Wat aten mensen in de bronstijd? En in de vroege middeleeuwen? Waren ze honkvast, of net heel mobiel? Isotopenanalyses van tanden en beenderen vertellen een deel van het verhaal. VUB-professor Christophe Snoeck zette een methode op punt waarmee zelfs gecremeerde – en dus zwaar beschadigde – skelet- en gebitsresten hun geheimen nog prijsgeven.  

Binnenkijken in de vernieuwde VUB-labo's? Kom op 23 september 2025 naar de academische opening.

De onderzoeksgroep AMGC (Archaeology, Environmental Changes & Geo-Chemistry) is gekend voor haar onderzoek naar de evolutie van ons zonnestelsel en naar klimaatsystemen. Maar ook in de archeologie is het een klinkende naam. De wetenschappers delen dezelfde laboratoria, clean labs en apparatuur voor hun onderzoek. Professor Christophe Snoeck, burgerlijk ingenieur chemie en archeoloog, focust op verbrande menselijke en soms ook dierlijke resten.  

“In gecremeerde botten en tanden vinden we alleen nog goed gepreserveerde signalen van strontium terug” 

Christophe Snoeck

Christophe Snoeck

Christophe Snoeck: “We zijn wat we eten. Voeding komt je lichaam binnen en vormt mee je botten en je tanden. Door de chemische samenstelling van skeletresten te analyseren, kunnen we achterhalen wat mensen duizenden jaren geleden gegeten hebben. En aangezien elke locatie een dieet met een unieke chemische vingerafdruk oplevert, weten we ook waar ze vandaan kwamen. Neem een grafveld uit de bronstijd. De meeste mensen zullen hun voedsel in een straal van een vijftal kilometer rondom het dorp gehaald hebben. Vinden we in dat grafveld lichaamsresten met een andere chemische samenstelling, dan weten we dat die persoon lang anders gegeten heeft en dus van elders komt. Dit soort chemische analyses combineren we met de archeologische context en – als die er zijn – geschreven bronnen. Zo kunnen we sociale en culturele tradities, begrafenisrituelen en migratiepatronen in kaart brengen.” 

Skeletten bewaren meestal niet goed in de Belgische bodem. Bovendien werden veel overledenen niet begraven, maar gecremeerd. De late Bronstijd (van 1300 tot 800 voor onze jaarrekening) en de vroege IJzertijd (van 800 tot 500) heten niet voor niets de Urnenveldperiode. Crematie maakt onderzoek een stuk moeilijker. Botten en tanden die tot op 1000°C verbrand worden, zijn chemisch sterk veranderd.  

Christophe Snoeck: “Tijdens een crematie worden de meeste elementen vernietigd. Maar het signaal van strontium blijft bewaard. Strontium is een alkalimetaal, net als calcium. Het komt via voeding ons lichaam binnen en vervangt een deel van het calcium in onze tanden en beenderen. Voor mijn doctoraat heb ik een methode op punt gezet om dat strontium in veraste beenderen en tanden te meten. Dat doen we met een MS ICP-MS, een Multi Collector Inductive Coupled Plasma Mass Spectometer.”  

“Inwoners van het middeleeuwse Ieper aten graan uit Noord-Frankrijk” 

Massaspectometrie is een zeer gevoelige techniek om de elementaire en isotopische samenstelling van een staal te bepalen. Dit soort onderzoek moet in een clean lab gebeuren. In zo’n lab zorgen filtersystemen ervoor dat alle elementen van buitenaf, inclusief strontium, weg gefilterd worden. Zo kan de hoeveelheid strontium in de stalen ‘zuiver’ gemeten worden, zonder achtergrondvervuiling.  

Christophe Snoeck: “We hebben inmiddels twee clean labs in de onderzoeksgroep AMGC. De eerste sinds 2021, gefinancierd via een ERC Grant die ik heb binnengehaald, de tweede sinds de zomer van 2025, dankzij een ERC Grant voor mijn collega professor Steven Goderis. Het spreekt vanzelf dat we die faciliteiten delen.” 

