Nooit sinds de revolutie van 1979 stond het Iraanse regime zo onder druk door straatprotesten. Voor het eerst sinds 2009 eisen demonstranten openlijk het einde van het bewind van de ayatollahs. Volgens professor internationale politiek Koert Debeuf (VUB) is dat opmerkelijk, maar voorspellingen blijven riskant: “Het protest is nog niet groot genoeg, al merk je dat het regime voorzichtiger wordt.” Het oorspronkelijke interview verscheen in De Morgen. Het volledige stuk kan je hier lezen (achter betaalmuur).
De economische crisis, corruptie en mislukte hervormingen voeden de onvrede. Ook de Israëlische aanval vorig jaar, waarbij Mossad ongehinderd kon opereren, tastte het gezag van Teheran aan. Een mogelijke katalysator? Het aftreden of overlijden van de 86-jarige ayatollah Khamenei. “Dan rijst de vraag wie hem opvolgt. De generatie van 1979 is verdwenen,” aldus Debeuf.
Toch waarschuwt hij voor oversimplificatie: Iran is veel diverser dan vaak gedacht. Naast linkse bewegingen en monarchisten zijn er regionale groepen zoals Azeri’s en Beloetsjen, en een groeiende atheïstische bevolking. “Wie de macht verliest, verliest vaak ook zijn geloof,” zegt Debeuf.
Zelfs bij een regimewissel dreigt chaos. De Revolutionaire Garde, ideologisch verankerd in het systeem, zal niet snel wijken. “Dit is geen puur machtsregime zoals in Egypte of Syrië. Het is een ideologisch bouwwerk, vergelijkbaar met het communisme in de Sovjet-Unie. De structuur blijft, maar de steun bij de bevolking brokkelt af.”