werd er ook per student een “commissaris” aangeduid die het eindwerk zal lezen en beoordelen. Deze commissaris werd zoveel mogelijk gekozen uit een lijst van lesgevers van het afgelopen en komende jaar, uiteraard in overeenstemming met het gekozen onderwerp van de student. De promotor en de commissaris evalueren het eindwerk op inhoud en vorm. Beoordelingscriteria voor de inhoud: inzicht in en helderheid van de vraagstelling, adequaatheid van de gebruikte bronnen, de exactheid in de beschrijving van de methodologie, adequaatheid van de statistische analyse, juistheid van de gegeneerde resultaten. Te beoordelen vormelementen: taal, typografie en illustratie (tabellen en figuren). Zowel de promotor als de commissaris quoteren het eindwerk op 20 en het gemiddelde van hun scores levert de beoordeling van het eindwerk. De student dient het eindwerk niet mondeling voor te stellen.

Praktisch

EXAMEN    

Iedere lesgever wordt gevraagd om 2 open examenvragen op te stellen. Over de 2 jaren gespreid zal dit ongeveer 100 examenvragen opleveren die de kerninformatie uit de opleiding bevatten. Uit deze 100 vragen selecteert de stuurgroep 40 vragen, gespreid over de verschillende behandelde domeinen, die de basis vormen voor het examen.

We selecteren opnieuw 20 vragen in het tweede jaar waardoor we op een totaal van 40 vragen komen waaruit vervolgens de 5 examenvragen worden geselecteerd. Tijdens het examen zal de student dus 5 vragen krijgen waaruit hij/zij er 3 vrij mag kiezen om op te lossen.

Studenten die niet slagen in eerste zit, krijgen de mogelijkheid om hun examen opnieuw te doen in de 2de zittijd.
Studenten die noch in eerste noch in tweede zit slagen, ontvangen een deelnamecertificaat waarop zal worden vermeld dat zij de lessen hebben gevolgd maar verder niet voldeden aan de voorwaarden voor het behalen van het getuigschrift.

INSCHRIJVINGSGELD    

Het inschrijvingsbedrag voor de cyclus 2013-2015 (2 academiejaren) bedraagt  989,90 euro per academiejaar. 

Hoe komen we aan dit bedrag ?  Het inschrijvingsgeld voor onze PAV bedraagt 925 euro per jaar. Van dit bedrag wordt 17% overhead afgehouden door de volgende inrichtende organisatie de Universiteit Gent. Dit bedrag wordt ook vermeerderd met een inschrijvingsbedrag van 64,90 euro. De student zal dus in totaal voor het eerste studiejaar 989,90 euro dienen te betalen.

ONDERWIJSTAAL    

De onderwijstaal is Nederlands. Van de student wordt enige kennis van de Engelse taal verwacht. De vakliteratuur zal immers meestal in het Engels zijn.

INHOUDELIJKE VRAGEN?    

Raadpleeg de site van de Vlaamse Vereniging voor Neuropsychologie http://www.vvnp.be

 

LOCATIE    

De cyclus 2013-2015 zal worden georganiseerd aan de Universiteit Gent.

STUURGROEP    

  • Prof. Dr. R. Cluydts, Vrije Universiteit Brussel, Faculteit voor Psychologie en Educatiewetenschappen, Cognitieve en Biologische psychologie, Pleinlaan 2, 1050 Brussel
  • Prof. Dr. R. De Raedt, Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Experimenteel- klinische en gezondheidspsychologie, Henri Dunantlaan 2, 9000 Gent
  • Prof. Dr. C. Lafosse, Revalidatieziekenhuis Hof ter Schelde, Antwerpen, Katholieke Universiteit Leuven, faculteit Psychologie, Vrije Universiteit Brussel, faculteit Kinesitherapie, vakgroep neurologische revalidatie, Universiteit Antwerpen, faculteit Geneeskunde, discipline geriatrie, Lessius Hogeschool, departement Psychologie en Logopedie
  • Prof. Dr. K. Spruyt, Vrije Universiteit Brussel, Faculteit voor Psychologie en Educatiewetenschappen, Cognitieve en Biologische psychologie, Pleinlaan 2, 1050 Brussel
  • Prof. Dr. E. Thiery, Gedragsneurologische en Neuropsychologische Consultatie Gent, Koningin Fabiolalaan 79, 9000 Gent
  • Prof. Dr. K. Verfaillie, Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Psychologie en pedagogische wetenschappen, Lab Experimentele Psychologie, Tiensestraat 102 - bus 03711, 3000 Leuven
  • Prof. Dr. G. Vingerhoets, Universiteit Gent, Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Vakgroep Inwendige Ziekten - Laboratorium voor Neuropsychologie, De Pintelaan 185 4 K 3, 9000 Gent
  • Lic. L. Vercruysse, Tijl Uilenspiegellaan 92, 2050 Antwerpen

REGLEMENT EN ORGANISATIE VAN DE OPLEIDING    

Artikel 1 De postacademische/permanente vorming in de klinische neuropsychologie wordt interuniversitair georganiseerd door de deelnemende universiteiten. Elke cyclus loopt over twee academiejaren; tijdens het tweede studiejaar van elke cyclus kunnen er zich geen nieuwe studenten voor de betrokken postacademische/permanente vorming inschrijven.
De deelnemende universiteiten verbinden zich ertoe geen identieke postacademische/permanente vormingen aan te bieden zolang deze overeenkomst van kracht is.  