AMGC

Steven Goderis en Christophe Snoeck

Sinds 2018 leidt Christophe projecten die zowel op het vlak van samenwerking als geografische verspreiding steeds ambitieuzer worden. In het CRUMBEL-project bestuderen wetenschappers van VUB, ULB en UGent samen gecremeerde botten uit België, van het Neolithicum tot de Vroege Middeleeuwen. Het LOCO-project - een samenwerking van VUB, UGent en KU Leuven – neemt voor diezelfde periode ook de mobiliteit van mensen, materialen en ideeën mee. En de ERC Starting Grant LUMIERE gaat in een breed Europees netwerk op zoek naar nieuwe methoden om verkoold bot te bestuderen. In dat kader ontwikkelt Christophe ook een Europese kaart van biologisch beschikbaar strontium.  

Christophe Snoeck: “We werken samen met onderzoekers uit Kroatië, Slovenië, Griekenland, Portugal, Frankrijk, Spanje, Polen,… Door Belgische vondsten te vergelijken met vondsten uit andere Europese sites, gaan we bredere migratiepatronen kunnen identificeren. Sommige sites tonen veel mobiliteit, andere nauwelijks.”  

Dit laatste bleek ook al uit een ander onderzoek waarbij Christophe betrokken is. Voor het Make-Up of the City project, een interdisciplinair onderzoeksprogramma aan de VUB met historicus professor Bart Lambert, onderzochten VUB-wetenschappers zo’n 1.200 skeletten uit de Sint-Niklaasparochie in Ieper, uit de periode van 1000 tot 1800. Veel geschreven bronnen over deze periode zijn tijdens de eerste wereldoorlog vernietigd. Via die weg is er dus niet heel veel bekend over waar mensen vandaan kwamen, wat ze aten en hoe gezond ze waren.  

“Vanaf de Romeinse tijd is men plots veel meer zout gaan eten”

Christophe Snoeck: “Wij hebben de skeletten bestudeerd en isotopenanalyses gedaan van botten en tanden. Daaruit bleek onder andere dat de mobiliteit van de dertiende tot de vijftiende eeuw in Ieper beperkt was: mensen verhuisden van de omliggende dorpen naar de stad of omgekeerd, maar niet veel meer dan dat. Dat betekent niet dat er geen contacten waren Het graan dat de Ieperaars aten, kwam bijvoorbeeld niet vaak uit de eigen streek, maar onder andere uit Noord-Frankrijk. Ons onderzoek bevestigt zo wat historici al vermoedden uit historische bronnen. Dit Make-Up of the City project wordt nu ook uitgebreid naar Brugge en Gent.” 

AMGC

Isotopenanalyses van bot- en tandresten brachten ook aan het licht wanneer we in onze streken zoutrijker zijn gaan eten. Dat was in de overgang van de IJzertijd naar het Romeinse tijdperk. De belangrijkste reden was waarschijnlijk de opkomst van ‘garum’, een Romeinse vissaus die als smaakmaker gebruikt wordt.  

Christophe Snoeck: “Die snelle shift naar een zoutrijk dieet zien we heel duidelijk in de chemische samenstelling van gecremeerde botten en tanden. Onze analyses bevestigen zo opnieuw wat we al wisten uit schriftelijke bronnen en archeologische vondsten: ook in aardewerk zijn er sporen van garum teruggevonden.” 

Binnenkijken in het labo van VUB-wetenschappers?

Kom op 23 september 2025 naar de academische opening en ontdek de vernieuwde VUB-labo's

Op 23 september opent de VUB niet alleen het nieuwe academiejaar maar ook de deuren van haar labo’s. Ontdek live aan welke technologische innovaties en wetenschappelijke uitvindingen VUB-wetenschappers werken en binnenkort ‘hot news’ zijn in de media.   

LEES MEER