Artikel 2 De deelnemende universiteiten treden beurtelings op als coördinerende instelling.

Artikel 3 De postacademische/permanente vorming wordt begeleid door een interuniversitaire stuurgroep die bestaat uit twee vertegenwoordigers van elke universiteit en twee gecoöpteerde leden uit de interuniversitaire contactgroep neuropsychologie (ICN). Tevens wordt een voorzitter aangeduid, behorend tot de coördinerende universiteit, voor een termijn van twee jaar. De vergadering van de interuniversitaire stuurgroep wordt geleid door de voorzitter. De voorzitter beheert het secretariaat van de postacademische/permanente vorming en duidt hiervoor een administratief verantwoordelijke aan.
De interuniversitaire stuurgroep wordt belast met het algemeen beleid en de algemene organisatie van de postacademische/permanente vorming, het verlenen van advies over de toewijzing van de onderwijsopdrachten en de jaarlijkse vaststelling van de begroting en afrekening, onder voorbehoud van de goedkeuring door de universiteitsbesturen van de deelnemende universiteiten. De stuurgroep neemt hieromtrent haar beslissingen met gekwalificeerde meerderheid van de aanwezige leden, met dien verstande dat van elke deelnemende universiteit één vertegenwoordiger zijn instemming met het voorstel van beslissing moet hebben gegeven.  

Artikel 4  De coördinerende universiteit staat in voor de administratieve organisatie en logistieke ondersteuning van de postacademische/permante vorming, in het bijzonder voor het tijdig beschikbaar zijn van de studie-informatie en de informatieverspreiding.

Artikel 5 De onderwijsopdrachten worden toegewezen aan de leden van het academisch en wetenschappelijk personeel van de deelnemende universiteiten. Op basis van specifieke deskundigheid en op verzoek van de stuurgroep kunnen onderwijsopdrachten ook worden toegewezen aan personen die niet behoren tot het academisch en wetenschappelijk personeel van één der deelnemende universiteiten.
De vergoeding van de lesgevers wordt geregeld overeenkomstig de gangbare regels van de coördinerende instelling.

Artikel 6 De studenten schrijven zich in aan de coördinerende universiteit. De coördinerende universiteit zorgt voor de praktische financiële organisatie van de postacademische/permanente vorming, inbegrepen de werkingskosten van de stuurgroep. Zij int de inschrijvingsgelden en andere inkomsten. Het bedrag van het cursusgeld wordt jaarlijks opnieuw voorgesteld door de interuniversitaire stuurgroep en voor goedkeuring voorgelegd aan de betrokken universiteitsbesturen. Ook in het tweede jaar van de cyclus betalen de studenten het vastgestelde cursusgeld.
Bij het vastleggen van het inschrijvingsgeld, het toewijzen van de onderwijsopdrachten evenals het maken van andere onkosten ten behoeve van de opleiding, streeft de stuurgroep een financieel evenwicht na tussen de te maken onkosten en het totaalbedrag van de inschrijvingsgelden en eventueel andere inkomsten die ten behoeve van de vorming gebruikt kunnen worden. Aan het einde van elk werkjaar wordt het saldo overgemaakt aan de universiteit die in het daaropvolgende jaar volgens de voorziene beurtrol de coördinatie opneemt. De deelnemende universiteiten dragen dus gezamenlijk de financiële verantwoordelijkheid voor de vorming, terwijl de coördinerende universiteit zorgt voor de praktische uitvoering van de financiële beslissingen.

Artikel 7 De deelnemende universiteiten zijn ertoe verplicht het postacademisch/permanent vormingsprogramma steeds als een gezamelijk initiatief van de deelnemende universiteiten voor te stellen. 

Artikel 8 De postacademische/permante vorming wordt bekrachtigd met een getuigschrift. Dit getuigschrift vermeldt de organiserende universiteiten en wordt ondertekend door de rector van de coördinerende universiteit.

Artikel 9 Behoudens andere afspraken zal de postacademisch/permanente vorming ten minste om de vier jaar geëvalueerd worden door de stuurgroep. Deze evaluatie omvat alleszins de volgende aspecten: de organisatie, het curriculum, de financiële toestand en regeling, de personeelsomkadering, het algemeen beleid van de cursus en de administratieve ondersteuning. Een verslag van deze evaluatie wordt overgemaakt aan de betrokken universiteiten.

Artikel 10 De overeenkomst is van onbepaalde duur. Elke deelnemende universiteit kan deze overeenkomst opzeggen door middel van een door de rector respectievelijk voorzitter aan elke andere rector respectievelijk voorzitter te richten aangetekend schrijven. Dit schrijven moet voor 1 februari worden betekend en wordt van kracht vanaf 1 oktober van het daaropvolgend academiejaar.